VROUWEN MET EEN AMBACHT (DEEL 2)
- HWP x The Forgotten Her Story

- 7 dagen geleden
- 9 minuten om te lezen
BARBER JACOBS EN DE WERELD VAN DE UITDRAGERIJ

In de bruisende straten van het vroegmoderne Amsterdam bloeide een unieke vorm van handel, die lange tijd grotendeels onopgemerkt bleef in de geschiedenis: de uitdragerij. Een uitdrager was een handelaar in tweedehands goederen, zoals huisraad, meubels, houtwerk, kleding en zelfs kunst, die armere gezinnen niet nieuw konden kopen. Zowel mannen als vrouwen konden dit beroep uitoefenen, al werd het in de eerste eeuwen ervan door vrouwen gedomineerd. Maar in de zeventiende eeuw begonnen mannen het vak over te nemen.
Uitdragers verkregen hun goederen op verschillende manieren: via straatverkopers, particuliere huishoudens en, belangrijker nog, veilingen georganiseerd door de weeskamer. De weeskamer was een instelling die de nalatenschappen van overleden ouders beheerde namens hun kinderen totdat zij volwassen werden. Volledige inboedels werden vaak geveild en de opbrengsten werden later aan de dan volwassen geworden erfgenamen uitgekeerd. Dankzij de nauwkeurige administratie van deze verkopen, hebben historici een gedetailleerd inzicht in het leven en werk van uitdragers. Deze gegevens tonen met name de belangrijke rol die vrouwen in dit beroep speelden. De oudste bekende vermelding van een vrouwelijke uitrdrager dateert uit 1381 in Utrecht, wat aantoont dat vrouwen al lange tijd centraal stonden in dit vak.

Onder deze vrouwen springt één naam eruit: Barber Jacobs (1549–1624). Zij wordt herinnerd als de meest vooraanstaande uitdrager van Amsterdam in haar tijd. Haar verhaal biedt een zeldzaam inkijkje in zowel het beroep als in het leven van vrouwelijke handelaren in de vroegmoderne periode.
Barber Jacobs werd geboren in een relatief welgestelde familie aan de St. Janstraat in Amsterdam. Haar vader was loods (scheepspiloot), en haar gezin leidde een comfortabel leven. De St. Janstraat was ook een centrum voor uitdragers en veel huishoudens in de buurt combineerden wonen en handel. In 1572 trouwde Barber met Pieter Segerzoon, een stadsbode die later voor de weeskamer werkte. In die functie was Pieter nauw betrokken bij de veilingen waar uitdragers hun goederen verkregen. Zijn rooms-katholieke geloof leidde echter tot zijn ontslag in 1578, tijdens een periode van religieuze onrust. Daardoor raakte het gezin zijn belangrijkste bron van inkomsten kwijt.
Geconfronteerd met financiële nood stapte Barber Jacobs zelf in het beroep. Ze werd uitdrager.Niet zomaar een uitdrager, maar de leidende figuur in Amsterdam. Haar eerste vermelding in de stadsregisters als uitdrager dateert uit 1590 en markeert het begin van een carrière die haar huishouden welvarend zou maken, ondanks de uitdagingen waarmee ze werd geconfronteerd. Barber runde haar bedrijf terwijl ze zes kinderen opvoedde. Na het overlijden van Pieter in 1602 bleef ze onvermoeibaar doorwerken. Zelfs na de geboorte van haar jongste dochter bleef ze intensief betrokken bij haar handel. Daarmee liet ze de combinatie van veerkracht, zakelijk inzicht en sociale vaardigheid zien die haar carrière kenmerkte.

