top of page

HYSTERISCH, VERLIEFD, OF EEN GROOTSE NAAM?

Foto van schrijver: Priscilla van der Perk
Priscilla van der Perk
15 okt
17 minuten om te lezen

May Ziadeh in het hart van de Nahda


May Ziadeh
May Ziadeh

In het Caïro van de vroege twintigste eeuw organiseerde de gevierde schrijfster, dichteres en intellectueel May Ziadeh (1886–1941) een beroemde literaire salon, en schreef ze over vrouwenemancipatie, cultuur en politiek. Ziadeh zou een belangrijke rol gaan spelen in de Arabische renaissance. Toch raakte haar werk overschaduwd door verhalen over haar vermeende liefde voor schrijver Khalil Gibran en geruchten over haar geestelijke gezondheid. In 1938 werd ze gedwongen opgenomen in een psychiatrische inrichting, waar ze vier jaar verbleef. Hoe kon een vrouw die haar tijd intellectueel mede vormgaf, zo worden teruggebracht tot de etiketten ‘hysterisch’ en ‘verliefd’?


May Elias Ziadeh (مي إلياس زيادة) werd in 1886 geboren in Nazareth in een gezin met een Libanese vader en een Palestijnse moeder. May’s broertje Elias stierf in 1891 op tweejarige leeftijd. Zelf had zij, net als Elias, nog een christelijke naam (Maria), maar ze gaf de voorkeur aan de naam ‘May’, omdat ze die poëtischer vond. Thuis werd er waarschijnlijk Arabisch en Frans gesproken. De jonge May ging naar school in haar geboorteplaats en later in Libanon, waar haar vaders familie woonde. 


Mayy Ziadeh als baby met haar moeder in Al Nassirah, Palestina (1889).   
Mayy Ziadeh als baby met haar moeder in Al Nassirah, Palestina (1889).   

In 1907, toen May 21 jaar was, verhuisde haar familie naar Caïro. Tijdens de Eerste Wereldoorlog studeerde ze vier jaar aan de Egyptische Universiteit (vandaag de dag de Universiteit van Caïro). Hier volgde ze vakken in klassieke Arabische literatuur, filosofie, ethiek, en islamitische geschiedenis. Ze had gedurende haar hele leven een grote interesse in talen en volgde buiten de universiteit taallessen in Latijn, Engels en Duits. Later leerde ze Grieks en Spaans. Op haar 25e, in 1911, werd haar eerste dichtbundel gepubliceerd onder een pseudoniem: Isis Copia. De bundel was in het Frans en heette Fleurs de rêve. Ook volgde ze haar vader in de journalistiek. Vanaf 1911 ging zij publiceren in de krant al-Mahrousa (المحروسة), waar zij in 1909 hoofdredacteur werd.

     

Vrouw in het hart van de Nahda


Een belangrijk wapenfeit uit het leven van May Ziadeh is haar grote betekenis voor de Arabische Nahda. De Nahda (النهضة), ook wel de ‘Arabische renaissance’ genoemd, was een periode in de 19e en 20e eeuw waarin bestaande ideeën en opvattingen werden heroverwogen en hergedefinieerd. Denk aan allerlei gebieden zoals taal, onderwijs, cultuur, wetenschap, religie, politiek en militarisme. Het grote verschil met de Europese renaissance is dat de Nahda ontstond door ontmoeting met en ook confrontatie met westerse cultuur en concepten als imperialisme en kolonialisme. Volgens de traditionele geschiedschrijving werden ideeën uit de Verlichting geïntroduceerd door Napoleon. Recenter benadrukken historici dat de Nahda ook voortbouwde op het Arabische verleden.


Foto van Mayy Ziadeh, door haar gestuurd naar Julia Dimashqiya.
Foto van Mayy Ziadeh, door haar gestuurd naar Julia Dimashqiya.

