top of page

DE EERSTE HOOGLERARES VAN NEDERLAND

  • Foto van schrijver: Romina de Lima
    Romina de Lima
  • 1 dag geleden
  • 7 minuten om te lezen
    Westerdijk’s benoeming tot hoogleraar in 1917, Johanna Westerdijk zit vooraan in het midden, als enige vrouw (Bron: Nationaal Archief)
Westerdijk’s benoeming tot hoogleraar in 1917, Johanna Westerdijk zit vooraan in het midden, als enige vrouw (Bron: Nationaal Archief) 

Johanna Westerdijk (1883-1961) was de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland. Verbaasd over haar benoeming, omschreef een journalist van de Nieuwe Courant Westerdijk als ‘geen gejaagde, zenuwzieke gecompliceerde vrouw’. Ondertussen staan we niet meer zo te kijken van vrouwelijke hoogleraren, maar het aandeel vrouwelijke hoogleraren zit nog steeds onder een derde. Daarmee is elke benoeming ook vandaag nog een belangrijke stap voor vrouwen in de wetenschap. 


Professor worden was geen lang gekoesterde jeugddroom voor Johanna Westerdijk. Ze wilde het liefst werken als muzikant, ze kon prachtig zingen en piano spelen. Maar door een blessure in haar arm moest ze dat opgeven.  


Johanna liet het daar niet bij zitten; ze had een hoop ambitie. ‘Handwerkjes’ en aardappels schillen vond ze doodzonde van haar tijd. Het traditionele leven zoals de meeste vrouwen dat hadden, zag ze niet zitten. Bovendien had ze toch niet zo veel op met aparte gedragsregels voor jongens en meisjes. Ze noemde zichzelf daarom al vanaf haar schooltijd liever ‘Hans’. En haar ambitie vertaalde zich naar de wens om wetenschapper te worden. 


Haar promotieonderzoek naar levermossen vergde lange dagen op het lab, maar dat vond ze niet erg. De mossen waren naar eigen zeggen ‘oerlollig’ en ze hield gelukkig nog tijd over om  uit te gaan. Westerdijk vond het heel belangrijk om ook bezigheden buiten het lab te hebben, want ‘anders ga je naar schimmel stinken’, schreef ze haar beste vriendin To Sluiter.  


foto johanna westerdijk
Johanna Westerdijk. Bron: University Museum Utrecht.

Plantenziekten en een schimmelcollectie 


Johanna keerde na haar promotieonderzoek terug naar Nederland en werd directeur van het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten in Amsterdam. Toen Johanna een jaar later de schimmelcollectie van het Centraalbureau voor Schimmelcultures mocht overnemen, stemde ze  volmondig in. Bovendien bracht haar ambitie om de collectie uit te breiden de noodzaak voor internationale handel, en dus reizen. Iets wat ze heerlijk vond.  


Westerdijks toewijding aan de wetenschap zien we terug in hoe ze in tijden van schaarste haar schimmels boven zichzelf stelde. In de hongerwinter ging ze op pad om havermout te vinden. Niet omdat de ondertussen sterk vermagerde Westerdijk dat zelf wilde opeten, maar omdat ze het nodig had om voedingsbodems voor haar schimmels te maken.  

Werken en feesten 


In Baarn, waar Johanna in 1920 met het lab en de schimmelcollectie naartoe verhuisde, kwam haar lijfspreuk ‘werken en feesten vormt schone geesten’ volop tot uiting. Ze liet het dan ook boven de ingang van haar laboratorium beitelen. De vrijheid die het lab in Baarn bood, gecombineerd met Westedijks toewijding , haar promovendi en haar assistenten, gaf ook veel aanleiding tot feest. Onder Westerdijk’s leiding zijn er in Baarn 56 promovendi afgestudeerd, waarvan ongeveer de helft vrouwelijk, is de oorzaak van de iepenziekte achterhaald, is de schimmelcollectie gegroeid van 80 naar 11000 exemplaren, en is het lab overgestapt op het gebruik van een nieuw classificatiesysteem voor schimmels (dat overigens nog steeds gebruikt wordt). Deze en andere mijlpalen werden gevierd met liederen en toneelstukken. Johanna Westerdijk zat achter de piano en er werd tot diep in de nacht gezongen en gedanst. Onder studenten waren deze feesten legendarisch. 


