top of page

MEER DAN DAT URINOIR

  • Foto van schrijver: Tessa Vallinga
    Tessa Vallinga
  • 22 mrt
  • 11 minuten om te lezen
Elsa Von Freytag Loringhoven (1874–1927)
Elsa Von Freytag Loringhoven (1874–1927)

De tepels van haar borsten bedekte ze met het tin van blikken tomatensoep en onder een hoed gemaakt van biet- en wortelschillen piekten felle, vermiljoenkleurige haren. Elsa von Freytag-Loringhoven (1874–1927) geldt als een opvallende verschijning. ‘Haar kunst is het beste van alle vrouwen van onze generatie’, schreef Margaret Anderson in het toonaangevende literaire magazine The Little Review. Toch herkende niet iedereen, toendertijd, de genialiteit van de inmiddels tot pionier gekroonde performancekunstenares. 


Na haar eenzame overlijden in haar Parijse woning raakte Elsa von Freytag-Loringhoven in de vergetelheid. Iets dat pas veranderde nadat er ophef ontstond over de toeschrijving van een zeker urinoir, aan een kunstenaar wiens ‘genialiteit’ talloze pagina’s in de kunstgeschiedenisboeken vult. Fountain is de titel van het urinoir dat ene ‘R. Mutt’ in 1917 inzond voor een tentoonstelling in New York. De Franse kunstenaar Marcel Duchamp (1887–1968) nam het werk pas achttien jaar na de inzending op in zijn eigen collectie miniatuur-namaakpispotjes, als onderdeel van zijn minitentoonstelling Boîte-en-valise. Zo schoof hij Fountain in zijn rij van zogeheten readymades: kunstwerken gemaakt van bestaande voorwerpen en verzekerde hij zichzelf van een plaats in de kunstgeschiedenis. 


Fountain van R. Mutt (1917)
Fountain van R. Mutt (1917)

Destijds liet de tentoonstellingscommissie het object niet toe. De pispot zou geen kunst zijn, concludeerden commissieleden. Fountain verdween van het toneel. Tenminste, de commissie was hiervan overtuigd. De spraakmakende inzending was immers gefotografeerd en groeide uit tot een van de meest ontwrichtende sculpturen uit de kunstgeschiedenis. Het urinoir zou het begrip ‘kunst’ voorgoed veranderen. De vraag of een anoniem, industrieel product artistieke waarde kan dragen, blijft tot op de dag van vandaag het debat polariseren. Door dit aanhoudende discours werd de naam Duchamp mettertijd synoniem met ‘readymade’, ‘Dada’ en ‘avant-garde’.  


brief van Marcel Duchamp aan zijn zus Suzanne
Brief van Marcel Duchamp aan zijn zus Suzanne

Nadat Fountain in 2004 werd uitgeroepen tot invloedrijkste kunstwerk van de twintigste eeuw, ontstond er onrust. Had Duchamp het werk eigenlijk wel ingediend? In een teruggevonden brief schrijft hij aan zijn zus dat een vrouwelijke vriendin, onder het pseudoniem Richard Mutt, het urinoir heeft ingezonden:


"One of my lady friends, using a male pseudonym, Richard Mutt, sent in a porcelain urinal as a sculpture; it was not at all indecent - no reason to reject it. The committee decided to refuse it for the exhibition."


Opmerkelijk, aangezien de kunstenaar het schrijven van brieven maar een zinloze bezigheid vond en uitsluitend schreef wanneer hij iets van groot belang te melden had. Zou je dat kunnen zeggen over de brief aan zijn zus?  Wat het allemaal mysterieuzer maakt is dat hij zichzelf tegenspreekt. In 1966 beweert hij dat hij het urinoir heeft gekocht bij J.L. Mott Iron Works in New York. Onderzoek van kunsthistoricus Glynn Thompson suggereert echter dat het urinoir een uniek model is geweest, vervaardigd door een loodgieterswinkel in Philadelphia - een stad die Duchamp nooit heeft bezocht. 


