HET BEWOGEN LEVEN VAN
MARIA VAN AELST
door Manon van Beek
OP JONGE LEEFTIJD wordt Maria van Aelst in 1625 naar Batavia gestuurd om bij te dragen aan de volksplanting, een Nederlands koloniaal project. Een project waar jonge vrouwen naar een vrouw-arm gebied werden gestuurd om daar te trouwen en kinderen te baren. Na een negen maanden durende reis wordt ze op een meisjesmarkt uitgehuwelijkt. Na twee korte huwelijken vindt ze haar plek aan de zijde van Antonio van Diemen, die uiteindelijk gouverneur-generaal van de VOC wordt. Ze noemt zichzelf de ‘koningin van Batavia’ en leidt een rijk, maar kinderloos leven. Van theemiddagen organiseren tot het kopen van een olifant in Ceylon. Zelfs een door Abel Tasman naar haar vernoemde kaap, Kaap Maria van Diemen, getuigt van haar status. Na de dood van Antonio in 1645 keert Maria terug naar Nederland, waar ze nog twee keer trouwt. In 1674 verhuist ze van Utrecht naar Den Haag, wegens de dreiging van Lodewijk XIV om Nederland te veroveren. Kort daarna overlijdt Maria vredig in haar bedstee.
In de historische roman De Mannen van Maria neemt Anneloes Timmerije je mee naar de
zeventiende eeuw. Het verhaal leest als een dagboek van Maria van Aelst, waardoor je je makkelijk in haar schoenen kunt verplaatsen en haar leert kennen als een slimme, sterke vrouw die duidelijk haar tijd vooruit is. Ondanks haar huwelijken weet zij op sluwe en strategische wijze op eigen benen te staan in een door witte mannen gedomineerde wereld. Dat doet ze door, tegen alle regels in, zich als eerste vrouw in de diamantenhandel te vestigen.
De Mannen van Maria is een mengeling van fictie en non-fictie. Hoewel Maria onregelmatig haar gedachten en gebeurtenissen opschreef, is er door Timmerije veel onderzoek gedaan en passeren de nodige herkenningspunten uit deze periode de revue, zoals de handel van de VOC, het houden van slaven, en ontmoetingen met bekende figuren als Abel Tasman en Rembrandt van Rijn. Hij schilderde een portret van Maria en Antonio, dat onderweg naar Batavia kwijt is geraakt. Timmerije beschrijft Maria’s leven op een toegankelijke en boeiende manier, waardoor je pagina na pagina omslaat en zowel haar als de Nederlandse zeventiende eeuw steeds beter leert kennen.
.png)
Manon van Beek is kunsthistorica moderne en hedendaagse kunst, met een sterke focus op vrouwelijke makers en onderbelichte perspectieven. Binnen haar onderzoeks- en schrijfpraktijk verbindt ze kunsthistorie aan actuele thema’s, en werkt ze aan projecten die ruimte geven aan diverse stemmen in de kunst.

SEKS HOORT NOOIT PIJN TE DOEN - OOK DE EERSTE KEER NIET
Rik van Lunsen en Ellen Laan
DE MAAGDELIJKHEIDSMYTHE
door Jasmijn Groot
NA EEN MAAND WACHTEN was het donderdag 26 februari dan eindelijk zo ver: fans wereldwijd konden het tweede gedeelte van het nieuwe Bridgerton seizoen op Netflix bingen! Net als miljoenen andere kijkers had ik hier zelf ook reikhalzend naar uitgekeken. Want wat had hoofdpersonage Benedict Bridgerton zijn liefje nou voor een verduveld voorstel gedaan? We zouden zeker nog wel even moeten wachten voordat we de volgende spicy scène krijgen. Nou, spoiler alert: het verlangen van Sophie Baek naar de favoriete Bridgerton-telg van velen was blijkbaar net zo groot als dat van hem voor haar. Dus ze eindigden al snel met elkaar in bed. En toen kwam er uit haar mond een zin waar ik als kijker totaal de verkeerde kriebels van kreeg: 'ik heb gehoord dat de eerste keer pijn doet.'
In een serie die de beleving van seks in beeld brengt vanuit zo een sterk vrouwelijk perspectief is het ontzettend tegenvallend dat al een derde vrouwelijk personage een hardnekkige en schadelijke stereotypering zo letterlijk uitslaakt. Want - en laat dit nou voor eens en voor altijd duidelijk zijn: seks hoort nooit pijn te doen. Zelfs de eerste keer niet. Seksuoloog Rik van Lunsen, tot een aantal jaar geleden in samenwerking met zijn wijlen collega Ellen Laan, ook wel bekend als the godmother van de seksuologie, is al decennia bezig om de wereld dat bij te brengen. Want wat
betekent het als seks pijn doet voor een vrouw - tot bloedens aan toe? Het betekent dat ze nerveus, gespannen, of misschien zelfs bang is. In andere woorden, ze bevindt zich totaal niet in de juiste mindset om penetratieve seks te hebben. Net zoals Sophie Baek heb je daar gemak, verlangen en opgewondenheid voor nodig.
