top of page

TOXIC MANNEN UIT DE KLASSIEKE OUDHEID

  • Foto van schrijver: Judith van Amelsvoort
    Judith van Amelsvoort
  • 3 dagen geleden
  • 11 minuten om te lezen

Apollo en Daphne van Lorenzo Bernini
Apollo en Daphne (1622-1625) van Lorenzo Bernini. Foto: Ā© Architas.
logo Oneindig Noord-Holland

Dit artikel verscheen eerder op Oneindig Noord-Holland.



Soms lijkt het alsof de wereld wordt gedomineerd door toxic mannen. Dit is echter geen modern verschijnsel. Voorbeelden van giftige mannelijkheid waren er al in de klassieke oudheid. De Romeinse dichter Ovidius (43 v. Chr.-17 n. Chr.) beschreef in zijn Metamorfosen de wandaden van zowel goden als mensen. Verraad, jaloezie, verkrachting en gedaanteverwisselingen komen in bijna elk verhaal voorbij. Het vijftiendelige Latijnse dichtwerk bleek een onuitputtelijke bron van inspiratie voor kunstenaars. Hoog tijd om een paar dramatische mythen en bijbehorende kunstwerken uit te lichten.


Wie was Ovidius (43 v.Chr.–17 n.Chr.) eigenlijk? En hoe komt het dat we zijn naam ruim 2000 jaar later nog steeds kennen? Over zijn leven weten we niet veel meer dan dat hij de bijnaam ā€˜Naso’ had, wat waarschijnlijk wijst op een opvallende grote neus. Hoewel er geen portret van hem bewaard is gebleven, hebben kunstenaars door de eeuwen heen hun eigen voorstelling van hem gemaakt. Zelf was Ovidius er zeker van dat zijn naam niet in de vergetelheid zou raken. In de slotverzen van zijn meesterwerkĀ MetamorfosenĀ schreef hij ā€˜beroemd leef ik voort tot in de eeuwen der eeuwen.’


Triomf van Ovidius va Nicolas Poussin
Triomf van Ovidius (ca. 1624) van Nicolas Poussin is een eerbetoon aan Ovidius. Op het schilderij leunt Ovidius, als dichter van de liefde, op twee boeken met de titels (Ars) amandi en Amorum (libri).

Een wever van verzen


De MetamorfosenĀ omvat vijftien delen en bestaat uit ongeveer 12.000 regels. Ovidius schreef het Latijnse dichtwerk volledig in de dactylische hexameter: de klassieke versmaat die traditioneel voor epische poĆ«zie werd gebruikt. De aaneenrijging van verhalen wordt ook wel een epyllionĀ genoemd, wat letterlijk ā€˜klein epos’ betekent. De toon van het werk is luchtig en speels, en wijkt daarmee af van de traditionele plechtige stijl van een epos.


In de talrijke verhalen over gedaanteverwisselingen van goden en mensen speelt de natuur een belangrijke rol. Opmerkelijk is dat Ovidius de goden niet neerzet als verheven wezens, maar als gewone mensen met zwakheden en verlangens. Zo beschrijft hij in het zesde deel hoe de sterfelijke Arachne de godin Minerva uitdaagt voor een weefwedstrijd. Arachnes wandtapijt is zo mooi gemaakt dat de jaloerse godin haar in een spin verandert, waardoor ze voor altijd zal blijven weven. Ovidius herkende zichzelf hierin, maar dan als een wever van verzen. Een vergelijking die terug te vinden is in de gedeelde Latijnse oorsprong van de woorden ā€˜tekst’ en ā€˜textiel’.


De eerste gedrukte uitgave van de Metamorfosen was in het Italiaans en verscheen in 1497 te Venetië. Al snel werden de verhalen opgenomen in de beeldende kunst van zowel Italië als de rest van Europa. De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1552 te Antwerpen onder de titel Metamorphosis dat is, Die Herscheppinghe oft Veranderinghe. Karel van Mander omschreef de Metamorfosen in zijn Schilder-Boeck van 1604 als 'een bijbel voor kunstenaars.'


Minerva en Arachne van Jacopo Robusti
Minerva en Arachne (1575-1585) van Jacopo Robusti. Foto: Judith van Amelsvoort.