Kon het zo zijn dat het urinoir was ingestuurd door Dada-kunstenaar Elsa von Freytag-Loringhoven, een vriendin van Duchamp? Zij woonde die periode, immers, wél in Philadelphia, en Duchamp was, bovendien, diep onder de indruk van haar. ‘Zij is geen futurist, zij ís de toekomst,’ zou hij over haar hebben gezegd.  Maar was hij wel zo onder de indruk van haar om het vervormen van feiten te vermijden?  Duchamp stond erop aan dat de inscriptie ‘R. Mutt’ een opzettelijke verbastering was van de naam van de fabrikant J.L. Mott, terwijl Glynn Thompson vermoedt dat er een andere betekenis achter is, eentje die Duchamp uit zichzelf niet zou kunnen achterhalen. Von Freytag-Loringhoven zou het als een woordspeling bedoelen op het Duitse woord Armut (armoede), een terugkerend thema in haar korte leven, eentje dat het urinoir, volgens Thompson, eerder traceert naar haar, dan Duchamp zelf.  


Wat dit alles ingewikkelder maakt, is dat het originele urinoir niet bewaard is gebleven. Hoewel Alfred Stieglitz het werk nog fotografeerde nadat het door de exposanten was afgewezen, is het tot op heden niet gelukt Elsa overtuigend als rechtmatige maker van Fountain te erkennen. Hoe dan ook zou het zonde zijn om de tomatenblik-beha-dragende kunstenares enkel te herinneren als potentiële maker van een pispot. Ze was immers zoveel meer. Er bestaat weinig twijfel over haar talent: Elsa begon al vijf jaar vóór Duchamp met het verzamelen en verheffen van objets trouvés tot kunst. 


Elsa Von Freytag-Loringhoven belichaamde kunst: ze was een ‘wandelend Dada-sculptuur' 

Elsa Von Freytag Loringhoven 
Elsa Von Freytag Loringhoven 

Elsa Hildegard Plötz werd geboren in het Duitse Swinemünde, in een instabiel gezin met een gewelddadige vader. Omdat zij liever postzegels dan rouge op haar wangen droeg, was al vroeg duidelijk dat een conventioneel leven niet voor de kunstenaar was weggelegd. Na het overlijden van haar moeder vertrok ze op achttienjarige leeftijd naar New York. Daar trouwde ze met een Duitse baron – eentje zonder adellijk vermogen. Onderweg naar de bruiloft vond Elsa een ijzeren ring op straat, wat voor haar geen toevallig object was. Nee, voor haar stond de ring voor de vrouwelijkheid van Venus en daarom noemde ze het ook een Enduring Ornament – een vroeg voorbeeld van haar levenslange praktijk. Hierbij kregen gevonden voorwerpen spirituele of symbolische betekenis. Het echtpaar leefde in armoede. Nadat de baron al kort na hun huwelijk plotseling overleed, verdiende de alleenstaande Elsa geld door te poseren als model. 


Desondanks groeide ‘de barones’, zoals ze werd genoemd, uit tot een levende legende in de bohemienwereld van Greenwich Village. Ze poseerde voor andere kunstenaars en was ook een veelzijdig maker: dichter, performer en beeldhouwer. 


In 1917 poseerde Elsa voor kunstenaar George Biddle. Toen hij haar vroeg zich uit te kleden, aarzelde ze geen moment. Biddle kon zijn ogen niet geloven. Elsa was niet zomaar een model; ze belichaamde kunst. Ze werd een ‘wandelend Dada-sculptuur' genoemd, maar in een door mannen gedomineerde kunstwereld ontbrak de institutionele steun, die ze verdiende. Deuren die voor anderen opengingen, bleven voor haar gesloten. Dankzij herinneringen als die uit Biddles memoires kunnen we ons, echter, een beeld vormen van de indruk die Elsa heeft achtergelaten op de kunstwereld:


"She flung open her raincoat to expose herself. Over her nipples she wore tin tomato cans, held in place by a green cord around her neck. Hanging between them was a tiny birdcage with a canary inside."