De maagdelijkheidsmythe, het idee dat de eerste keer penetratieve seks voor vrouwen altijd pijn doet, is niet alleen zodanig ingeroest in onze maatschappij dat dat gegeven het enige was wat mijn klasgenoten bezighield wanneer we het over seks hadden op de middelbare school. In alle uithoeken van de wereld was het eeuwenlang praktijk om de maagdelijkheid van pasgetrouwde vrouwen te bewijzen door de de bebloede lakens van de newlyweds uit de hangen. Zodat de hele buurt kon zien: zij is als maagd het huwelijk in gegaan - wat hij allemaal had uitgespookt maakte overigens niets uit. De kinderen uit deze unie zullen met zekerheid van hem zijn. Wat ontzettend patriarchaal, denigrerend en onderdrukkend.
Een serie die zodanig de grens tussen fictie en feit heeft verbogen om diversiteit te kunnen omhelzen, en daarmee een welkome gamechanger is geworden in ons medialandschap, mag zich nog wel een keer afvragen wat voor achterhaalde ideeën het meegeeft over vrouwelijke seksualiteit.
Wil je nog meer weten over de maagdelijkheidsmythe? Jasmijn mocht er verder over praten tijdens een uitzending van het radioprogramma 'De Nacht is ZWART' op NPO Radio 1.
Jasmijn Groot is genderhistorica en oprichter van Historical Women Project. Ze publiceert artikelen voor onder andere Opzij en Winq en stelt haar expertise over gender en vrouwengeschiedenis ter beschikking aan verschillende media.
.png)
IS DE NIEUWE KABINETSPLOEG EEN HISTORISCHE?
door Priscilla van der Perk
GISTEREN BEGONNEN
achtentwintig Nederlanders aan hun nieuwe baan als bewindspersoon in het kabinet Jetten. Op de foto van de traditionele bordesscène met de ministers, de premier en koning Willem-Alexander vallen altijd een aantal dingen op: de wat ongemakkelijk kijkende koning, het verschil in hoe de bewindslieden hun handen voor hun buik of naast hun lichaam houden - hier en daar ook lekker ongemakkelijk - en natuurlijk: het aantal mannen en vrouwen.
Niet eerder zaten er 65 vrouwen in de Tweede Kamer. Volgens Stem op een Vrouw zijn bij deze verkiezingen vijf vrouwen door voorkeurstemmen in de nieuwe Kamer gekomen. Daarmee laat de kiezer zien dat representatie steeds minder vanzelfsprekend aan partijen wordt overgelaten. Bij het naar voren schuiven van bewindslieden voor een kabinet zijn de partijen nog wel zelf volledig aan zet.
Welke keuzes zijn er wat dit betreft gemaakt? Kunnen we het aantal vrouwen in dit kabinet historisch noemen? Het ligt er misschien aan wie je het vraagt, als in: aan welke generatie. Al in 1956 werd Marga Klompé de eerste vrouwelijke minister van Nederland, maar het heeft daarna bijna 70 jaar geduurd voordat in een kabinet de helft van het aantal ministers en in totaal 14 van de toen 29 bewindspersonen vrouw was. Dat gebeurde in 2022, in het kabinet Rutte IV. In de jaren tachtig waren vrouwelijke bewindslieden nog uitzonderlijk. Vanaf de jaren negentig is het aandeel heel langzaam gestegen met ongeveer 1 op de 4 in de kabinetten Kok en 1 op de 3 in de kabinetten Balkenende. In de kabinetten Rutte steeg het aandeel verder, met de uitschieter
dus in Rutte IV. Hoe ‘normaal’ is dan 9 mannen en 7 vrouwen op de bordersfoto van Jetten I en in totaal 12 vrouwelijke bewindslieden in het kabinet dat nu is beëdigd? Wanneer je naar die bordèsfoto kijkt dan kun je als je wat ouder bent bijna vergeten, of als je uit Gen-Z generatie komt kun je het je misschien helemaal niet realiseren, dat dit decennia lang helemaal niet de norm was, waar we als land vandaan komen.
Kijken we puur naar de cijfers, dan levert de vraag zowel een ‘ja’ als een ‘nee’ op. Nooit eerder waren er procentueel zoveel vrouwelijke staatssecretarissen: vijf van de tien, dus 50 procent. Aanvankelijk waren het er vorige week zelfs zes, totdat de beoogd staatssecretaris van Financiën, Nathalie van Berkel, zich terugtrok na het uitkomen van haar werkelijke cv. Procentueel ligt het aandeel vrouwelijke staatssecretaressen in het kabinet Jetten dus hoger dan in het kabinet Rutte IV.