De onthoofding van Medusa


De mythen uit de oudheid passen zich moeiteloos aan andere tijden aan. Een goed voorbeeld hiervan is het tragische personage van Medusa. Ovidius introduceert haar in het vierde boek als ā€˜beroemd om haar schoonheid en de afgunst opwekkende hoop van menige minnaar’. Medusa werd in de tempel van Minerva het slachtoffer van verkrachting door de zeegod Neptunus. Toen dit gebeurde, trok de tempelgodin zich uit afschuw terug achter haar schild. Dit detail is een toevoeging van Ovidius. Later zou Medusa’s hoofd als afschrikwekkend symbool op vele schilden komen te staan, waaronder op dat van Minerva zelf.


Uiteindelijk werd Neptunus niet gestraft, maar Medusa wel – een duidelijk voorbeeld van victim blaming. Minerva verandert Medusa’s prachtige haar in een nest van slangen, waardoor zij transformeert van een mooie vrouw tot een angstaanjagend monster. Haar blik, zelfs na haar onthoofding door Perseus, verandert iedereen die haar aankijkt in steen.


Medusa van Peter Paul Rubens
Medusa (1617-1618) van Peter Paul Rubens.

Het bronzen fonteinbeeld van Perseus met het afgehakte hoofd van Medusa werd gemaakt voor het stadspaleis van hertog Wilhelm in München. Het beeld stond in een vijver van de binnentuin, waar rondom heen nissen met stenen beelden stonden. De beelden werden gezien als de slachtoffers van de alles verstenende blik van Medusa. In de afgelopen jaren wordt het verhaal van Medusa op een nieuwe manier geïnterpreteerd. Auteurs beschrijven haar vanuit het vrouwelijke perspectief: niet meer als een eng monster maar als een getraumatiseerd slachtoffer van seksueel geweld.


Perseus met het hoofd van Medusa van Benvenuto Cellini
Perseus met het hoofd van Medusa (1554) van Benvenuto Cellini. Foto: Marie-Lan Nguyen.

Ontvoerd door een witte stier


In Ovidius’ MetamorfosenĀ lopen liefde en macht vaak in elkaar over: goden verleiden of betoveren stervelingen naar hun wil. Zo verandert de oppergod Jupiter zich in een witte stier om de mooie prinses Europa te misleiden en te ontvoeren. Op schilderijen zien we hoe ze zich angstig vasthoudt aan de horens, terwijl ze wanhopig naar haar vriendinnen kijkt, die op de oever achterblijven. Uit deze mythe ontstaat later het verhaal van de Minotaurus: een wezen dat half mens en half stier is.


ā€˜De prinses durfde

zelfs op de rug van de stier te gaan

zitten (zonder te weten

op wie ze zat), toen de god ongemerkt

zijn bedrieglijke poten

eerst van de grond en droge kust in de golven zette,

daarna verder weg ging en zijn buit naar volle zee droeg.’


De ontvoering van Europa door Rembrandt
De ontvoering door Europa (1632) door Rembrandt van Rijn.

Verleid door een zwaan


Jupiter nam graag de gedaante van dieren aan om zijn doel te bereiken. Zo veranderde hij zichzelf in een zwaan om Leda, de echtgenote van de Spartaanse koning Tyndareos, te verleiden. Leda schaamde zich om wat er was gebeurd en deelde diezelfde avond het bed met haar man. Negen maanden later werden haar kinderen geboren. Pollux en Helena waren de kinderen van Jupiter, terwijl Kastor en Klytaimnestra van Tyndareos waren.


Het verhaal van Leda en de zwaan wordt in de MetamorfosenĀ slechts kort aangestipt. In het zesde boek wordt Leda beschreven als ā€˜gelegen onder de vleugels van een zwaan.' Hoewel deze vermelding in het gedicht summier is, ontwikkelde de mythe zich in de renaissance tot een populair thema in de schilder- en beeldhouwkunst.


Leda en de zwaan
Leda en de zwaan (na 1530) door een onbekende schilder naar voorbeeld van Michelangelo Buonarroti.