De werkdagen van Barber Jacobs waren gevuld met voortdurende bedrijvigheid. Op een doorsnee ochtend kon ze de veilingzaal van de weeskamer bezoeken, waar complete inboedels,tafels, bedden, kasten en zelfs wandtapijten, te koop werden aangeboden. Ze inspecteerde elk item zorgvuldig, tikte op het hout van een kast om de kwaliteit te testen, rolde textiel uit om het aantal draden te bekijken en onderhandelde soms over een lagere prijs door kleine gebreken aan te wijzen. Later keerde ze terug naar haar winkel aan de St. Janstraat waar ze nieuw aangekochte meubels naast tweedehands aardewerk, kleding en kleine luxeartikelen rangschikte die ze bij straatverkopers had verzameld.
Gezinnen uit de hele stad kwamen langs en Barber wist precies hoe ze een koper aan het juiste stuk moest koppelen, zodat ze zowel een verkoop als tevreden klanten had.
Later in haar leven werd de expertise van Barber Jacobs officieel erkend toen zij door de weeskamer werd aangesteld als schatster. Een schatster was verantwoordelijk voor het taxeren van nalatenschappen tijdens veilingen en stelde de prijzen vast van huisraad en bezittingen van overledenen. Deze rol gaf Barber aanzienlijke invloed en status binnen haar gemeenschap. Bij haar overlijden in 1624 omvatte haar erfenis drie huizen, een bewijs van de welvaart en zekerheid die ze door haar vaardigheid en doorzettingsvermogen had opgebouwd.
Het beroep van uitdrager was van groot belang voor het sociale en economische weefsel van vroegmoderne Nederlandse steden. Door de verkoop van tweedehands goederen mogelijk te maken, zorgden uitdragers ervoor dat essentiële spullen toegankelijk werden voor armere gezinnen. Ze fungeerden als tussenpersonen in een complexe markt: ze verzamelden goederen van straatverkopers, particuliere verkopers en veilingen van de weeskamer, en verkochten deze vervolgens door aan mensen die zich geen nieuwe producten konden veroorloven. Hoewel mannen in de zeventiende eeuw uiteindelijk het beroep gingen domineren, hadden vrouwen zoals Barber Jacobs zich al lang gevestigd als bekwame en slimme handelaren, die een centrale rol speelden in de distributie van goederen in de stad.
Uitdragers waren vaak nauw verbonden met bredere netwerken van handel en stedelijk leven. Hun werk vereiste kennis van zowel de markt als de kwaliteit van de goederen waarmee ze handelden. Ze wisten vaak over het hoofd geziene schatten te redden, zoals een gebarsten stoel die gerepareerd kon worden, een verbleekt wandtapijt waarvan het ontwerp nog steeds fascineerde, of een set afgedankte zilveren lepels . Door deze items te herstellen en opnieuw te verspreiden, behielden uitdragers de materiële cultuur van Amsterdam, terwijl ze gezinnen met bescheiden middelen ondersteunden.

Het verhaal van Barber Jacobs belichaamt de kansen en uitdagingen van dit beroep. Ze bewoog zich door complexe sociale en economische netwerken, maakte gebruik van haar kennis van veilingen en nalatenschappen, en beheerde haar huishouden terwijl ze een van de succesvolste uitdragerijen van Amsterdam opbouwde. Andere opmerkelijke uitdragers waren Hille Coppens, Neel Engelen, Trijn van Royen en Marie Meynssen. Zij waren allemaal vrouwen die, net als Barber, ondernemerschap combineerden met sociale invloed in een door mannen gedomineerde wereld.
Wanneer we terugkijken op het leven van Barber Jacobs en de wereld van de uitdragers, wordt duidelijk dat deze vrouwen meer waren dan alleen handelaren. Ze waren centrale figuren in de stedelijke economie, bemiddelaars van sociale mobiliteit en hoeders van cultureel en materieel erfgoed via de goederen die zij verspreidden. De nalatenschap van Barber Jacobs herinnert ons aan de vindingrijkheid en veerkracht van vrouwen in het vroegmoderne Europa, die noodzaak wisten om te zetten in kansen en een blijvende stempel drukten op het commerciële en sociale leven van hun steden.
Bronnen:
Dorr, D. (2021). ‘Barber Jacobs: Tweedehands Vermogen’. In: Moorman, J. (red.),
Gouden vrouwen van de 17de eeuw: van kunstenaars tot verzamelaars. WBooks,
Zwolle, the Netherlands.
Van Eeghen, I., ‘Uitdraagsters t’ zij man of vrouw’, Amstelodamum 56 (1969), 102-110.
Van Eeghen, I., ‘Haes Paradijs en de uitdraagsters’, Jaarboek voor
vrouwengeschiedenis 8 (1987), 125-133.
Montias. J.M., Art at Auction in 17th century Amsterdam, Amsterdam 2002.
Puyenbroek, M., Gezworen schatsters. Taxeersters van huisraad en kunst in
vroegmodern Amsterdam, researchmaster scriptie, Universiteit van Amsterdam 2020.
Wijngaarden, H. van, ‘Op zoek naar uitdraagsters’, Historica 18 (1995), 11-12.
Wijngaarden, H. van, 'Jacobs, Barber (1549-1624),' Vrouwenlexicon. Geraadpleegd op 26 augustus 2025 via https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Barber%20Jacobs

