top of page

RUST ALS REMEDIE

Foto van schrijver: Arlette van den Berg
Arlette van den Berg
19 uur geleden
14 minuten om te lezen

Melk, middagdutjes en zwijgen over pijn


kaftafbeeld roald triebels
Afbeelding © Roald Triebels

Kalmeringstabletten, leverinjecties, glazen melk en vooral niet praten over je kwalen. In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw werd een groeiend aantal overspannen huisvrouwen opgenomen in zogenaamde rusthuizen. De vermoeide huisvrouw werd absolute rust voorgeschreven: een paar weken niets doen, tot ze voldoende aangesterkt was om het huishouden weer op zich te nemen. Tenminste, dat was de bedoeling. Want werden deze vrouwen wel echt beter? Wat gebeurde er met de achtergebleven gezinnen met kinderen in de tussentijd? En wat leert deze geschiedenis ons over vrouwengezondheidszorg anno 2026? Suzanna Jansen schreef erover in haar essay voor de Maand van de Geschiedenis, Project RUST: rusthuizen voor overspannen moeders.


In haar essay duikt Jansen in drie verschillende rusthuizen. Anders dan eerder werk van haar hand, zoals het Pauperparadijs of De Omwenteling, staat niet haar eigen familie, maar andere moeders en hun families centraal. Hun ervaringen en correspondentie hebben veel inzichten opgeleverd naast onderzoek dat Jansen zelf uitvoerde. De hoofdmoot van het essay is gebaseerd op correspondentie van een moeder die drie keer in een rusthuis gezeten heeft , met haar gezin. De brieven geven een goed beeld van de behandeling, hoe de opname beleefd werd door de vrouw en hoe het was voor haar gezin. Vaak zaten vrouwen maar een paar weken in een rusthuis, dus de brieven beschrijven een korte periode, een dieptepunt, binnen een lange periode van maanden of jaren waarin het slecht met haar ging.  


suzanna Jansen
Suzanna Jansen. Foto: Mark Uyl

Wat was de aanleiding om over het fenomeen rusthuizen te schrijven? 

‘In mijn boek De omwenteling: of de eeuw van de vrouw heb ik één hoofdstuk besteed aan de tijd dat mijn moeder in een rusthuis was opgenomen. Naar aanleiding van het boek, de podcast De eeuw van de vrouw (met Rachel van de Pol) en tijdens lezingen kreeg ik daar veel emotionele reacties op – ik had dat eerlijk gezegd niet verwacht. Een keer kwam een man van zeventig huilend naar me toe. Hij vertelde dat hij naar een tehuis moest, omdat zijn moeder in zo’n rusthuis was opgenomen. De impact van die rusthuizen op zowel vrouwen als hun gezinnen was dus enorm; het is een geschiedenis die nog steeds veel mensen raakt. Ik ging op zoek naar meer informatie, maar het bleek dat er nooit serieus onderzoek naar deze rusthuizen was gedaan. Het is niet bekend hoeveel vrouwen er in de jaren ’50 en ’60 in rusthuizen gezeten hebben, hoeveel rusthuizen er waren, of waar de vrouwen precies aan leden.’ 


Waarom belandden huisvrouwen in die jaren in rusthuizen?  

‘Het beeld was dat huisvrouwen het zwaar hadden, want het huishouden was – zonder de moderne machines van nu – fysiek zwaar werk. Sommige huisvrouwen waren oververmoeid, overspannen; surménage was de medische term die daarvoor gebruikt werd. Er werd vanuit gegaan dat het probleem bij de vermoeide vrouwen tussen de oren zat, dat ze leden aan mentale klachten dus. De mensen die me aanschreven, maar ook mijn zussen, vertelden dat hun moeder ‘depressieverig’ was of ‘psychisch zwak’. Er werd aangenomen dat ze het moederschap of het leven in het algemeen niet aan konden. In die tijd was zorgen voor het gezin de levensfunctie van iedere getrouwde vrouw. Als je daar niet in slaagde, was dat het allerergste wat er was. Er was dus veel schaamte en er werd bijna niet over gepraat.’ 