Op welke manier heeft May een rol gespeeld in deze Nahda? In het Caïro van het begin van de 20e eeuw kwamen intellectuelen en kunstenaars samen in cafés en literaire salons om te debatteren over hun ideeën. Rond 1913 startte May in het huis van haar familie zo’n literaire salon, de Dinsdag Salon (الندوة الثلاثاءية). Die 23 jaar lang elke dinsdagavond plaatsvond. Het werd een beroemde plek waar mannen en vrouwen van verschillende generaties, religies, afkomsten, sociale posities en literaire tradities zich mengden. Er was in die tijd zowel een herwaardering van de eigen Arabische bronnen als het verlangen om het Arabisch te moderniseren. Mays positie was niet alleen die van organisator van de salon of die van prominente figuur van de Nahda, maar ook die van bemiddelaar. Conflicten vanwege verschillende opvattingen bestonden, maar zij probeerde ze beheersbaar te houden. Bovendien kreeg deze salon naast een privéruimte ook een publieke functie omdat de discussies die werden gevoerd via kranten, tijdschriften en andere media verder werden verspreid.


Veelzijdig intellectueel


Naast het belang van May’s literaire salon, haar journalistieke werk voor verschillende kranten en haar poëzie, bestaat haar nalatenschap ook uit korte verhalen en romans. Daarnaast vertaalde ze in haar tijd bekende Europese auteurs in het Arabisch, bijvoorbeeld de roman Deutsche Liebe (Duitse liefde) van F. Max Müller vanuit het Duits. Dit boek werd gepubliceerd in 1921. Een jaar eerder verscheen van haar hand een biografie van de Bedoeïense geleerde Malak Hifni Nassif, beter bekend onder haar pseudoniem Bahithat al-badiya (باحثة البادية). Het boek was baanbrekend. Het was het eerste boek dat door een Arabische vrouw over een andere Arabische vrouw werd geschreven. Later schreef ze ook de biografieën van twee andere belangrijke vrouwelijke auteurs uit die tijd: Aisha Taimur (عائشة تيمور) en Warda al-Yaziji (وردة اليازجي‎).


De biografie over Bahithat al-badiya (باحثة البادية) was baanbrekend. Het was het eerste boek dat door een Arabische vrouw over een andere Arabische vrouw werd geschreven.
De biografie over Bahithat al-badiya (باحثة البادية) was baanbrekend. Het was het eerste boek dat door een Arabische vrouw over een andere Arabische vrouw werd geschreven.
“Oprechtheid tussen naties is schaars en eerlijkheid in de menselijke ziel is een poëtische illusie waarmee leiders de gedachten en gevoelens van anderen proberen te beïnvloeden, zodat zij hen met hun bloed en hun leven laten betalen.” - May Ziadeh

Haar werk uit de begintijd bestaat verder uit toonaangevende essays en artikelen over gendergelijkheid en politiek bestuur. Zij sprak zich onder meer uit over kwesties die vrouwen aangingen, denk aan: de vrouwenbeweging in Egypte en de bredere Arabische wereld en de positie van vrouwen in de samenleving. May deed in haar poëzie en proza gepassioneerde oproepen om de positie van vrouwen te verbeteren en sprak zich ook publiekelijk uit over dit onderwerp. In het essay getiteld ‘Vrouwen en werk’ schreef zij:


"De plichten die van een vrouw worden verlangd zijn inderdaad talrijk. Ze moest mooi zijn, tenger, kalm van aard… Ze moest kinderen baren en zorgen voor hun lichamelijke, morele en intellectuele ontwikkeling. Ze moest de beginselen van economie en succesvol huishoudelijk bestuur kennen… Zo moest zij de functies vervullen van minister van Binnenlandse Zaken, minister van Buitenlandse Zaken, minister van Onderwijs, minister van Communicatie, minister van Koloniën, enzovoort. Al die verantwoordelijkheden die over een selecte groep mannen worden verdeeld, rusten op de schouders van één enkele vrouw, en toch blijven we zeggen dat zij zwak is!”