‘Vandaag zouden we haar erkennen als de radicaal vernieuwende kunstenaar die ze was,’ stelt biograaf Irene Gammel. ‘Ze was een ontwrichtende kracht, zelfs binnen Dada.’ Zoals mede-redacteur Jane Heap zei: ‘De barones is de enige persoon ter wereld die Dada draagt, van Dada houdt en Dada leeft.’ 


Elsa Von Freytag Loringhoven 
Elsa Von Freytag Loringhoven 

Elsa’s leven draaide om transformatie, genderbending, activistische body art en het doorbreken van conventies. In 1910 werd ze in Pittsburgh gearresteerd omdat ze rokend in mannenkleding over straat liep. Over die arrestatie zei ze later: ‘I wore men’s clothing because I could move more freely in it’. De mannenkleren hadden haar nog geen negen dollar gekost. ‘Wij vrouwen betalen hoge rekeningen simpelweg vanwege onze sekse,’ sneerde ze tegen de Pittsburgh Press. Haar woorden waren niet alleen scherp, maar ook profetisch. Pas jaren later zou Duchamp met zijn androgyne alter ego Rrose Sélavy een soortgelijke sprong in het diepe wagen. Elsa was echter al lang vooruitgesneld.  


De prijs die Elsa betaalde voor haar hartstochtelijke antikapitalisme was armoede 

‘Elsa von Freytag-Loringhoven verdient eer voor het verklaren van gevonden voorwerpen tot kunst,’ benadrukt Irene Gammel, Elsa’s biograaf. ‘Dat deed ze al in 1913.’ Abstract kunstenaar Lorser Feitelson herinnert zich de tijd dat ze Von Freytag tegenkwam. Von Freytag sleepte een zak met gevonden pijpen met zich mee en riep, ‘isn’t this a great sculpture?’. Haar sculptuur God (1917), een gevonden zwanenhalsleiding, kwam op deze wijze ook tot leven. Het werk werd voor een lange tijd toegeschreven aan Morton Schamberg, maar is pas recent aan Elsa erkend. Terwijl kunstenaars als Duchamp hun werken zorgvuldig positioneerden binnen de kunstmarkt, bleef Elsa hartstochtelijk antikapitalistisch. De prijs was armoede. Zelfs voor de avant-garde was zij intens, en het is geen wonder dat ze zich uiteindelijk ook verwijderde van de New Yorkse kunstscene. In 1923 keerde ze terug naar Duitsland, maar het land lag in gruzelementen door de Eerste Wereldoorlog. 


God door Elsa Von Freytag Loringhoven (1917)
God door Elsa Von Freytag Loringhoven (1917)

Haar geluk leek te keren toen ze vertrok naar Parijs, maar op woensdag 14 december 1927 viel ze in slaap met het gasfornuis aan. Ze werd niet meer wakker - ‘the result of a cruel joke taken too far,’ zoals haar vriendin Djuna Barnes het zou noemen. Of anderen betrokken waren bij haar dood, blijft onduidelijk. Elsa Von Freytag-Loringhoven werd tien jaar na de commotie rondom Fountain begraven op Père Lachaise, een beroemde begraafplaats voor kunstenaars en creatieven. 


Een replica van Fountain bevindt zich tegenwoordig in de collectie van het Philadelphia Museum of Art, waar Duchamp geportreteerd staat als grondlegger van de conceptuele kunst. Schambergs foto van God werd in 2011 bij Christie’s geveild voor 390.000 dollar. Hetzelfde museum erkende Elsa schoorvoetend als co-auteur van God, maar meer niet. 