Waarom werden juist rusthuizen voorgesteld als oplossing? 

‘Het idee was dat de overspannen huisvrouw ergens weg van het gezin en haar huishoudelijke taken moest uitrusten. De nadruk op rust was typisch voor die tijd. Zo bestond de behandeling van mensen met TBC en andere longklachten uit een jaar lang liggen en werden zieke kinderen naar kinderkolonies gestuurd waar ze konden aansterken. Je moet de rusthuizen dus in die context plaatsen.’ 


rusthuis sonnehaert zeist
Rusthuis Sonnehaert in Zeist

Wat gebeurde er in een rusthuis? Hoe zag een behandeling eruit? 

‘Er was geen sprake van behandeling. Het devies was goed eten (veel melk!), veel slapen (middagdutjes), verplicht wandelen en vooral geen werk. RUST, met andere woorden, verder niets. Vrouwen kregen slaaptabletten, kalmeringsdruppels en leverinjecties – daarvan werd toen gedacht dat die zouden zorgen voor meer kracht. De huisarts kwam één keer per week langs, maar die vroeg niet door over de klachten, er werd ook niet gepraat over de situatie thuis. Tekenend was bijvoorbeeld dat een huisarts een vrouw als tip gaf dat ze zich niet zo druk moest maken, dat ze een rustiger leven nodig had, terwijl die vrouw thuis zeven kinderen had en haar man was overleden. Daarop schreef de moeder ten einde raad haar oudste dochter of ze met andere kinderen wilde overleggen dat ze niet zoveel ruzie moesten maken, anders zou ze volgens de dokter zelfs een hersenbloeding kunnen krijgen.’  


Wie beheerden de rusthuizen? 

‘De rust- en hersteloorden voor vrouwen werden uit liefdadigheid opgericht door allerlei particuliere instanties. Het verblijf werd bijvoorbeeld betaald met donaties. De gezondheidszorg was zoals alles in die tijd verzuild. Elke zuil had eigen vakbonden. En die zetten soms zo’n rusthuis op. Er was geen overkoepelende organisatie van de rusthuizen, daarom is het ingewikkeld om een overzicht te krijgen. Van de drie rusthuizen die ik onder de loep neem in het essay is er één opgericht door drie freules die een stuk grond hadden geërfd en op een deel daarvan een tehuis inrichtten waar ze vrouwen wilden helpen. Het rusthuis waar de vrouw zat die driemaal is opgenomen en waar ook mijn moeder zat, was opgericht door de Katholieke Arbeidersbond. Daar ontstond het idee al in de jaren ’30 dat de vrouwen van arbeiders, als ze moe waren of geopereerd moesten worden, ook ergens moesten kunnen uitrusten. Voorwaarde was wel dat de echtgenoot van de patiënte langer dan een halfjaar lid was van de vakbond en dat hij doneerde aan het welzijnsfonds. Het derde rusthuis was opgezet door drie Drentse instanties, gerund door vrijwilligsters die zich bekommerden om vrouwen. Die vrijwilligsters boden vrouwen uit de buurt vijf dagen vakantie. De directrice van het rusthuis tekende in het jaarverslag op dat ze liever vakantiegasten opving dan ‘zenuwpatiënten’ die langer moesten blijven, want die vakantiegasten waren dankbaarder.'  


Wat gebeurde er in de tussentijd met de gezinnen? 

‘De impact op het gezin was enorm. Zelfs als de vader – zoals mijn eigen vader – zijn beste beentje voorzette in het huishouden, kon die nooit al het werk van zijn vrouw overnemen met een werkweek van zes dagen. Zorgverlof bestond niet. In sommige gezinnen sprongen gezinsverzorgsters, jonge ongetrouwde meisjes, in. Maar vaak was er geen hulp. Dan werden meisjes van soms pas 12, 13, 14 jaar thuisgehouden van school om de taken van haar moeder over te nemen. Of kinderen moesten naar een kindertehuis of werden verspreid over andere gezinnen. Ik heb twee dochters gesproken die het huishouden moesten doen, de kost verdienen en voor de kleintjes zorgen. Verschrikkelijk.’ 