Verderop in haar carrière verwierf ze ook bekendheid als spreker. Ze gaf lezingen over haar ideeën over cultuur, onderwijs en de emancipatie van vrouwen op vrouwenverenigingen in Caïro, Damascus en Beiroet en op universiteiten.


Portret van Mayy Ziadeh, voor het eerst gepubliceerd in de pers in 1922.
Portret van Mayy Ziadeh, voor het eerst gepubliceerd in de pers in 1922.

May en Khalil: liefde op afstand?


Ironisch genoeg werd een vrouw die zo’n belangrijke plek innam in het intellectuele leven van haar tijd, in het collectieve geheugen mede herinnerd door haar relatie met één man: Khalil Gibran. Gibran werd geboren in Libanon in 1883, drie jaar voor May. Hij emigreerde toen hij twaalf was met zijn familie naar de Verenigde Staten. Negentien jaar lang schreven May en Khalil elkaar honderden brieven. Hun hartstochtelijk correspondentie begon nadat May een van zijn werken had gelezen. Ze deelde haar mening over het boek, schreef dat ze zijn schrijfstijl bewonderde, maar zich niet kon inleven in de hoofdpersoon. Hij stond haar bij in hoog -en dieptepunten van haar leven, zoals toen haar vader stierf. Zij zorgde er persoonlijk voor dat het werk van Khalil in de Arabische wereld werd geïntroduceerd, en werd verliefd op de zogenoemde shi'ir manthur (شعر منثور), de Arabische stijl van prozagedichten die hij populair maakte en die zij overnam. Hun relatie was er een waarvan je zou kunnen zeggen dat die deels gebaseerd was op een fantasie. In alle jaren dat ze correspondeerden en hun vriendschap, of platonische liefde, onderhielden, hebben ze elkaar nooit ontmoet. Khalil woonde in New York en May in Beiroet. Khalil zou haar eens hebben gevraagd om hem te bezoeken, maar dat zou ze hebben geweigerd met de bewering dat ze de douane niet zou mogen passeren.


Khalil Gibran
Khalil Gibran

‘Ondanks de vele literaire gedaantes die ze met kunde aannam, was het vooral haar relatie met Kahlil Gibran die haar uniek maakte’, schrijft M. Pandey in een artikel dat verder handige, verifieerbare biografische gegevens bevat. Interessant detail hierbij is zelfs dat er doorgaans wordt aangenomen dat de twee een liefdesrelatie hadden, terwijl er van de brieven van May aan Khalil maar enkele bewaard zijn gebleven. We kennen de relatie voornamelijk door de ogen van Khalil, wiens brieven niet verloren zijn gegaan. 

 

De ‘madness-kaart’ 

 

In het boek Forgotten Women: The Writers wordt opgemerkt dat de relatie tussen May en Khalil zelfs tijdens haar leven al haar eigen literaire talent begon te overschaduwen. Er gonsden geruchten over haar privéleven, dat ze verliefd was op Khalil, dat ze op vrouwen viel. Ook werden er dingen gezegd over haar reputatie als bewonderde gastvrouw van de Dinsdag Salon. De vrienden die om haar heen stonden in de Nahda zouden jaren later diegenen zijn die May dacht dat ze waren. Wat was er gebeurd? 


In 1938 hield May haar laatste lezing aan de Universiteit van Beiroet. Tegen die tijd was het in haar hoofd erg donker geworden. Haar leven had een dramatische wending genomen na het overlijden van haar vader (in 1929), Khalil (in 1931) en haar moeder (in 1932). Toen de laatste overleed, kon May niet langer de Dinsdag Salon voortzetten, het was ongepast om de salon te laten plaatsvinden zonder een familielid. In een brief van 28 september 1935 aan haar neef Joseph Ziyādah in Parijs schrijft ze over haar behoefte aan steun van familie. Haar neef trok echter de ‘madness-kaart’ en liet haar opsluiten in een psychiatrische inrichting in Libanon, waar ze vier jaar moest verblijven. Het was in die tijd niet ongebruikelijk dat dit gebeurde bij vrouwen, vanuit de patriarchale veronderstelling dat vrouwen, wanneer zij eenzaam zijn, vatbaar zijn voor waanzin en hysterie. 