Bij de ministers en op het totaal ligt dat anders. In Jetten I zijn 7 van de 18 ministers vrouw (39 procent). In Rutte IV was dat 8 van de 16 (50 procent). In totaal telde dat kabinet 14 vrouwelijke bewindspersonen op een totaal van 29 (48 procent), i.t.t. 12 vrouwelijke bewindspersonen op een totaal van 28 (43 procent) in Jetten 1. Kabinet Schoof viel eerder terug naar 38 procent. En het record uit Rutte IV is sindsdien niet meer overtroffen.
Toch kan deze ontwikkeling worden gezien als passend in de doorzettende trend. Het breekt geen record, maar bevestigt wel een ontwikkeling die decennia geleden nog ondenkbaar was. Eén voor in de toekomstige geschiedenisboeken.
.png)
Priscilla van der Perk werkt als projectsecretaris en freelance journalist. Ze heeft een studieachtergrond in Nederlandse letterkunde en islam- en Midden-Oostenstudies en een uitpuilende boekenkast die ze ooit helemaal hoopt uit te lezen.

DEZE ONTWIKKELING KAN GEZIEN WORDEN ALS PASSEND IN DE DOORZETTENDE TREND
Kabinet Jetten I

ONDER HAAR LEIDING WAS DE WASHINGTON POST EEN CONTROLERENDE MACHT VAN DE PRESIDENT
Katharine Graham
DE VROUW ACHTER HET NIEUWS
door Lotte de Bock
THE WASHINGTON POST, één van de nog overeind staande journalistieke bakens in de Verenigde Staten. Voor hoelang is de vraag nu Jeff Bezos de leiding heeft. De Volkskrant kopte afgelopen vrijdag dat er deze week zoveel journalisten bij The Washington Post zijn ontslagen dat er wordt getwijfeld of “de krant haar functie als waakhond nog kan uitvoeren.”
Waar de huidige baas danst naar de pijpen van de president, was de krant onder leiding van Katharine Graham juist een controlerende macht van de president. Katharine Graham was de eerste vrouwelijke CEO en hoofd van The Washington Post van 1963 tot 1991. Onder haar leiding groeide de krant uit tot de meest invloedrijke krant van de Verenigde Staten. Graham was niet bang om onderzoeken te publiceren die misstanden van de regering aantoonden. The Post publiceerde onder haar leiding onder andere de Pentagon Papers en deed onderzoek naar het afluister- en spionage schandaal van de Republikeinen bij de Democraten - het uiteindelijke Watergate schandaal. Misschien het meest bekend in Nederland vanwege de verfilmingen in All the President’s Men (1976)” en The Post (2017).
Het onderzoek van The Post naar het afluister- en spionage schandaal Watergate, leidde uiteindelijk tot het aftreden van president Nixon. Nixon legde een officiële verklaring af bij zijn aftreden waarin
hij stelt dat hij door Watergate inziet dat het congres hem niet kan steunen op de manier die een effectief bestuur van het land mogelijk maakt.
Hoe anders is dit onder Bezos. Een kritische cartoon over Trump mocht niet gepubliceerd worden en meningen die niet in lijn zijn met personal liberties and free markets mogen niet meer gepubliceerd worden. Bezos is van mening dat die al elders online zijn te vinden. Hij investeerde met The Post in een documentaire over Melania Trump. Je kan je afvragen of de documentaire in lijn is met het huidige motto van de krant Democracy Dies in Darkness. Daarbij leed de krant grote verliezen aan de Trumps winst.
Dit staat in schril contrast met de manier waarop Katharine Graham de krant leidde. Ze zorgde ervoor dat onderzoeksjournalisten gesteund werden en dat zij hun onderzoek konden uitvoeren. Graham was één van de meest invloedrijke vrouwen in die tijd en niet bang om te publiceren wat er boven water kwam. Ze zorgde ervoor dat lezers informatie kregen die ertoe deed en die ervoor zorgde dat de overheid gecontroleerd werd. Graham zei hier zelf over: “To love what you do and feel that it matters ‚ how could anything be more fun?” De gedachte hieraan geeft een klein lichtpuntje in het donker waarin de democratie stervende is.
Lotte de Bock is Literatuur- en Religie/Islamwetenschapper. Alle vlakken waar religie en gender elkaar snijden en waar de ruimte door beiden wordt ingevuld, ingenomen of bepaald, is onderdeel van haar interesse.
