top of page

KUNSTGESCHIEDENIS ZONDER MANNEN

  • Foto van schrijver: Jasmijn Groot
    Jasmijn Groot
  • 18 mrt 2023
  • 7 minuten om te lezen
schilderij

Tijdens mijn jaren op de universiteit besloot ik om een paar kunstgeschiedeniscolleges

te volgen om mijn kennis te verbeteren over de betekenis achter verschillende soorten afbeeldingen van vrouwen in Oudgriekse kunst. Ik realiseerde me al snel dat, hoewel vrouwen regelmatig het onderwerp van kunst waren, er nooit vrouwelijke kunstenaars werden genoemd. Dat merkte de Britse kunsthistorica Katy Hessel ook toen ze in 2015 een kunstbeurs bijwoonde. Van de duizenden kunstwerken die werden tentoongesteld, was er geen één door een vrouw gemaakt. Hessel was zeker niet de eerste die het gebrek aan representatie van vrouwelijke kunstenaars ter harte nam. Linda Nochlin had in 1971 al het baanbrekende essay Why Have There Been No Great Women Artists? Geschreven, waarmee ze een debat op gang bracht over het gebrek aan erkenning voor kunstenaressen. Maar voor Hessel was het duidelijk dat er sindsdien niet veel veranderd was. Ze besloot haar instagramaccount @thegreatwomanartists te lanceren, gevolgd door een podcast met dezelfde naam in 2019, en afgelopen september verscheen haar boek The Story of Art Without Men.


Exclusief Vrouwelijk Canon


De titel maakt geen geheim van de intentie om mannen volledig uit te sluiten, en Hessel houdt zich zeker aan haar woord in deze nieuwe gids over kunstgeschiedenis: ze neemt geen enkele mannelijke kunstenaar op in haar verhaal. Voor dat ik begon met lezen had ik daar zo mijn bedenkingen over. We willen toch dat vrouwen in dezelfde geschiedenisboeken worden opgenomen als mannen? Dat ze naast elkaar komen te staan, in plaats van dat ze als twee afzonderlijke entiteiten worden behandeld? Wat is dan de waarde van een boek als er geen kruisvergelijking tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars plaatsvindt? Maar al vrij snel werd me duidelijk waarom Hessel heeft gekozen voor een exclusief vrouwelijk canon.


Als ze de vrouwen naast de mannen had gezet, zou er nog steeds de mogelijkheid zijn geweest dat ze zouden overkomen als tweederangs kunstenaars naast de mannelijke artiesten die de meesten van ons allang al kennen. Door deze vrouwelijke kunstenaars eindelijk centraal te stellen, kunnen we hen volledig waarderen om wie ze waren - en nog steeds zijn. Dit komt niet in het minste door Hessels gepassioneerd geformuleerde biografieën, evenals haar prachtig geformuleerde toeschrijvingen van de talenten en kwaliteiten van elke vrouwelijke kunstenaar in dit boek. Ze zal het je onmogelijk maken om het boek neer te leggen zonder genegenheid te voelen voor Artemisa Gentileschi (1593-1653/6), Vanessa Bell (1879-1961), Elizabeth Catlett (1915-2012) of Alice Neel (1990-1984), om er maar een paar te noemen.


De Ervaring van de Kunstenares


Uiteraard moeten de regels die mannen hebben uitgevonden om vrouwen uit de kunsten te houden op verschillende momenten worden genoemd. Alleen om te benadrukken hoezeer vrouwen die doorbraken en er toch in slaagden professionele kunstenaars te worden. De kunstgeschiedenis die Hessel heeft opgeschreven, gaat dus niet alleen over de vrouwelijke kunstenaars die je zou moeten kennen. Het gaat nog meer over hun ervaringen als vrouwelijke kunstenaars. Het gaat over hoe schilders als Elisabetta Sirani (1638-1665) geen naaktlessen mochten volgen. Of hoe een Franse hofschilderes als Elisabeth Vigée Le Brun (1755-1842) na de Franse Revolutie voelde hoe de sfeer vrouwonvriendelijker was geworden. En het gaat ook over bepaalde kunststromingen, zoals Bauhaus en de Surrealistische beweging, die beweerden progressief te zijn, terwijl ze vrouwen nog steeds als mindere kunstenaars dan mannen zagen en hen effectief beperkingen oplegden.