Mayy Ziadeh (midden) bij het verlaten van het Asforiyya-sanatorium in Beiroet in 1938.
May Ziadeh (midden) bij het verlaten van het Asforiyya-sanatorium in Beiroet in 1938.

De beschuldiging van waanzin werd niet weerlegd door haar mede-intellectuelen van de Nahda. Enkelen lanceerden een perscampagne om haar vrij te krijgen. Uiteindelijk, vier jaar later, werd ze overgebracht naar een ziekenhuis in Libanon. Nadat was geconstateerd dat zij geestelijk gezond was en dat er alleen een depressie speelde, kreeg zij haar vrijheid terug. May’s vriend Amīn al-Rayhānī (أمين الريحاني), een Libanees-Amerikaanse schrijver, huurde daarna een villa op het platteland voor haar vlakbij het huis waar hij zelf woonde met zijn gezin.


“Het was ochtend toen de trein vertrok van het station van Beiroet, brullend en donderend, terwijl hij een dikke rookwolk uitstootte die zwaar op de lucht drukte en zich over het oppervlak van de golven verspreidde, waardoor hun helderheid vertroebelde. Zijn machtige gebrul, als dat van een leeuw, weerklonk onder de open hemel en bereikte bijna de ruïnes van Baalbek (…)”  (uit: De herinnering van Baalbek’s Tempel.)


Na de dood van haar vader, voordat zij gedwongen was opgenomen, zou May Ziadeh nog hoofdredacteur zijn geweest van de krant die hij had opgericht, aldus verschillende bronnen. Dit is niet met zekerheid te zeggen, zoals we meerdere dingen over het leven van May Ziadeh niet de precieze details weten omdat er helaas veel details verloren zijn gegaan met de tijd, en verschillende bronnen verschillende dingen zeggen. Wat hierbij niet helpt, is dat May’s geschriften, in tegenstelling tot die van Khalil Gibran, die goed geordend bewaard zijn gebleven, verspreid zijn geraakt. Ook over haar laatste levensjaren zijn de bronnen diffuus. Mogelijk hadden de beschuldigingen van krankzinnigheid en de gedwongen opname haar reputatie beschadigd. In maart 1938 hield zij haar laatste lezing aan de Universiteit van Beiroet. Deze heette, vrij vertaald: ‘De missie/taak van de schrijver aan het Arabische leven’. Hierin verdedigt ze de vrijheid van meningsuiting en waardigheid en viert ze het leven. May keerde terug naar Caïro, waar ze op 17 september 1941 in het ziekenhuis overleed. Na haar overlijden werd er een uitgebreid overlijdensbericht geplaatst in de krant al-Muqattam (المقطم). Veertig dagen na haar overlijden organiseerde Huda Sha’rawi (هدى شعراوي), een prominente Arabische feministe uit die tijd, een grote herdenkingsbijeenkomst op het hoofdkwartier van de Egyptische Feministische Unie, de eerste landelijke feministische beweging in Egypte. 

 

Nalatenschap en herwaardering 


boekkaft musings of a young woman

Momenteel is er gelukkig een herwaardering gaande van de grote nalatenschap van May Ziadeh, bijvoorbeeld door toenemend academisch onderzoek naar haar werk. Ook verschijnen er meer vertalingen van haar teksten die nog altijd relevant blijken. Hoewel zij een belangrijke plaats inneemt in de Arabische literaire geschiedenis, is haar eigen werk buiten de Arabischtalige wereld veel minder bekend en toegankelijk. Langzaam komt hier verandering in. Zo verschijnt deze week Musings of a Young Woman (Sawanih Fatat, سوانح فتاة), vertaald en geredigeerd door een collectief van vrouwen en uitgegeven door ArabLit Books. 