De vogelgestalte van Jupiter gaf kunstenaars de kans om erotiek te verbeelden zonder al te aanstootgevend te zijn. Michelangelo ging hier naar verluidt te ver mee: zijn schilderij van Leda en de Zwaan zou door de Franse koningin Anna van Oostenrijk zijn vernietigd vanwege de erotische compositie. In tegenstelling tot de sensuele voorstelling van Michelangelo, koos Leonardo da Vinci voor een intiem familie tafereel. Hoewel het originele werk van Leonardo verloren is gegaan, wordt een schilderij dat aan il Sodoma wordt toegeschreven beschouwd als een van de best bewaarde kopieƫn.


Leda en de zwaan van Il Sodoma
Leda en de zwaan (voor 1517) toegeschreven aan Giovanni Antonio Bazzi of Il Sodoma naar voorbeeld van Leonardo da Vinci. Foto; Judith van Amelsvoort.

Angst vastgelegd in steen


De prachtige beeldhouwwerken van de Italiaanse kunstenaar Gian Lorenzo Bernini betoveren bezoekers al eeuwen. Zijn sculpturen, waaronder Pluto enĀ ProserpinaĀ (1621-1622), worden geprezen om hun dynamiek, verfijnde details en emotionele intensiteit. Een toeschouwer zou bijna vergeten dat het om seksueel geweld gaat: een vrouw in paniek die zich probeert los te worstelen. Iemand die het heeft meegemaakt zou hier niet naar kunnen kijken, maar de kunstwerken werden dan ook niet gemaakt voor een vrouwelijk publiek.


In Ovidius’ MetamorfosenĀ grijpen soms ook de goden mis, zoals de god Apollo bij de waternimf Daphne. Om aan zijn avances te ontkomen smeekt Daphne haar vader, de riviergod Peneus, om haar schoonheid te vernietigen. In wanhoop roept ze: ā€˜Ach, vader! Help me! Een riviergod heeft toch macht? Bevrijd me van dit lichaam dat me veel te mooi deed zijn!’ Zodra ze deze woorden heeft uitgesproken begint ze te veranderen in een laurierboom. Kuisheid overwint dit keer de lust, maar tegen een hoge prijs. Nadat ze in een boom is veranderd, wordt deze door Apollo geclaimd als zijn persoonlijk attribuut.


Bernini’s Apollo en DaphneĀ toont het moment van de transformatie. Terwijl Apollo haar achtervolgt, verandert Daphne voor onze ogen: haar haren worden bladeren, haar geheven armen takken en haar teennagels schieten wortel in de aarde. Haar gezicht is nog menselijk en haar angstkreet is voor eeuwig vastgelegd in steen.


Apollo en Daphne van Lorezno Bernini
Apollo en Daphne (1622-1625) van Lorenzo Bernini. Foto: © Architas.

De tentoonstelling 'Metamorfosen: Ovidius en de kunsten'Ā is van 6 februari tot en met 25 mei 2026 in het Rijksmuseum te zien. Aansluitend is de tentoonstelling in een andere samenstelling te zien in Galleria Borghese in Rome van 22 juni tot en met 20 september 2026.



Bronnen:

  • Bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam (3 februari 2026).

  • Cappelletti, F., Scholten, F., (red.). Metamorfosen: Ovidius en de kunsten (2026). Rijksmuseum, Amsterdam.



Auteursfoto Judith van Amelsvoort


Judith van Amelsvoort is kunsthistorica en schrijfster. Als redacteur van het online platform Oneindig Noord-Holland houdt zij zich bezig met het cultureel erfgoed van de provincie Noord-Holland.Ā 




Ā - ENGLISH BELOW -


Apollo en Daphne van Lorenzo Bernini
Apollo and Daphne (1622-1625) by Lorenzo Bernini. Photo: © Architas.
logo Oneindig Noord-Holland

This article previously appeared on Oneindig Noord-Holland.



Sometimes it seems as if the world is dominated by toxic men. However, this is not a modern phenomenon. Examples of toxic masculinity already existed in classical antiquity. The Roman poet Ovid (43 BC–AD 17) described in his MetamorphosesĀ the misdeeds of both gods and humans. Betrayal, jealousy, rape, and transformations appear in almost every story. The fifteen-book Latin poem proved to be an inexhaustible source of inspiration for artists. High time to highlight a few dramatic myths and the artworks associated with them.