'Vrouwen met een ambacht' is een serie artikelen over drie ambachtsvrouwen uit het verleden. De serie vormt onderdeel van de samenwerking tussen het Historical Women Project en The Forgotten Her Story, een platform dat zoekt naar inspirerende verhalen van vrouwen die zich specialiseren in prachtige ambachten.
- ENGLISH BELOW -

In the bustling streets of early modern Amsterdam, a unique form of trade flourished,
largely unnoticed by history until recently: the uitdragerij. An uitdrager was a dealer in
secondhand goods—household items, furniture, woodwork, clothing, and even art—
that poorer families could not afford to purchase new. Both men and women could take up the profession, though in its earliest centuries, it was overwhelmingly dominated by
women. By the seventeenth century, however, men had begun to take over the trade.
Uitdragers acquired goods from a variety of sources: street vendors, private
households, and, importantly, auctions conducted by the orphan chamber
(Weeskamer). The orphan chamber was an institution that managed the estates of
deceased parents on behalf of their children until they reached adulthood. Entire
households were often auctioned, and the proceeds were later given to the now-grown
detailed insights into the lives and work of uitdragers. They reveal in particular the
significant role women played in the trade. The oldest known record of a female
uitdrager dates back to Utrecht in 1381, demonstrating that women had long been
central to this occupation.

Among these women, one name stands out: Barber Jacobs (1549–1624). She is
remembered as the most prominent uitdrager in Amsterdam during her lifetime. Her story offers a rare window into both the profession and the lives of early modern
women traders.
Barber Jacobs was born into a relatively affluent family on St. Janstraat in Amsterdam.
Her father was a ship’s pilot, and her family enjoyed a comfortable life. St. Janstraat
was also a hub for uitdragers, and many households in the neighborhood combined
living and trading spaces. In 1572, Barber married Pieter Segerzoon, a city messenger
who later worked for the orphan chamber. In his position, Pieter was closely involved
with the auctions where uitdragers acquired their goods. However, his Roman Catholic
faith led to his dismissal in 1578 during a period of religious turmoil, and the family lost
its primary source of income.
Faced with financial necessity, Barber Jacobs stepped into the profession herself. She
became an uitdrager—and not just any uitdrager, but the leading figure in Amsterdam.
Her first appearance in the city’s registers as an uitdrager was in 1590, marking the start of a career that would make her household prosperous despite the challenges she
faced. Barber ran her business while raising six children, and after Pieter’s death in
1602, she continued working tirelessly. Even after the birth of her youngest daughter,
she remained deeply involved in her trade, demonstrating the combination of
resilience, business acumen, and social savvy that characterized her career.