Door kritische vragen te stellen, stelt Hessel niet alleen de vrouwen centraal die we niet mogen vergeten, maar ook de media waarmee ze werkten, de kunststromingen waarmee ze werden geassocieerd en de onderwerpen die ze in beeld brachten. Deze zaken maken duidelijk dat er veel kunstwerken zijn die niet als zodanig worden beschouwd, simpelweg vanwege hun associatie met het vrouwelijke. Hessel roemt bijvoorbeeld quilten en aardewerk (lang beschouwd als een 'ambacht' en geen kunstvorm) waar respectievelijk Harriet Powers (1837-1910) en Nampeyo (1859-1942) meesters in waren. Ze besteedt aandacht aan het Spiritualisme, een kunststroming die steeds meer respect krijgt, mede door de hernieuwde belangstelling voor een van haar meest prominente kunstenaars, Hilda af Klint (1862-1944). En ze bespreekt in detail verschillende prachtige stukken, waarin de kunstenaressen doelbewust hun identiteit als vrouw verkenden. Enkele van de meest ontroerende voorbeelden zijn Nameless and Friendless (1857) van Emily Mary Osborn (1828-1925), At the Mirror (1930) van Lotte Laserstein (1898-1993) en Birthday (1942) van Dorothea Tanning (1910-2012).


Een nieuwe Janson's


In The Story of Art Without Men geeft Katy Hessel een ongelooflijk genuanceerd verslag van vrouwelijke kunstenaars die zich lieten inspireren door de wereld om hen heen en de tijd waarin ze leefden, hoe ze werden tegengehouden door de maatschappij, hoe ze toch hun kenmerkende stijlen vonden, en zelfs hoe ze andere (mannelijke) kunstenaars wisten te inspireren – zonder daar krediet voor te krijgen, natuurlijk. Toen ik me inschreef voor die kunstgeschiedeniscolleges, al die jaren geleden, moesten alle studenten Janson's History of Art kopen, een fundamenteel boek voor elke kunstgeschiedenisstudent waar dan ook in de Westerse wereld. Ik wou dat we toen als Hessels The Story of Art Without Men tot onze beschikking hadden gehad als aanvulling op Janson. Zoals Hessel in de inleiding stelt, is haar boek geenszins een definitief verslag van de kunstgeschiedenis van vrouwen. Maar ze heeft op zijn minst de eerste editie van Janson’s equivalent voor dit onderwerp op papier gezet.



boekkaft the story of art without men katy hessel


'The Story of Art Without Men' by Katy Hessel (9780393881868 - €48,95 hardback) is nu overal verkrijgbaar.





auteursfoto jasmijn groot

Jasmijn Groot is genderhistorica. Ze publiceert artikelen voor onder andere Opzij en Winq en stelt haar expertise ter beschikking aan verschillende multimedia. Jasmijn studeerde Geschiedenis en Oudheidkunde aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. 



 - ENGLISH BELOW -


schilderij


During my years at university, I decided to take a few art history classes to deepen my understanding of the meanings behind different representations of women in ancient Greek art. I quickly realized that, although women were frequently the subject of art, female artists were never mentioned. British art historian Katy Hessel noticed the same thing when she attended an art fair in 2015. Of the thousands of artworks on display, not a single one had been made by a woman. Hessel was certainly not the first to take the lack of representation of female artists seriously. Linda Nochlin had already written the groundbreaking essay Why Have There Been No Great Women Artists? in 1971, sparking a debate about the lack of recognition for women artists. But for Hessel, it was clear that little had changed since then. She decided to launch her Instagram account @thegreatwomenartists, followed by a podcast of the same name in 2019, and this past September saw the publication of her book The Story of Art Without Men.