Johanna Westerdijk microscoop
Johanna Westerdijk. Bron: Nationaal Archief.

‘We zijn er nog altijd niet’ 


Westerdijk heeft zich gedurende haar carrière ingezet voor vrouwen in de wetenschap. Ze heeft een voor die tijd uitzonderlijke hoeveelheid vrouwen begeleid in haar lab, nam deel in het bestuur van de International Federation of University Women, schreef (tevergeefs) mee aan een open brief naar Hitler om het leven van communiste Liselotte Hermann te sparen, en maakte zich ontzettend boos om de ongelijke behandeling van vrouwen. 


Toch liet ze bij haar afscheid in 1952 weten dat ze aanvankelijk niet zo bezig was met de vrouwenzaak, maar dat ze zich er later pas voor is gaan interesseren. ‘We zijn er nog altijd niet’, concludeerde ze toen. Een conclusie die ook vandaag nog toepasselijk is. Uit recent onderzoek met data van meer dan 10.000 Europese onderzoekers blijkt dat vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in hogere wetenschappelijke posities. Hoewel vrouwen die carrière maken dat sneller doen dan mannen, zijn ze in aantallen nog altijd ondervertegenwoordigd. Bij elke trede op de academische carrièreladder hebben vrouwen minder kans om op te klimmen dan mannen. Daardoor hebben we in Nederland meer vrouwelijke studenten en afgestudeerden dan mannelijke, maar is slechts 30% van de hoogleraren een vrouw.  


Bijna 10 jaar geleden was het ‘Westerdijkjaar’, waarin Nederland 100 jaar vrouwelijk hoogleraarschap vierde en de positie van vrouwen in de wetenschap een impuls gaf. Een mooie stap, maar om Westerdijk te herhalen: ‘we zijn er nog altijd niet’. Wanneer dan wel? Volgens de meest recente Monitor Vrouwelijke Hoogleraren pas in 2043. Hard werken dus, de komende zeventien jaar. En feesten, want met zoveel toegewijde vrouwen in de wetenschap zal daar vast genoeg aanleiding toe zijn.  


boekkaft een beetje opstandigheid patricia faasse


Wil je meer weten? In ‘Een beetje opstandigheid’ van Patricia Faasse lees je meer over het werk en leven van Johanna Westerdijk. Het was een belangrijke bron voor dit artikel. 




Bronnen:

  • Faasse, P. (2012). Een beetje opstandigheid. Atlas Contact, Amsterdam, Nederland. 

  • Pegtel, A. (2018). Buitengewone vrouwen. In de voetsporen van Aletta Jacobs. Amsterdam University Press, Amsterdam, Nederland. 


auteursfoto romina de lima


Romina de Lima is wetenschapsjournalist en schrijft voor HWP over historische vrouwen in de  wetenschap. Ze is meestal druk met schrijven en onderzoeken, maar wordt ook enthousiast van lezen en bijenhouden. 


 - ENGLISH BELOW -


    Westerdijk’s benoeming tot hoogleraar in 1917, Johanna Westerdijk zit vooraan in het midden, als enige vrouw (Bron: Nationaal Archief)
Westerdijks appointment as professor in 1917, Johanna Westerdijk is seated in the center front, as the only woman (Source: Nationaal Archief) 

Johanna Westerdijk (1883–1961) was the first female professor in the Netherlands. Surprised by her appointment, a journalist from the Nieuwe Courant described Westerdijk as ‘not a hurried, neurotic, complicated woman.’ We are no longer so astonished by female professors, yet the proportion of female professors still remains below one third. This means that every appointment is still an important step for women in science today. 


Becoming a professor was not a long-cherished childhood dream for Johanna Westerdijk. She would have preferred to work as a musician; she could sing beautifully and play the piano. But an injury to her arm forced her to give that up. 


Johanna did not let that stop her; she had a great deal of ambition. She considered needlework and peeling potatoes a terrible waste of her time. The traditional life that most women led held no appeal for her. Besides, she had little patience for separate codes of conduct for boys and girls. From her school days onward, she therefore preferred to call herself Hans. Her ambition translated into a desire to become a scientist. 