.png)
FONG LENG & FANS
door Clara Kroes
'DE STER VAN DE MIDDAG is binnen!' Met die woorden wordt Fong Leng op 14 oktober welkom geheten op de persbijeenkomst in Museum JAN in Amstelveen. Curator Lisa Goudsmit vertelt dat ze nog goed weet dat ze op de koffie was bij Fong Leng om over het idee van de tentoonstelling te praten. Dat is meer dan een jaar geleden. Ze zat in een huis tussen de werken van de kunstenares; grote lederen schilderijen aan de muur en zes witte Jan de Bouvrie-banken die Fong Leng had bewerkt met applicaties van leer. Goudsmit durfde het bijna niet te vragen maar deed het gelukkig toch, waardoor twee van die banken nu zijn tentoongesteld. In een ruimte die is ingericht als de woonkamer van Fong Leng.
Fong Leng zegt zelf over die banken: 'Jan de Bouvrie zag wat ik met zijn bank had gedaan. Hij vond het mooi en wilde er wel eentje hebben. Ik heb hem toen duidelijk gemaakt dat zomaar krijgen niet kon. Door mij was de bank een kunstwerk geworden. Maar hij kon er wel eentje kopen. (Lachend) Dat wilde hij niet. Hier in het museum staan de banken om naar te kijken maar thuis zit ik erop, voorzichtig.'
De expositie Fong Leng & Fans – 60 jaar Fashion & Fame laat de evolutie zien die het werk van de kunstenares heeft doorgemaakt en wat haar invloed was op anderen. Haar durf, figuratieve taferelen, uitbundig kleurgebruik en fenomenale technieken inspireerden couturiers, zoals Bas
Koster en Tess van Zalinge. Curator Goudsmit is vol bewondering dat Fong Leng in de jaren ’70, een tijd die gedomineerd werd door mannelijke couturiers, als vrouw – als Chinese vrouw - een eigen plek in de modewereld wist te veroveren.
Fong Leng, geboren in 1937, is nog altijd aan het werk in haar atelier: 'Het maken van kunst maakt mijn leven mooi en blij. Ik blijf het nog steeds doen.' Haar huidige werk bestaat uit grote wandobjecten die ze maakt van leer, bont, suède en zijde. Haar kenmerkende stijl is er duidelijk in te herkennen, met veel exotische dierenfiguren, zoals die ook vroeger al voorkwamen op haar jurken en gewaden. In de tentoonstelling worden daarvan prachtige voorbeelden geshowd die uitnodigen om tot in de kleinste details te worden bekeken.
De Zaak Muurbloem vindt het belangrijk dat vrouwen zichtbaar worden gemaakt. Deze tentoonstelling zet Fong Leng in de spotlights, zoals de kunstenares op haar beurt de vrouwen van haar gewaden van glamour voorzag. Mathilde Willink en Kate Bush droegen graag creaties van Fong Leng en werden niet over het hoofd gezien. De Zaak Muurbloem schreef om die reden voor het Verhalenplatform Amsterdam 750 een ode aan Fong Leng.
Fong Leng & Fans – 60 jaar Fashion & Fame’ is tot 6 april 2026 te zien in Museum JAN.

Clara Kroes is feminist en één van de oprichters van De Zaak Muurbloem, een organisatie die de historische vrouwen uit Amsterdam-West op verschillende manieren (weer) in de schijnwerpers zet. In de jaren ‘80 richtte ze het meidenblad Kwameid op en ze schrijft nog steeds over vrouwen.


FONG LENG & FANS LAAT DE EVOLUTIE ZIEN DIE LENGS WERK HEEFT DOORGEMAAKT
Fong Leng & Fans

DE SPAANSE KONINGIN
EN DE NEDERLANDSE GESCHIEDENIS
door Marlot Akkermans
IN HET VIJFTIENDE EEUWSE SPANJE leest een meisje over het ongelooflijke leven van Jeanne d’Arc en ze voelt: ook mijn leven heeft een doel. Deze jonge vrouw is Isabella I (1451-1504).
Simone van der Vlugt schreef een historische roman over het leven dit meisje, dat later koningin van Castilië zou worden. Want waarom – zo vroeg Van der Vlugt zich af – zingen we over ‘de koning van Hispanje’ in Het Wilhelmus? Om dat te begrijpen, neemt ze ons mee naar de late middeleeuwen. Deze periode vol politiek gekonkel en verstrekkende religieuze beslissingen brengt Van der Vlugt op knappe wijze tot leven in haar nieuwe boek Kruistocht van een koningin. Persoonlijke en politieke beslissingen wisselen elkaar in hoog tempo af, zonder dat de mensen die achter die afwegingen schuilgaan, vergeten worden. Het hoge verteltempo en de aandacht voor ‘de mens’ maakt deze roman boeiend van de eerste tot de laatste bladzijde.