(Om bij te dragen aan de zichtbaarheid van May Ziadeh als schrijfster en denker, zijn in deze biografie ook vertalingen van een aantal van haar teksten opgenomen. Zo wordt haar werk online beter vindbaar in het Engels en Nederlands, en kan er meer aandacht komen voor wie zij zelf was, in plaats van voor louter die fascinatie voor de vermeende liefdesrelatie met Kahlil Gibran.) 



Bronnen:


auteursfoto Priscilla van der Perk


Priscilla van der Perk werkt als projectsecretaris en freelance journalist. Ze heeft een studieachtergrond in Nederlandse letterkunde en islam- en Midden-Oostenstudies.




 - ENGLISH BELOW -


May Ziadeh
May Ziadeh

In early twentieth-century Cairo, the celebrated writer, poet and intellectual May Ziadeh (1886–1941) hosted a famous literary salon and wrote about women’s emancipation, culture and politics. Ziadeh would go on to play an important role in the Arab Renaissance. Yet her work became overshadowed by stories about her alleged love for the writer Khalil Gibran and rumours about her mental health. In 1938, she was forcibly admitted to a psychiatric institution, where she remained for four years. How could a woman who helped shape the intellectual life of her time be reduced to the labels ‘hysterical’ and ‘in love’?


May Elias Ziadeh (مي إلياس زيادة) was born in Nazareth in 1886 to a Lebanese father and a Palestinian mother. May’s younger brother, Elias, died in 1891 at the age of two. Like Elias, she also had a Christian name (Maria), but she preferred ‘May’ because she found it more poetic. Arabic and French were probably spoken at home. The young May attended school in her birthplace and later in Lebanon, where her father’s family lived.


Mayy Ziadeh als baby met haar moeder in Al Nassirah, Palestina (1889).   
Mayy Ziadeh as a baby with her mother in Al Nassirah, Palestine (1889).

In 1907, when May was 21, her family moved to Cairo. During the First World War, she studied for four years at the Egyptian University (today Cairo University). There she took courses in classical Arabic literature, philosophy, ethics and Islamic history. She remained interested in languages throughout her life and took language lessons outside the university in Latin, English and German. Later, she learned Greek and Spanish. At the age of 25, in 1911, her first poetry collection was published under the pseudonym Isis Copia. The collection was in French and was titled Fleurs de rêve. She also followed her father into journalism. From 1911, she published in the newspaper al-Mahrousa (المحروسة), where she had become editor-in-chief in 1909.


A woman at the heart of the Nahda


One of the major achievements of May Ziadeh’s life was her significant contribution to the Arab Nahda. The Nahda (النهضة), also known as the ‘Arab Renaissance’, was a period in the nineteenth and twentieth centuries when established ideas and assumptions were reconsidered and redefined. This took place across many fields, including language, education, culture, science, religion, politics and militarism. The major difference from the European Renaissance is that the Nahda emerged through encounters with—and confrontations with—Western culture and concepts such as imperialism and colonialism. According to traditional historiography, ideas from the Enlightenment were introduced by Napoleon. More recent historians emphasise that the Nahda also built on the Arab past.


Foto van Mayy Ziadeh, door haar gestuurd naar Julia Dimashqiya.
A photograph of Mayy Ziadeh, sent by her to Julia Dimashqiya.

How did May contribute to the Nahda? In early twentieth-century Cairo, intellectuals and artists gathered in cafés and literary salons to debate their ideas. Around 1913, May established such a literary salon in her family home: the Tuesday Salon (الندوة الثلاثاءية). It took place every Tuesday evening for 23 years. It became a famous meeting place where men and women of different generations, religions, backgrounds, social positions and literary traditions mingled. At the time, there was both a renewed appreciation of Arab sources and a desire to modernise the Arabic language. May’s role was not only that of salon organiser or prominent figure of the Nahda, but also that of mediator. Disagreements arose because of differing views, but she tried to keep them manageable. The salon also acquired a public function alongside its private one, as the discussions held there were circulated through newspapers, journals and other media.