In hoeverre waren vrouwen genezen na hun verblijf in een rusthuis? 

‘De problemen, wat die ook waren, werden in een rusthuis niet aangepakt. Heel vaak hielp het helemaal niet. Zo schreef een vrouw slechts twee of drie dagen nadat ze terug thuis was een brief dat ze zich heel beroerd voelde en maar hoopte dat de huisarts een oplossing zou hebben. Een andere vrouw kwam er slechter uit dan zij het rusthuis was binnen gegaan. Zij had veel problemen: haar man overleden, drie kinderen overleden, groot gezin, weinig geld. Toen ze later naar een zenuwarts ging kreeg ze het advies te gaan roken om rustiger te worden. Dus dat deed ze toen maar. Het tekent ook wel erg het gebrek aan kennis in die tijd.’ 


‘Zoals ik eerder al aangaf, werd vrouwen niet gevraagd wat er speelde in hun leven en in het rusthuis werd niet over je kwalen en problemen gesproken. We weten dus niet wat de oorzaak van die vermoeidheid was waarmee huisvrouwen in rusthuizen terecht kwamen. Ik schrijf ook over een vrouw die twaalf kinderen had en een paar miskramen had gehad. Misschien had ze bloedarmoede, daar word je ontzettend moe van. Ik heb slechts een aantal vrouwen onderzocht, maar ik kwam van alles tegen. Veel vrouwen kampten met fysieke klachten, zoals suikerziekte of rugpijn. Het kan ook dat vrouwen in de overgang zaten of migraine hadden, maar kennis over hormonale klachten was er nog niet.’ 


vrouwen in een rusthuis

Welke lessen kunnen we uit deze geschiedenis trekken? 

‘Vrouwen in rusthuizen, is mijn conclusie, kregen niet alleen niet de behandeling die ze nodig hadden, ze zijn vooral nooit serieus onderzocht. Het is ontzettend interessant dat er enorm werd gehecht aan de huisvrouw; ze was ontzettend belangrijk. De huisvrouw was het fundament van de samenleving, het gezin, en het gezin was waar samenleving op dreef. De huisvrouw kon dus absoluut niet wegvallen. Tegelijkertijd werd ze niet serieus genomen: ze werd niet betaald voor haar werk en haar klachten werden niet serieus onderzocht. Ik zou hier niet over schrijven als ik dacht dat dit verhaal niet meer relevant is. Ik kijk terug naar dit verleden omdat ik onze tijd wil begrijpen. Toen werd er automatisch vanuit gegaan dat de vrouwen leden aan mentale klachten, en daarmee dat het probleem bij de huisvrouw zelf lag. Ze moest zich gewoon minder druk maken. Dat fenomeen zien we nog steeds: wanneer een vrouw iets mankeert wat we niet begrijpen, denken we vaak dat het tussen de oren zit. Concreet is er best veel veranderd, maar er is nog steeds een enorme achterstand op het gebied van kennis van vrouwenlichamen en vrouwengezondheid.’ 


Wat hoop je dat het essay teweeg brengt? 

‘De ondertitel van het boek is Rusthuizen voor overspannen moeders, maar ik bedacht later dat Een historie over vrouwengezondheid ook passend zou zijn. Het essay licht maar een tipje van de sluier van deze geschiedenis op. Ik vind het heel belangrijk dat deze maatschappelijke geschiedenis die vrouwen aangaat bij het collectieve geheugen gaat horen. De vrouwen die in de jaren ’50 en ’60 in rusthuizen hebben gezeten, zijn inmiddels vrijwel allemaal overleden. Maar hun kinderen zijn er nog wel, die kunnen de verhalen nog vertellen of optekenen. Dus moeten we die geschiedenis veiligstellen nu het nog kan, en er aandacht is voor vrouwengezondheid. Anders gaat die horen bij de talloze onderwerpen in het leven van vrouwen die niet zijn gedocumenteerd en waar we veel te weinig over weten. Om die reden eindig ik het essay met een oproep aan iedereen die persoonlijke ervaringen, documenten of namen van rusthuizen wil delen. Dat kan via www.projectrust.nl – in samenwerking met de Maand van de Geschiedenis en vrouwenarchief Atria.'