Om de relevantie van Isabella voor Nederland duidelijk te maken, is een korte familieschets noodzakelijk. Eén van de dochters van Isabella is Juana en zij trouwt met Filips de Schone. Filips is een zoon van Maria van Bourgondië, die, onder andere, de Lage Landen bestuurt. Met het huwelijk tussen Filips en Juana komen de verhalen van het huidige Spanje en Nederland bij elkaar. Hun zoon, Karel V, is de vader van de Spaanse koning tegen wie Willem van Oranje in opstand komt: Filips II. En ziedaar: ‘de koning van Hispanje’.
Met het levensverhaal van Isabella I gaat Van der Vlugt dus helemaal terug naar de basis van Nederland zoals wij dat kennen – op zich al een prestatie. Maar dat ze dat heeft gedaan op een manier waardoor middeleeuwse politieke en religieuze overwegingen begrijpelijk en interessant worden én Isabella I als koningin, feministe avant la lettre, echtgenote en moeder geportretteerd wordt, vind ik ongelooflijk knap. Wat een boek!
Marlot Akkermans is docent geschiedenis aan de Hanzehogeschool in Groningen. Op haar Instagrampagina @marlot.geschiedenis deelt ze haar passie voor geschiedenis en haar dagelijks leven als docent. Ze is gastschrijver voor Historical Women Project.

IK VIND HET HEERLIJK OM IN JOUW WERELD ROND TE LOPEN
door Jasmijn Groot
ROMMELMARKTEN blijven altijd een beetje achennebbisj aangelegenheden. Tenzij je die ene zeldzame schat weet te vinden. Afgelopen weekend was ik met een vriendin op een rommelmarkt in Zaandam, waar dat precies het geval was. De ruimte was net een beetje te TL-verlicht, de koopwaar deed net een beetje te veel denken aan de sweatshops van SHEIN. Totdat ik bij de kraam van een vriendelijke ondernemer uit het niets een CD spotte temidden van een lange rij willekeurig uitgestalde muziekdragers. Uit complete ongeloof moest ik het album van heel dichtbij inspecteren op echtheid. Om vervolgens hardop uit te schreeuwen: “Dit meen je niet!” Ik hield een kopie van Vashti Bunyans debuutalbum Just Another Diamond Day in mijn hand. Verkoper en vriendin keken me allebei met opgeheven wenkbrauwen aan. Want, sorry, over wie heb je het?
Vashti Bunyan is één van die artiesten die eind jaren 1960 één album heeft uitgegeven, waarna we niks meer van haar hebben gehoord. En dat terwijl het allemaal zo veelbelovend begon. De in 1945 in Newcastle upon Tyne geboren Bunyan, raakte na een tripje naar New York City op haar achttiende in de ban van Bob Dylans muziek en vond dat zij haar roeping had gevonden: ze wilde muzikant worden. Zó dik had ze het van de muziek te pakken, dat ze een jaar later van de Ruskin School of Art in Oxford werd getrapt, omdat ze zich te veel op de muziek richtte en te weinig op de kunst.
Gelukkig - en toevallig - kende een vriendin van Bunyans moeder de manager van de Rolling Stones, Andrew Loog Oldham, die voor haar wel een plek had bij zijn platenmaatschappij. De toen nog piepjonge Marianne Faithfull, die vorige week op 78-jarige leeftijd is overleden, was na succesvolle hits als As Tears Go By weggegaan om te trouwen en moeder te worden. Bunyans eerste single onder Loog Oldhams vleugels was meteen het door Mick Jagger en Keith Richards
geschreven Some Things Just Stick In Your Mind, met gitaarpartij van Jimmy Page, de latere gitarist van Led Zeppelin.
Vanaf 1967 reisde Bunyan samen met haar vriendje en gelijkgestemden door de Schotse Hooglanden om onderdeel te worden van een commune van artiesten en muzikanten. Bunyan raakte geïnspireerd door de Spartaanse levenswijze van de Schotse vrouwen, hun zelfverzonnen sprookjes en hun oude liedjes gezongen in het Gaelic. Eind 1969 zette ze in Londen haar veertien zelfgeschreven composities op de gevoelige plaat onder begeleiding van de Amerikaanse producer Joe Boyd. Just Another Diamond Day was geboren.
De plaat kreeg goeie recensies, maar had moeite om het grote publiek te vinden en werd een commerciële mislukking. Bunyan, die het vertrouwen in haar eigen kunnen compleet kwijt was geraakt, legde zich toe op haar relatie, keerde terug naar het noorden, en werd moeder van drie kinderen. Zonder dat ze het wist werd haar plaat een cultklassieker, waar aan het einde van de 20ste eeuw op online markten duizenden dollars voor werd gevraagd. Just Another Diamond Day werd in 2000 opnieuw uitgebracht op CD, waardoor het nieuwe folkartiesten bereikte. De Venezuelaanse artiest Devendra Banhart schreef Bunyan een jaar later om advies, waardoor ze een herintrede in de muziekwereld kon beginnen. In 2005 bracht ze na 35 jaar haar tweede album uit, Lookaftering.