A versatile intellectual


In addition to the importance of May’s literary salon, her journalism for various newspapers and her poetry, her legacy includes short stories and novels. She also translated well-known European authors of her time into Arabic, including F. Max Müller’s novel Deutsche Liebe (German Love), translated from German. The book was published in 1921. A year earlier, she had published a biography of the Bedouin scholar Malak Hifni Nassif, better known by her pseudonym Bahithat al-badiya (باحثة البادية). The book was groundbreaking: it was the first book written by an Arab woman about another Arab woman. Later, she also wrote biographies of two other important female authors of the period: Aisha Taimur (عائشة تيمور) and Warda al-Yaziji (وردة اليازجي).


De biografie over Bahithat al-badiya (باحثة البادية) was baanbrekend. Het was het eerste boek dat door een Arabische vrouw over een andere Arabische vrouw werd geschreven.
The biography of Bahithat al-badiya (باحثة البادية) was groundbreaking. It was the first book written by an Arab woman about another Arab woman.

“Sincerity between nations is scarce, and honesty in the human soul is a poetic illusion with which leaders try to influence the thoughts and feelings of others, making them pay with their blood and their lives.” — May Ziadeh

Her early work also included influential essays and articles on gender equality and political governance. She spoke out on issues affecting women, including the women’s movement in Egypt and the wider Arab world, as well as women’s position in society. In her poetry and prose, May passionately called for women’s status to improve, and she also spoke publicly on the subject. In her essay titled ‘Women and Work’, she wrote:


“The duties expected of a woman are indeed numerous. She had to be beautiful, slender, calm in temperament… She had to bear children and care for their physical, moral and intellectual development. She had to know the principles of economics and successful household management… Thus, she had to perform the functions of Minister of the Interior, Minister of Foreign Affairs, Minister of Education, Minister of Communications, Minister of the Colonies, and so on. All those responsibilities that are divided among a select group of men rest on the shoulders of a single woman, and yet we continue to say she is weak!”


Later in her career, she also became known as a speaker. She gave talks about her ideas on culture, education and women’s emancipation at women’s associations in Cairo, Damascus and Beirut, as well as at universities.


Portret van Mayy Ziadeh, voor het eerst gepubliceerd in de pers in 1922.
Portrait of Mayy Ziadeh, first published in the press in 1922.

May and Khalil: love at a distance?


Ironically, a woman who occupied such an important place in the intellectual life of her time came to be remembered in the collective memory partly through her relationship with one man: Khalil Gibran. Gibran was born in Lebanon in 1883, three years before May. He emigrated to the United States with his family when he was twelve. For nineteen years, May and Khalil exchanged hundreds of letters. Their passionate correspondence began after May had read one of his works. She shared her opinion of the book, saying that she admired his writing style but could not identify with the protagonist. He supported her through the highs and lows of her life, such as when her father died. She personally helped introduce Khalil’s work to the Arab world, and fell in love with the so-called shi'ir manthur (شعر منثور), the Arabic prose-poetry style he popularised and which she adopted. Their relationship could be described as partly based on fantasy. Throughout all the years of correspondence and friendship—or platonic love—they never met. Khalil lived in New York and May in Beirut. Khalil is said to have once asked her to visit him, but she reportedly refused, claiming she would not be allowed to pass through customs.


Khalil Gibran
Khalil Gibran

“Despite the many literary forms she mastered, it was above all her relationship with Kahlil Gibran that made her unique,” writes M. Pandey in an article that also contains useful, verifiable biographical information. An interesting detail is that people generally assume the two had a romantic relationship, while only a few of May’s letters to Khalil have survived. We know about their relationship mainly through Khalil’s perspective, because his letters were not lost.