boekkaft project rust essay maand van de geschiedenis suzanna jansen



'Project RUST: Rusthuizen voor overspannen moeders' (9789026372865 - Paperback €8,99) is beschikbaar in de boekwinkel of direct te bestellen bij Uitgeverij Ambo|Anthos.






auteursfoto arlette van den berg


Arlette van den Berg is freelance journalist en schrijver. Ze schrijft over Rotterdam voor 'Erasmus Magazine' en 'Vers Beton' en verdiept zich graag in de vrouwen die haar stad maken.




 - ENGLISH BELOW -

kaftafbeeld roald triebels
Image © Roald Triebels

Sleeping pills, liver injections, glasses of milk, and above all, not talking about your ailments. In the 1950s and 1960s, an increasing number of overstressed housewives were admitted to so-called rest homes. The exhausted housewife was prescribed absolute rest: a few weeks of doing nothing, until she had recovered sufficiently to take on the household again. At least, that was the idea. But did these women actually get better? What happened to the families and children left behind in the meantime? And what does this history teach us about women’s healthcare in 2026? Suzanna Jansen wrote about it in her essay for the Month of History, Project RUST: Rusthuizen voor overspannen moeders (English: Project RUST: Rest Homes for Overstressed Mothers).


In her essay, Jansen looks at three different rest homes. Unlike in her earlier work, such as Pauperparadijs or De Omwenteling, the focus is not on her own family but on other mothers and their families. Their experiences and correspondence have provided many insights, alongside research conducted by Jansen herself. The bulk of the essay is based on correspondence from a mother who was admitted to a rest home three times, and on the correspondence she had with her family. The letters provide a good picture of the treatment, how the woman experienced being admitted, and what it was like for her family. Women often stayed in a rest home for only a few weeks, so the letters describe a short period—a low point—within a much longer period of months or years during which she was struggling.


suzanna Jansen
Suzanna Jansen. Image: Mark Uyl

What prompted you to write about the phenomenon of rest homes?

“In my book De omwenteling: of de eeuw van de vrouw (English: The Revolution: or the Century of Women), I devoted a chapter to the period when my mother was admitted to a rest home. Following the publication of the book, the podcast De eeuw van de vrouw [The Century of Women] (with Rachel van de Pol), and during lectures, I received many emotional reactions to it—I honestly hadn’t expected that.

“Once, a seventy-year-old man came up to me in tears. He told me that he had been sent away to stay elsewhere because his mother had been admitted to such a rest home. So the impact of these rest homes on both women and their families was enormous; it is a history that still affects many people. I went looking for more information, but it turned out that no serious research had ever been done into these rest homes. We don’t know how many women stayed in rest homes in the 1950s and 1960s, how many rest homes there were, or precisely what the women were suffering from.”


Why did housewives end up in rest homes in those years?

“The perception was that housewives had a hard time, because housework—without the modern machines we have today—was physically demanding. Some housewives were exhausted or overstressed; surménage was the medical term used for this. It was assumed that the problem was all in the women’s heads, that they were suffering from mental health problems.

“The people who wrote to me, as well as my sisters, said that their mothers were ‘a bit depressed’ or ‘mentally weak’. It was assumed that they could not cope with motherhood or with life in general. At that time, caring for the family was the life function of every married woman. If you failed at that, it was considered the worst thing that could happen. There was therefore a great deal of shame, and hardly anyone talked about it.”


Why were rest homes specifically proposed as the solution?