But who exactly was Ovid (43 BC–AD 17)? And how is it that we still know his name more than 2,000 years later? We know little about his life beyond the fact that he had the nickname ā€œNaso,ā€ which likely referred to a notably large nose. Although no portrait of him has survived, artists throughout the centuries have created their own representations of him. Ovid himself was certain that his name would not be forgotten. In the closing lines of his masterpiece Metamorphoses, he wrote: ā€œI live on in fame through the ages of ages.ā€


Triomf van Ovidius va Nicolas Poussin
Triumph of Ovidius (ca. 1624) by Nicolas Poussin (1594-1665) is an ode to Ovid. In the painting, Ovid leans, as the poet of love, on two books with the titles (Ars) amandi and Amorum (libri).

A Weaver of Verses


The MetamorphosesĀ consists of fifteen books and contains approximately 12,000 lines. Ovid wrote the Latin poem entirely in dactylic hexameter, the classical verse form traditionally used for epic poetry. The sequence of stories is also referred to as an epyllion, which literally means ā€œlittle epic.ā€ The tone of the work is light and playful, diverging from the traditionally solemn style of an epic.


In the many stories about transformations of gods and humans, nature plays an important role. Notably, Ovid does not portray the gods as exalted beings, but as ordinary figures with weaknesses and desires. For example, in Book VI he describes how the mortal Arachne challenges the goddess Minerva to a weaving contest. Arachne’s tapestry is so beautifully made that the jealous goddess transforms her into a spider, condemning her to weave forever. Ovid recognized himself in this, but as a weaver of verses. This comparison is reflected in the shared Latin origin of the words ā€œtextā€ and ā€œtextile.ā€


The first printed edition of the MetamorphosesĀ was in Italian and appeared in Venice in 1497. Soon, the stories were incorporated into the visual arts of both Italy and the rest of Europe. The first Dutch translation appeared in Antwerp in 1552 under the title Metamorphosis dat is, Die Herscheppinghe oft Veranderinghe. In his Schilder-BoeckĀ of 1604, Karel van Mander described the MetamorphosesĀ as ā€œa bible for artists.ā€


Minerva en Arachne van Jacopo Robusti
Minerva and ArachneĀ (1575-1585) by Jacopo Robusti. Phot: Judith van Amelsvoort.

The Beheading of Medusa


The myths of antiquity adapt effortlessly to different times. A good example of this is the tragic figure of Medusa. Ovid introduces her in Book IV as ā€œrenowned for her beauty and the envy-inspiring hope of many a suitor.ā€ Medusa was raped by the sea god Neptune in the temple of Minerva. When this happened, the temple goddess recoiled in horror behind her shield. This detail is an addition by Ovid. Later, Medusa’s head would appear as a terrifying symbol on many shields, including that of Minerva herself.


Ultimately, Neptune was not punished, but Medusa was—a clear example of victim blaming. Minerva transforms Medusa’s beautiful hair into a nest of snakes, turning her from a beautiful woman into a terrifying monster. Her gaze, even after her beheading by Perseus, turns anyone who looks at her into stone.


Medusa van Peter Paul Rubens
Medusa (1617-1618) by Peter Paul Rubens.

The bronze fountain sculpture of Perseus with the severed head of Medusa was created for the city palace of Duke Wilhelm in Munich. The statue stood in a pond in the inner courtyard, surrounded by niches containing stone figures. These figures were seen as the victims of Medusa’s gaze, which turned all who looked upon her to stone. In recent years, the story of Medusa has been reinterpreted in a new way. Authors describe her from a female perspective: no longer as a frightening monster, but as a traumatized victim of sexual violence.


Perseus met het hoofd van Medusa van Benvenuto Cellini
Perseus with the head of MedusaĀ (1554) by Benvenuto Cellini. Photo: Marie-Lan Nguyen.