Een eeuw later krijgt Elsa von Freytag-Loringhoven nog steeds niet de erkenning die haar toekomt. Haar bijdragen aan Dada en de vroege avant-garde blijven grotendeels ondergesneeuwd door haar mannelijke tijdgenoten, ondanks het feit dat zij, voor haar tijdperk,een katalysator was. Een kunstenaar die leefde wat anderen theoretiseerden. Het is ook geen wonder dat haar vriendin, schrijfster Emily Coleman, Elsa niet als een heilige of een waanzinnige herinnerde, maar als ‘een genie, alleen op de wereld, in wanhoop’. Het wordt tijd als haar te denken, en Elsa niet langer te zien als voetnoot onder het werk, Fountain, maar als een bron waaruit de moderne kunst dikwijls heeft geput. 


Elsa Von Freytag Loringhoven 
Elsa Von Freytag Loringhoven 


Bronnen:


  • LAPPIN, L. (2004). Dada Queen in the Bad Boys’ Club: Baroness Elsa Von Freytag-Loringhoven. Southwest Review, 89(2/3), 307–319.

  • McKinney, I. (2004). Homage to Baroness Elsa Von Freytag Loringhoven. The Georgia Review, 58(3), 613–615.

  • Reilly, E. J. (1997). Elsa Von Freytag-Loringhoven. Woman’s Art Journal, 18(1), 26–33.

  • SCHARTNER, S. O. F. I. A. (2021). The Mama of Dada: Elsa Von Freytag-Loringhoven, the original mastermind behind Fountain, 1917. Journal of Student Research.

  • Paijmans, T. (2025, 14 mei). The Urinal is not by Duchamp | See all this magazine. See All This Magazine. https://seeallthis.com/en/article/het-urinoir-is-niet-van-duchamp-van-elsa-von-freytag-loringhoven/ 



Auteursfoto Tessa Vallinga

Tessa Vallinga kunsthistoricus en werkt als curatorieel projectmanager bij Galerie Vriend van Bavink, raam art space Amsterdam en Gallery van Fanny Freytag. Ze studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze zich verdiepte in thema’s als seksisme, intersectionaliteit, inclusie en diversiteit.

 


 - ENGLISH BELOW -


Elsa Von Freytag Loringhoven (1874–1927)
Elsa Von Freytag Loringhoven (1874–1927)

She covered the nipples of her breasts with the tin of tomato soup cans, and wore a hat made of beet and carrot peels that covered bright, vermilion-colored hair. Elsa von Freytag-Loringhoven (1874–1927) was a striking figure. ‘Her art is the best of all the women of our generation,’ wrote Margaret Anderson in the influential literary magazine The Little Review. Yet Anderson was part of only a small circle of admirers of the performance artist who would later be crowned a pioneer. 


After her lonely death in her Paris apartment, Von Freytag-Loringhoven faded into obscurity. That is, until controversy erupted around the attribution of a certain urinal to an artist whose ‘genius’ fills countless pages of art history books. Fountain, the title of the urinal submitted in 1917 to a New York exhibition by someone calling himself ‘R. Mutt,’ was only incorporated by the French artist Marcel Duchamp (1887–1968) eighteen years later into his own collection of miniature replica urinals, as part of the work Boîte-en-valise. In doing so, Duchamp placed Fountain among his so-called readymades: artworks made from existing objects. 


Fountain van R. Mutt (1917)
Fountain by R. Mutt (1917)

At the time, the exhibition committee rejected the object. The urinal was deemed not to be art. And so Fountain disappeared from the stage. Or so the committee thought. The provocative submission had already been photographed and would grow into one of the most disruptive sculptures in art history. The urinal would permanently alter the definition of “art.” Disputes over whether an anonymously produced, industrial object can possess artistic value continue to polarize debate. Through this ongoing discourse, Duchamp’s name became synonymous with ‘readymade’, ‘Dada’, and ‘avant-garde’. 