Bunyans muziek is het beste te typeren als dromerige en lichthartige folkmuziek. Haar liedjes maken het verlangen van de zestigerjaren hippies om zich weer te kunnen verwonderen over de wereld voelbaar. Je zou bijna in je eigen kar en wagen naar Schotland trekken om daar in de natuur te leven. Nee, het gevoel dat ik krijg als ik Just Another Diamond Day opzet wordt het beste verwoord door het nummer I'd Like To Walk Around In Your Mind. Als ik Vashti Bunyan opzet, wil ik alleen nog maar in haar wereld rondlopen.

Jasmijn Groot is genderhistorica en oprichter van Historical Women Project. Ze publiceert artikelen voor onder andere Opzij en Winq en stelt haar expertise over gender en vrouwengeschiedenis ter beschikking aan verschillende media.


BUNYANS MUZIEK VOELT ALS HET VERLANGEN OM JE OVER DE WERELD TE VERWONDEREN
Just Another Diamond Day
DE FOLTERING VAN ENTGEN LUIJTEN
door Marlot Akkermans
LIMBURG, 1674. Een 74-jarige vrouw wordt op vernederende wijze verhoord. De aanklacht: hekserij en tovenarij. Een koe van haar buurman is gestorven. Een dorpsgenote werd onwel na een ontmoeting met de vrouw. Een man is ziek geworden nadat hij uit hetzelfde glas had gedronken als de vermeende heks. De vrouw heet Entgen Luijten. De aanklager, Herman Tacken, heeft genoeg gehoord en beschuldigt Entgen officieel van hekserij.
In de aangrijpende roman De heks van Limbricht beschrijft Susan Smit de beschuldiging, het verhoor, de foltering en de uiteindelijke dood van Entgen Luijten; de laatste vrouw die op Nederlands grondgebied werd beschuldigd van hekserij. In het jaar 1674 is Antoni van Leeuwenhoek, de nu wereldberoemde microbioloog, 42 jaar oud. Maria Sybilla Merian werkt aan haar carrière als ’s werelds eerste ecoloog. Joost van den Vondel’s treurspel Lucifer is allang in première gegaan. Wetenschap en kunsten floreren. Dit is de ‘Gouden Eeuw’. Toch ontstond tussen 1550 en 1650 een hevige opleving van heksenvervolgingen.
In De heks van Limbricht wisselen heden en verleden elkaar op dynamische wijze af. Het raamwerk wordt gevormd door Entgen’s opsluiting in de kille kerker van kasteel Limbricht. Gedachten en herinneringen uit haar nabije en verre geschiedenis vullen de lange en eenzame dagen. Soms wordt ze bezocht voor een onterend onderzoek of ondervraging. Ze wordt gefolterd. Haar 74-jarige lijf wordt kapotgemaakt. Toch bekent ze niet - en dat is problematisch voor de aanklager, want nu kan er geen straf opgelegd worden. Dan overlijdt ze in de kerker, artsen concluderen dat ze is gewurgd. De aanklager beweert dat Entgen zelfmoord heeft gepleegd en beschouwt dat als schuldbekentenis. Haar bezittingen worden verkocht. Ze wordt anoniem begraven op het galgenveld. Haar zes kippen en een hoender gaan naar Herman Tacken.
Het volledige procesdossier van Entgen Luijten waarop Smit haar roman heeft gebaseerd, is bewaard gebleven. Smit draagt de naam ‘heks’ inmiddels als geuzennaam en heeft het haar missie gemaakt te strijden voor postuum eerherstel van slachtoffers van heksenjachten.
Marlot Akkermans is docent geschiedenis aan de Hanzehogeschool in Groningen. Op haar Instagrampagina @marlot.geschiedenis deelt ze haar passie voor geschiedenis en haar dagelijks leven als docent. Ze is gastschrijver voor Historical Women Project.

EEN BELANGRIJKE STEM IN DE
GESCHIEDENIS VAN DE HOLOCAUST
door Marjonne Maan
ETTY HILLESUM (1914-1943) is een van de meest bewonderde vrouwen uit de moderne geschiedenis. Ze wordt bewonderd om haar innerlijke kracht tijdens de gruwelijke Jodenvervolging door de nazi's in Nederland. Maar ze was zeker niet naïef. “Het gaat om onze ondergang en onze vernietiging, we hoeven ons geen illusies te maken,” schreef ze op 3 juli 1942 in haar dagboek. Deze dagboeken vormen de basis voor de biografie die Judith Koelemeijer over haar schreef. In dit goed geschreven boek beschrijft zij de geestelijke ontwikkeling die Hillesum doormaakte tijdens de oorlog.