An Exclusively Female Canon


The title makes no secret of its intention to completely exclude men, and Hessel certainly keeps her word in this new guide to art history: she does not include a single male artist in her narrative. Before I started reading, I had my reservations about this. Don’t we want women to be included in the same history books as men? To stand alongside them, rather than be treated as separate entities? What is the value of a book if there is no cross-comparison between male and female artists? But it soon became clear to me why Hessel chose an exclusively female canon.


Had she placed women alongside men, there would still have been the risk that they would come across as second-rate artists compared to the male artists most of us already know. By finally placing these women at the center, we are able to fully appreciate them for who they were—and still are. This is due in no small part to Hessel’s passionately written biographies, as well as her beautifully articulated descriptions of each artist’s talents and qualities. She makes it impossible to put the book down without feeling a sense of admiration for artists such as Artemisia Gentileschi (1593–1653/6), Vanessa Bell (1879–1961), Elizabeth Catlett (1915–2012), and Alice Neel (1900–1984), to name just a few.


The Experience of the Female Artist


Of course, the rules invented by men to exclude women from the arts must be addressed at various points—if only to highlight just how remarkable it was when women broke through and managed to become professional artists. The art history Hessel has written is therefore not just about the female artists you should know; it is even more about their experiences as women. It is about how painters like Elisabetta Sirani (1638–1665) were not allowed to attend life drawing classes. Or how a French court painter like Élisabeth Vigée Le Brun (1755–1842) felt the atmosphere become more hostile to women after the French Revolution. It also discusses artistic movements such as Bauhaus and the Surrealist movement, which claimed to be progressive while still treating women as inferior artists and effectively imposing limitations on them.


By asking critical questions, Hessel not only centers the women we must not forget, but also the media they worked with, the movements they were associated with, and the subjects they depicted. These elements reveal that many works are not considered “art” simply because of their association with the feminine. For example, Hessel praises quilting and pottery—long regarded as “craft” rather than art—in which Harriet Powers (1837–1910) and Nampeyo (1859–1942) were masters. She also pays attention to Spiritualism, a movement gaining renewed respect, partly due to growing interest in one of its most prominent artists, Hilma af Klint (1862–1944). In addition, she discusses in detail several remarkable works in which artists deliberately explored their identities as women. Some of the most moving examples include Nameless and Friendless (1857) by Emily Mary Osborn (1828–1925), At the Mirror (1930) by Lotte Laserstein (1898–1993), and Birthday (1942) by Dorothea Tanning (1910–2012).


A New Janson’s


In The Story of Art Without Men, Katy Hessel offers an incredibly nuanced account of female artists: how they were inspired by the world around them and the times in which they lived, how they were constrained by society, how they nevertheless developed their own distinctive styles, and even how they managed to inspire other (male) artists—without receiving credit for it, of course. When I enrolled in those art history classes all those years ago, all students were required to buy Janson's History of Art, a foundational book for any art history student in the Western world. I wish we had had access to Hessel’s The Story of Art Without Men back then as a complement to Janson. As Hessel states in her introduction, her book is by no means a definitive account of women’s art history. But she has, at the very least, put the first edition of a Janson-equivalent for this subject onto paper.



boekkaft the story of art without men katy hessel



'The Story of Art Without Men' by Katy Hessel (9780393881868 – €48.95, hardback) is now available everywhere.





auteursfoto jasmijn groot

Jasmijn Groot is a gender historian. She publishes articles for outlets such as Opzij and Winq and contributes her expertise to various multimedia platforms. Jasmijn studied History and Classics at the University of Amsterdam and Vrije Universiteit Amsterdam.

Opmerkingen


bottom of page