brief van Marcel Duchamp aan zijn zus Suzanne
Letter by Marcel Duchamp to his sister Suzanne

 After Fountain was voted the most influential artwork of the twentieth century in 2004, unrest followed. How certain were we, really, that Duchamp had submitted the work? In a rediscovered letter, he wrote to his sister that a female friend, using the pseudonym Richard Mutt, had submitted the urinal:

 "One of my lady friends, using a male pseudonym, Richard Mutt, sent in a porcelain urinal as a sculpture; it was not at all indecent - no reason to reject it. The committee decided to refuse it for the exhibition." Remarkable, given that Duchamp considered letter-writing a pointless activity and wrote only when he had something of great importance to communicate. Still, in 1966 Duchamp claimed that he had purchased the urinal from J.L. Mott Iron Works in New York. Research by art historian Glynn Thompson, however, suggests that the urinal was a unique model, manufactured by a plumbing shop in Philadelphia - a city Duchamp never visited. 


Could it be that the Dada artist Elsa von Freytag-Loringhoven, a friend of Duchamp’s, had submitted the urinal? She was living in Philadelphia at the time, and Duchamp was deeply impressed by her. ‘She is not a futurist, she is the future,’ he is said to have remarked. Duchamp later explained that the inscription “R. Mutt” was a deliberate corruption of the manufacturer’s name, J.L. Mott. Thompson, however, believes that Von Freytag-Loringhoven intended it as a pun on the German word Armut (poverty), a recurring theme in her short life. 

What complicates matters further is that the original urinal has not survived. Although Alfred Stieglitz photographed the work after it was rejected by the exhibition organizers, Elsa has never been convincingly recognized as the rightful maker of Fountain. Still, it would be a shame to remember the tomato-can-bra-wearing artist merely as a possible creator of a piss pot. She was so much more than that. There is little doubt about her talent: Elsa began collecting and elevating objets trouvés into art five years before Duchamp did.  


Elsa Von Freytag-Loringhoven embodied art: she was a ‘walking Dada-sculpture' 

Elsa Von Freytag Loringhoven 
Elsa Von Freytag Loringhoven 

Elsa Hildegard Plötz was born in the German city of Swinemünde, into an unstable family

with a violent father. Because she preferred postage stamps to rouge on her cheeks, it was clear early on that a conventional life was not meant for her. After her mother’s death, she moved to New York at the age of eighteen, where she married a German baron - one without aristocratic wealth. On the way to the wedding, Elsa found an iron ring in the street. For her, it was not a chance object but a symbol of Venusian femininity. She named it Enduring Ornament. It was an early example of her lifelong practice of assigning spiritual or symbolic meaning to found objects. The couple lived in poverty. When the baron died suddenly shortly after their marriage, the now single artist earned money by posing as a model. 


Despite this, “the Baroness,” as she was called, became a living legend in the bohemian world of Greenwich Village in the years surrounding the First World War. She posed for other artists and was also a versatile maker: poet, performer, and sculptor.  


In 1917 Elsa posed for the artist George Biddle, who asked her to undress. She had no objection. Biddle was astonished. Elsa was more than a model; she embodied art. She was called a walking Dada sculpture, yet in a male-dominated art world she lacked institutional support. Important doors remained closed. Thanks to recollections such as Biddle’s, we can begin to grasp the impression Elsa left behind:


"She flung open her raincoat to expose herself. Over her nipples she wore tin tomato cans, held in place by a green cord around her neck. Hanging between them was a tiny birdcage with a canary inside.” 


"Today we would recognize her as the radically innovative artist she was," says her biographer Irene Gammel. "She was a disruptive force, even within Dada." As fellow editor Jane Heap put it: "The Baroness is the only person in the world who wears Dada, loves Dada, and lives Dada." 