Abducted by a White Bull


In Ovid’s Metamorphoses, love and power often intertwine: gods seduce or enchant mortals to bend them to their will. Thus, the supreme god Jupiter transforms himself into a white bull to deceive and abduct the beautiful princess Europa. In paintings, we see her clinging fearfully to the horns, while looking back desperately at her friends left behind on the shore. From this myth later emerges the story of the Minotaur, a creature that is half man and half bull.


ā€œThe princess dared

even to sit on the bull’s back(not knowing

on whom she sat), when the god, unnoticed,

set his deceitful hooves

first from the ground and dry shore into the waves,

then went farther away and carried his prize into the open sea.ā€


De ontvoering van Europa door Rembrandt
The abducation of EuropaĀ (1632) by Rembrandt van Rijn.

Seduced by a Swan


Jupiter often took on the form of animals to achieve his aims. For example, he transformed himself into a swan to seduce Leda, the wife of the Spartan king Tyndareus. Ashamed of what had happened, Leda shared her husband’s bed that same evening. Nine months later, her children were born. Pollux and Helen were the children of Jupiter, while Castor and Clytemnestra were those of Tyndareus.


The story of Leda and the swan is only briefly mentioned in the Metamorphoses. In Book VI, Leda is described as ā€œlying beneath the wings of a swan.ā€ Although this reference in the poem is brief, the myth developed during the Renaissance into a popular subject in painting and sculpture.


Leda en de zwaan
Leda and the swanĀ (after 1530) by an unknown painter, example by Michelangelo Buonarroti.

Jupiter’s bird form gave artists the opportunity to depict eroticism without being too offensive. Michelangelo reportedly went too far with this: his painting of Leda and the Swan was said to have been destroyed by the French queen Anne of Austria because of its erotic composition. In contrast to Michelangelo’s sensual portrayal, Leonardo da Vinci chose an intimate family scene. Although Leonardo’s original work has been lost, a painting attributed to il Sodoma is considered one of the best-preserved copies.


Leda en de zwaan van Il Sodoma
Leda and the swanĀ (before 1517) probably by Giovanni Antonio Bazzi or Il Sodoma, example by Leonardo da Vinci. Photo; Judith van Amelsvoort.

Fear Captured in Stone


The magnificent sculptures of the Italian artist Gian Lorenzo Bernini have captivated visitors for centuries. His works, including Pluto and ProserpinaĀ (1621–1622), are praised for their dynamism, refined details, and emotional intensity. A viewer might almost forget that the scene depicts sexual violence: a woman in panic, struggling to free herself. Someone who had experienced such violence would not be able to look at it, but the artworks were not created for a female audience.


In Ovid’s Metamorphoses, even the gods sometimes fail, as with Apollo and the water nymph Daphne. To escape his advances, Daphne begs her father, the river god Peneus, to destroy her beauty. In despair, she cries, ā€œOh father! Help me! A river god surely has power? Free me from this body that made me far too beautiful!ā€ As soon as she speaks these words, she begins to transform into a laurel tree. This time, chastity triumphs over desire—but at a high cost. Once she has become a tree, it is claimed by Apollo as his personal emblem.


Bernini’s Apollo and DaphneĀ captures the moment of transformation. As Apollo pursues her, Daphne changes before our eyes: her hair becomes leaves, her raised arms turn into branches, and her toenails root into the ground. Her face remains human, and her cry of terror is forever frozen in stone.


Apollo en Daphne van Lorezno Bernini
Apollo en Daphne (1622-1625) van Lorenzo Bernini. Foto: © Architas.

The exhibition 'Metamorphoses: Ovid and the Arts'Ā will be on display at the Rijksmuseum from February 6 to May 25, 2026. Afterwards, a reconfigured version of the exhibition will be shown at the Galleria Borghese in Rome from June 22 to September 20, 2026.



Sources

  • Visit to the Rijksmuseum in Amsterdam (3 februari 2026).

  • Cappelletti, F., Scholten, F., (ed.). Metamorfosen: Ovidius en de kunsten (2026). Rijksmuseum, Amsterdam.



Auteursfoto Judith van Amelsvoort


Judith van Amelsvoort is an art historian and writer. As an editor for the online platform Oneindig Noord-Holland, she focuses on the cultural heritage of the province of North Holland.




Opmerkingen


bottom of page