Her doctoral research on liverworts required long days in the laboratory, but she did not mind. The mosses were, by her own account, "absolutely hilarious," and she happily still had time left over to go out. Westerdijk believed it was very important to have activities outside the lab, because "otherwise you start to smell like mould," as she wrote to her best friend To Sluiter. 


foto johanna westerdijk
Johanna Westerdijk. Source: University Museum Utrecht.

Plant diseases and a fungal collection 


After completing her doctoral research, Johanna returned to the Netherlands and became director of the Phytopathological Laboratory Willie Commelin Scholten in Amsterdam. When, a year later, she was offered the opportunity to take over the fungal collection of the Centraalbureau voor Schimmelcultures, she agreed wholeheartedly. Moreover, her ambition to expand the collection made international trade, and therefore travel, a necessity, something she thoroughly enjoyed. 


Westerdijk's dedication to science is evident in the way she, during times of scarcity, placed her fungi above her own needs. During the Hunger Winter, she went out in search of oatmeal. Not because the by then severely emaciated Westerdijk wanted to eat it herself, but because she needed it to make culture media for her fungi. 


Work and celebration 


In Baarn, where Johanna moved in 1920 with the laboratory and the fungal collection, her personal motto "work and celebration make for fine spirits" came into full expression. She had it carved above the entrance to her laboratory. The freedom offered by the lab in Baarn, combined with Westerdijk's dedication, her doctoral students, and her assistants, gave ample occasion for celebration. Under Westerdijk's leadership in Baarn, 56 doctoral students graduated — roughly half of them women — the cause of Dutch elm disease was identified, the fungal collection grew from 80 to 11,000 specimens, and the laboratory adopted a new classification system for fungi (which is still in use today). These and other milestones were celebrated with songs and theatrical performances. Johanna Westerdijk sat at the piano, and the singing and dancing continued deep into the night. Among students, these parties were legendary. 


Johanna Westerdijk microscoop
Johanna Westerdijk. Bron: Nationaal Archief.

"We are still not there" 


Throughout her career, Westerdijk championed women in science. She mentored an exceptional number of women in her laboratory for the time, served on the board of the International Federation of University Women, co-signed (in vain) an open letter to Hitler urging him to spare the life of communist Liselotte Hermann, and was deeply angered by the unequal treatment of women. 


Yet at her farewell in 1952, she noted that she had not initially been preoccupied with the cause of women, and had only come to care about it later in life. "We are still not there," she concluded at the time — a conclusion that remains apt today. Recent research based on data from more than 10,000 European researchers shows that women are still underrepresented in senior academic positions. Although women who do pursue academic careers advance more quickly than men, they remain underrepresented in terms of numbers. At every rung of the academic career ladder, women have less chance of climbing further than men. As a result, the Netherlands has more female students and graduates than male, yet only 30% of professors are women. 


Almost ten years ago came the "Westerdijk Year," in which the Netherlands celebrated 100 years of female professorship and gave the position of women in science a boost. A fine step, but to echo Westerdijk: "we are still not there." When will we be? According to the most recent Monitor Vrouwelijke Hoogleraren, not until 2043. So there is hard work ahead over the next seventeen years. And celebrating too, for with so many dedicated women in science, there will surely be plenty of reason for it. 


boekkaft een beetje opstandigheid patricia faasse


Want to know more? In 'A Bit of Defiance' (Een beetje opstandigheid) by Patricia Faasse, you can read more about the life and work of Johanna Westerdijk. It was a key source for this article.




Sources:

  • Faasse, P. (2012). Een beetje opstandigheid. Atlas Contact, Amsterdam, Nederland. 

  • Pegtel, A. (2018). Buitengewone vrouwen. In de voetsporen van Aletta Jacobs. Amsterdam University Press, Amsterdam, Nederland. 


auteursfoto romina de lima


Romina de Lima is a scientific journalist and writes for HWP about historical women in science. She is usually busy writing and researching, but she also gets enthusiastic about reading and beekeeping.

Opmerkingen


bottom of page