Elsa Von Freytag Loringhoven 
Elsa Von Freytag Loringhoven 

Elsa’s life revolved around transformation, gender-bending, activist body art, and the breaking of conventions. In 1910 she was arrested in Pittsburgh for smoking in public while dressed in men’s clothing. Of the arrest, she later said: “I wore men’s clothing because I could move more freely in it.” The clothes cost her less than nine dollars. “We women pay high prices simply because of our sex,” she told the Pittsburgh Press cynically. She was far ahead of her time. It would take years before Duchamp made his own androgynous leap with his alter ego Rrose Sélavy.  


The price Elsa paid for her passionate anti-capitalism was poverty.

"Elsa von Freytag-Loringhoven deserves credit for declaring found objects to be art," Gammel emphasizes. "She was already doing this in 1913." Lorser Feitelson recalled encountering Von Freytag as she dragged a sack of found pipes behind her and exclaimed: "Isn’t this a great sculpture?" This was also how her sculpture God (1917) came into being: a found swan-neck drainpipe. The work was long attributed to Morton Schamberg, but has only recently been recognized as Elsa’s. While Duchamp carefully positioned his work within the art market, Elsa remained fiercely anti-capitalist. The price was poverty. Even for the avant-garde, she was too intense, and she withdrew from the New York art scene. In 1923 she returned to Germany, a country in ruins after the First World War. 


God door Elsa Von Freytag Loringhoven (1917)
God by Elsa Von Freytag Loringhoven (1917)

Her fortune seemed to turn when she moved to Paris. But on Wednesday, December 14, 1927, she fell asleep with the gas stove left on. She never woke up. Her friend Djuna Barnes called her death "the result of a cruel joke taken too far". Whether others were involved remains unclear. Elsa von Freytag-Loringhoven was buried ten years after the controversy surrounding Fountain at Père Lachaise, the famed cemetery for artists and creatives. 

A replica of Fountain now belongs to the collection of the Philadelphia Museum of Art, where Duchamp is regarded as the founder of conceptual art. Schamberg’s photograph of God was auctioned at Christie’s in 2011 for $390,000. The same museum reluctantly acknowledged Elsa as co-author of God. Nothing more.  


A century later, Elsa von Freytag-Loringhoven still has not received the recognition she deserves. Her contribution to Dada and the early avant-garde remains largely overshadowed by her male contemporaries. Yet she was a catalyst: an artist who lived what others theorized. Her friend, the writer Emily Coleman, remembered Elsa not as a saint or a madwoman, but as "a genius, alone in the world, in despair." It is time to stop seeing her as a footnote to Fountain, and instead as a source from which modern art has drawn. 


Elsa Von Freytag Loringhoven 
Elsa Von Freytag Loringhoven 


Sources:


  • LAPPIN, L. (2004). Dada Queen in the Bad Boys’ Club: Baroness Elsa Von Freytag-Loringhoven. Southwest Review, 89(2/3), 307–319.

  • McKinney, I. (2004). Homage to Baroness Elsa Von Freytag Loringhoven. The Georgia Review, 58(3), 613–615.

  • Reilly, E. J. (1997). Elsa Von Freytag-Loringhoven. Woman’s Art Journal, 18(1), 26–33.

  • SCHARTNER, S. O. F. I. A. (2021). The Mama of Dada: Elsa Von Freytag-Loringhoven, the original mastermind behind Fountain, 1917. Journal of Student Research.

  • Paijmans, T. (2025, 14 mei). The Urinal is not by Duchamp | See all this magazine. See All This Magazine. https://seeallthis.com/en/article/het-urinoir-is-niet-van-duchamp-van-elsa-von-freytag-loringhoven/ 



Auteursfoto Tessa Vallinga

Tessa Vallinga is an art historian and currently works as a curatorial project and communications manager at Galerie Vriend van Bavink, RAAM art space Amsterdam, and Gallery van Fanny Freytag. She holds a degree in Art History from the University of Amsterdam, where she focused on themes such as sexism, intersectionality, inclusion, and diversity.

Opmerkingen


bottom of page