Terwijl de nazi's haar vrijheid bedreigden, raakte Etty Hillesum ervan overtuigd dat ze de ware vrijheid alleen in zichzelf kon vinden. Meer en meer, schrijft Koelemeijer, vertrouwde ze erop dat ze het gevaar van buitenaf geestelijk kon weerstaan “en dat er, ondanks de voortdurende beperking van haar vrijheden, een ruimte in haar groeide waar ze altijd een toevluchtsoord kon vinden. Er was geen ander antwoord op de terreur, vertelde ze zichzelf, dan de weg naar binnen te volgen en de haat uit te roeien waar die begon: in de harten van
mensen, te beginnen bij zichzelf.”
Etty Hillesum koos ervoor om niet onder te duiken, hoewel ze daar verschillende kansen voor kreeg. Ze vond dat ze het collectieve lot van de Joden in solidariteit moest aanvaarden en ondergaan. Op aandringen van haar broer Jaap besloot ze toch voor de Joodsche Raad te gaan werken. Ze vond het werk van de Joodsche Raad zinloos en onlogisch. Toch zag ze wel een rol voor zichzelf weggelegd: in doorgangskamp Westerbork heeft ze als lid van de Joodsche Raad veel mensen geestelijk ondersteund en tot het einde toe bemoedigd.
Op 7 september 1943 werd Etty zelf op transport gesteld naar Auschwitz. Dit transport bestond uit 987 mensen. Slechts 6 van hen overleefde het.
Etty Hillesum is een belangrijke stem in de Nederlandse literatuur en in de geschiedenis van de Holocaust. Zij verdient het dat haar leven door middel van deze biografie toegankelijk wordt gemaakt voor een breder publiek.
-modified.png)
Marjonne Maan is historicus, leraar en schrijver. Ze schrijft en geeft lezingen over het beladen oorlogsverleden van haar familie, daderschap en onderwijs.
Ze is gastschrijfster voor Historical Women Projectt

OUDHEIDSHELDINNEN
door Jasmijn Groot
SOMS, heel soms, heb je gewoon ontzettende mazzel. Een aantal weken geleden werd ik tijdens een workshop aan de Vrije Universiteit vriendelijk uitgenodigd door twee deelnemers om mijn lunch met hen te nuttigen. We wisselden tijdens onze maaltijd de hilarisch venijnige opmerkingen die Gore Vidal richting zijn collega schrijvers afvuurde uit, vooral die aan Truman Capote, wiens alcoholisme en excentriciteit we ook meteen maar bespraken. Pas toen we de zaal weer ingingen realiseerde ik me dat ik net had geluncht met één van mijn heldinnen, Mieke de Vos.
Mieke de Vos is classica en vertaalster, en bovendien schrijfster van één van mijn favoriete boeken over vrouwen uit de klassieke oudheid, Ik verlang en sta in brand, dat ik in 2020 mocht recenseren voor Jonge Historici. In dit boekje behandelde ze negen dichteressen uit de antiek Griekse en Romeinse wereld, die iedere vrouwengeschiedenisliefhebber moet kennen. Maar De Vos vertelde niet alleen wat we nog over hen weten. Ze benadrukte dat deze dichteressen stuk voor stuk verschillend waren en ze legde uit dat hun vrouwzijn het enige is wat hen verbindt - één van de belangrijke lessen die ik als genderhistorica uit dit boekje heb gehaald.
Samen met onze andere lunchpartner, Michiel
Leezenberg, filosoof en docent aan de afdeling Wijsbegeerte van de UvA, presenteerde Mieke tijdens de workshop een nieuw boek vol heldinnen uit de Oudheid, Zorg goed voor je ziel: vrouwelijke Griekse filosofen van Theano tot Hypatia. In dit werk plaatsen zij vrouwen terug in de antieke filosofische traditie en behandelen ze naar de in de titel genoemde filosofen nog 10 andere individuen: Cleobulina, Aesara van Lucania, Perictione, Myia, Phintys, Melissa, Hipparchia, Cleopatra de alchemsit, Ptolemaïs, Macrina de Jongere en Sosipatra. Wederom draaien hun biografieën er niet alleen om wat we nog over hen weten en wat er van hun traktaten is overgebleven. De Vos en Leezenberg zetten ook uitgebreid uiteen wat hun mannelijke collega's ervan vonden dat vrouwen filosofie bedreven en hoe zij over hun werk dachten. Daarnaast behandelen ze hun eeuwenlange en bijzonder uitgebreide Nachleben, vooral onder academici: hoe zij hebben gediscussieerd over de private sfeer van vrouwen in het oude Griekenland, hoe hun werk de publieke sfeer van mannen betrad, en in hoeverre we zeker kunnen zijn dat we hier wel te maken hebben met vrouwen.