The “madness card”


The book Forgotten Women: The Writers notes that the relationship between May and Khalil had already begun to overshadow her literary talent during her lifetime. Rumours circulated about her private life: that she was in love with Khalil, and that she was attracted to women. People also talked about her reputation as the admired hostess of the Tuesday Salon. Years later, those who had been May’s friends in the Nahda may not have been the people she had believed them to be. What had happened?


In 1938, May gave her final lecture at the University of Beirut. By then, things had become very dark in her mind. Her life had taken a dramatic turn after the deaths of her father (in 1929), Khalil (in 1931) and her mother (in 1932). After her mother died, May could no longer continue the Tuesday Salon; it was considered inappropriate to hold it without a family member present. In a letter dated 28 September 1935 to her cousin Joseph Ziyādah in Paris, she wrote about her need for support from her family. Her cousin, however, ‘played the madness card’ and had her confined to a psychiatric institution in Lebanon, where she remained for four years. At the time, this was not uncommon for women, based on the patriarchal assumption that women were susceptible to madness and hysteria when lonely.


Mayy Ziadeh (midden) bij het verlaten van het Asforiyya-sanatorium in Beiroet in 1938.
May Ziadeh (centre) leaving the Asforiyya Sanatorium in Beirut in 1938.

The accusation of madness was not challenged by her fellow Nahda intellectuals. Some launched a press campaign to secure her release. Eventually, after four years, she was transferred to a hospital in Lebanon. After it was determined that she was mentally healthy and was suffering only from depression, she regained her freedom. May’s friend Amīn al-Rayhānī (أمين الريحاني), a Lebanese-American writer, then rented a country villa for her near the home where he lived with his family.


“It was morning when the train left Beirut station, roaring and thundering, emitting a thick cloud of smoke that weighed heavily on the air and spread across the surface of the waves, clouding their brightness. Its mighty roar, like that of a lion, echoed beneath the open sky and almost reached the ruins of Baalbek (…)” (From The Memory of the Temple of Baalbek.)


After her father’s death, and before she was forcibly admitted, May Ziadeh may still have been editor-in-chief of the newspaper he had founded, according to several sources. This cannot be confirmed. Many details of May Ziadeh’s life remain uncertain because information has been lost over time and sources differ. It does not help that, unlike Khalil Gibran’s writings, which have been preserved in good order, May’s writings became scattered. Sources about her final years are also unclear. The accusations of madness and her forced admission may have damaged her reputation. In March 1938, she gave her final lecture at the University of Beirut. Its title can be translated loosely as ‘The Mission/Task of the Writer in Arab Life’. In it, she defended freedom of expression and dignity, and celebrated life. May returned to Cairo, where she died in hospital on 17 September 1941. After her death, an extensive obituary was published in the newspaper al-Muqattam (المقطم). Forty days after her death, Huda Sha’rawi (هدى شعراوي), a prominent Arab feminist of the time, organised a large memorial gathering at the headquarters of the Egyptian Feminist Union, the first nationwide feminist movement in Egypt.


Legacy and reassessment


boekkaft musings of a young woman

Fortunately, May Ziadeh’s substantial legacy is now being reassessed, including through growing academic research into her work. More translations of her texts are also appearing, and they remain relevant today. Although she occupies an important place in Arab literary history, her own work is much less well known and accessible outside the Arabic-speaking world. This is slowly changing. This week, Musings of a Young Woman (Sawanih Fatat, سوانح فتاة), translated and edited by a collective of women and published by ArabLit Books, is being released. To help make May Ziadeh more visible as a writer and thinker, translations of some of her texts have also been included in this biography. This will make her work easier to find online in English and Dutch and help draw attention to who she was, rather than to the mere fascination with her alleged romantic relationship with Kahlil Gibran.



Sources:


auteursfoto Priscilla van der Perk


Priscilla van der Perk works as a project secretary and freelance journalist. She has an academic background in Dutch literature and Islamic and Middle Eastern studies.

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page