Barber Jacobs’ workdays were filled with constant activity. On a typical morning, she
might visit the orphan chamber’s auction hall, where entire households—tables, beds,
cupboards, and even tapestries—were laid out for sale. She carefully inspected each
item, tapping the wood of a cupboard to test its quality, unfurling textiles to examine
thread counts, and sometimes even negotiating a lower price by pointing out minor
imperfections. Later, she would return to her shop on St. Janstraat, arranging newly
purchased furniture alongside secondhand ceramics, clothing, and small luxury items
she had collected from street vendors. Families from across the city would visit, and
Barber knew how to match a buyer with the perfect piece, ensuring both a sale and the
satisfaction of her clients.
Later in life, Barber Jacobs’ expertise was recognized formally when she was appointed
as a schatster by the orphan chamber. A schatster was responsible for assessing the
value of estates during auctions, determining the prices of household goods and
possessions of the deceased. This role gave Barber considerable influence and status
in her community. At her death in 1624, her inheritance included three houses—a
testament to the wealth and security she had built through her skill and perseverance.
The profession of uitdragers itself was vital to the social and economic fabric of early
modern Dutch cities. By facilitating the sale of secondhand goods, uitdragers made
essential items accessible to poorer families. They acted as intermediaries in a
complex market, acquiring goods from street vendors, private sellers, and orphan
chamber auctions, then reselling them to those who could not afford newly
manufactured items. While men eventually dominated the trade in the seventeenth
century, women like Barber Jacobs had long established themselves as competent,
savvy traders, central to the distribution of goods in the city.
Uitdragers were often deeply connected to the broader networks of commerce and
civic life. Their work required knowledge of both the market and the quality of the goods they handled. They would rescue overlooked treasures—a cracked chair that could be
repaired, a faded tapestry whose design still captivated, or a set of silver spoons that
had been discarded. By restoring and redistributing these items, uitdragers preserved
Amsterdam’s material culture while supporting families of modest means.

Barber Jacobs’ story exemplifies the opportunities and challenges of this profession.
She navigated complex social and economic networks, leveraged her knowledge of
auctions and estates, and managed her household while building one of the most
successful uitdragerij operations in Amsterdam. Other notable uitdragers included Hille Coppens, Neel Engelen, Trijn van Royen, and Marie Meynssen. All of them were women who, like Barber, combined entrepreneurial skill with social influence in a male-dominated world.
In reflecting on Barber Jacobs’ life and the world of uitdragers, it becomes clear that
these women were more than mere traders. They were central figures in the urban
economy, mediators of social mobility, and preservers of cultural and material heritage
through the goods they circulated. Barber Jacobs’ legacy reminds us of the ingenuity
and resilience of women in early modern Europe, who transformed necessity into
opportunity and left an indelible mark on the commercial and social life of their cities.
Sources:
Dorr, D. (2021). ‘Barber Jacobs: Tweedehands Vermogen’. In: Moorman, J. (red.),
Gouden vrouwen van de 17de eeuw: van kunstenaars tot verzamelaars. WBooks,
Zwolle, the Netherlands.
Van Eeghen, I., ‘Uitdraagsters t’ zij man of vrouw’, Amstelodamum 56 (1969), 102-110.
Van Eeghen, I., ‘Haes Paradijs en de uitdraagsters’, Jaarboek voor
vrouwengeschiedenis 8 (1987), 125-133.
Montias. J.M., Art at Auction in 17th century Amsterdam, Amsterdam 2002.
Puyenbroek, M., Gezworen schatsters. Taxeersters van huisraad en kunst in
vroegmodern Amsterdam, researchmaster scriptie, Universiteit van Amsterdam 2020.
Wijngaarden, H. van, ‘Op zoek naar uitdraagsters’, Historica 18 (1995), 11-12.
Wijngaarden, H. van, 'Jacobs, Barber (1549-1624),' Vrouwenlexicon. Geraadpleegd op 26 augustus 2025 via https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Barber%20Jacobs

'Vrouwen met een ambacht' ('Women and their craft') is a series of articles about three female artisans from the past. The series is part of a collaboration between the Historical Women Project and The Forgotten Her Story, a platform dedicated to uncovering inspiring stories of women who specialize in remarkable crafts.




Opmerkingen