Voor liefhebbers van het eerdere werk van De Vos over vrouwengeschiedenis is dit nieuwe boekje als een warm bad!
Jasmijn Groot is genderhistorica en oprichter van Historical Women Project. Ze publiceert artikelen voor onder andere Opzij en Winq en stelt haar expertise over gender en vrouwengeschiedenis ter beschikking aan verschillende media.

SEI SHONAGON
EN HET HOOFDKUSSENBOEK
door Sebastiaan Coops
HET HOF van keizerin Teishi (977-1001) had een sfeer van verfijning en intellect. De keizerin omringde zich met getalenteerde hofdames, die bijdroegen aan een uitstekend literair klimaat. De pen was hun zwaard, en in deze bloeiperiode van de Japanse literatuur werden verschillende meesterwerken door vrouwen geschreven. Het is zelfs algemeen aangenomen dat de eerste Japanse roman, Genji Monogatari (Het verhaal van Genji), werd geschreven door een van haar hofdames, Murasaki Shikibu, rond het jaar 1000.
Een andere opvallende schrijfster aan het hof van Teishi was Sei Shonagon (966-1017), van wie Makura no Sōshi – in het Nederlands bekend als Het hoofdkussenboek – nog steeds wereldwijd wordt gelezen, zelfs 1000 jaar na het verschijnen ervan. Het werk wordt tegenwoordig beschouwd als een toonbeeld van verfijnd en scherpzinnig schrijven. In dit boek brengt Shonagon de hofcultuur tot leven, van roddels en intriges tot buitengewone gebeurtenissen, alles gebracht vanuit haar persoonlijke observaties en humor. Ze schrijft in de vorm van anekdotes, korte aantekeningen en lijstjes, zonder vaste chronologische volgorde. Het resultaat is dat het hof van Teishi lijkt te zweven in een tijdloze ruimte. Door deze losse structuur blijft het hof, ondanks het verdwijnen van de politieke context, een plek van waardigheid.
Het hoofdkussenboek heeft ook een opstandige ondertoon. Shonagon, als vrouw, gebruikte het formele Chinees – een taal die traditioneel alleen door mannen werd beheerst. Murasaki Shikibu, die haar collega was aan het hof, schreef spottend over haar Chinese teksten,
waarin volgens haar talloze fouten stonden: "Ze heeft een buitengewone lucht van zelfvoldoening, maar wie haar Chinese teksten leest, ziet de fouten." Ze verwijst ook
naar Shonagons voortdurende poging om anders te zijn dan anderen, en vraagt zich af hoe het goed met haar kan aflopen.
Hoe het precies afloopt met Sei Shonagon, weten we niet. We kennen haar alleen van haar eigen werk. Wat we daaruit halen, is haar scherpe geest, humor, opmerkzaamheid en de durf om soms de gang van zaken te ondermijnen. Waar in Genji Monogatari de vrouwen vaak onderworpen zijn aan de liefdesavontuurtjes van de mannelijke hoofdpersoon, zijn het in Shonagons werk juist de vrouwen die het heft in handen hebben. Wie anders kan dag en nacht het hele paleis doorlopen dan een vrouw, zoals ze meteen aan het begin van haar boek beschrijft? Ook zijn het vaak de mannen die als aandoenlijk of zelfs lachwekkend worden neergezet, terwijl de vrouwen niet zelden het middelpunt van het hof lijken te vormen. Neem bijvoorbeeld het moment waarop een adellijke heer uit de machtige Fujiwara-familie achter haar ossenkar aanrent in de regen. Volgens Shonagon zag hij eruit "heel aandoenlijk, met een kalmoestak in zijn hand."
De stijl van het boek is luchtig, en het lijkt wel alsof er 1000 jaar verdwijnen wanneer je lacht om Shonagons gevatte opmerkingen of mee droomt over de lente. Wie iets wil leren over de geschiedenis van vrouwen, zou Het hoofdkussenboek zeker moeten lezen. Het laat zien dat vrouwen, ook 1000 jaar geleden, nooit de stille, ondergeschikte figuren waren die vaak aan hen worden toegeschreven. Hoe heerlijk is het om te ontdekken dat dit niet het geval was! In het Nederlands is er een uitstekende vertaling van Jos Vos, die het boek direct uit de Japanse bronnen vertaalde. Volgens verschillende recensenten is zijn vertaling zelfs beter dan vele Engelstalige versies.

Sebastiaan Coops is een historicus en schrijver voor Historical Women Project. Tijdens zijn studie geschiedenis en Azië-studies aan de Universiteit Leiden heeft hij zich veel beziggehouden met Nederlandse koloniale geschiedenis, met een bijzondere interesse in materiële geschiedenis.