“The idea was that the overstressed housewife needed to rest somewhere away from her family and household responsibilities. The emphasis on rest was typical of the period. For example, the treatment of people with tuberculosis and other lung conditions consisted of lying down for an entire year, while sick children were sent to special children’s colonies where they could regain their strength. So you have to place the rest homes within that context.”


rusthuis sonnehaert zeist
Rest house Sonnehaert in Zeist

What happened in a rest home? What did the treatment look like?

“There was no treatment as such. The prescription was good food—lots of milk!—lots of sleep, including afternoon naps, compulsory walks, and above all, no work. REST, in other words, and nothing else. Women were given sleeping pills, sedative drops, and liver injections—at the time, these were thought to provide greater strength. The family doctor came once a week, but did not ask any further questions about the complaints, and there was no discussion of the situation at home. It is telling, for example, that a doctor advised a woman not to worry so much and that she needed a quieter life, even though she had seven children at home and her husband had died. In desperation, the mother then wrote to her eldest daughter asking whether she could tell the other children not to argue so much, because otherwise, according to the doctor, she might even suffer a brain haemorrhage.”


Who ran the rest homes?

“The rest and convalescent homes for women were established as charitable initiatives by all kinds of private organisations. Accommodation, for example, was paid for through donations.

“Healthcare was organised along the same lines as everything else in society at the time, which was divided into separate religious and ideological ‘pillars’. Each pillar had its own trade unions, and some of them established rest homes. There was no umbrella organisation for the rest homes, which is why it is difficult to get an overview. Of the three rest homes I examine in the essay, one was established by three aristocratic women who had inherited a piece of land and built a home on part of it where they wanted to help women. The rest home where the woman who was admitted three times stayed—and where my mother also stayed—was established by the Catholic Workers’ Union. The idea had already emerged in the 1930s that workers’ wives should also have somewhere to rest when they were tired or needed surgery. The condition was that the patient’s husband had been a member of the union for more than six months and that he contributed to the welfare fund. The third rest home was established by three organisations from Drenthe and run by female volunteers who cared about women. These volunteers offered local women five days of holiday. The director of the rest home noted in the annual report that she preferred to accommodate ‘holiday guests’ rather than ‘nervous patients’ who had to stay longer, because the holiday guests were more grateful.”


What happened to the families in the meantime?

“The impact on the family was enormous. Even if the father—as was the case with my own father—did his very best to take care of the household, he could never take over all of his wife’s work while working a six-day week. There was no care leave. In some families, home-care workers, young unmarried women, stepped in. But often there was no help. In those cases, girls as young as twelve, thirteen, or fourteen were sometimes kept home from school to take over their mother’s duties. Or children had to go to a children’s home or were distributed among other families. I spoke to two daughters who had to run the household, earn money, and look after the younger children. Horrible.”


To what extent were women cured after their stay in a rest home?

“The problems, whatever they were, were not addressed in a rest home. Very often, it didn’t help at all. For example, one woman wrote a letter only two or three days after returning home saying that she felt terribly ill and could only hope that the family doctor would have a solution. Another woman came out worse than when she had entered the rest home. She had many problems: her husband had died, three children had died, she had a large family, and little money. When she later went to see a neurologist, she was advised to take up smoking to calm herself down. So that is what she did. It is also a striking illustration of the lack of knowledge at the time.”


“As I mentioned earlier, women were not asked what was going on in their lives, and in the rest home people did not talk about their ailments or problems. We therefore do not know what caused the exhaustion with which housewives ended up in rest homes. I also write about a woman who had twelve children and had suffered several miscarriages. Perhaps she was anaemic; anaemia can make you extremely tired. I only studied a limited number of women, but I encountered all kinds of things. Many women suffered from physical complaints, such as diabetes or back pain. They may also have been going through menopause or suffering from migraines, but there was not yet much knowledge about hormonal complaints.”


vrouwen in een rusthuis

What lessons can we learn from this history?

“My conclusion is that the women in rest homes not only failed to receive the treatment they needed; above all, they were never properly examined. It is extremely interesting that so much importance was attached to the housewife; she was incredibly important. The housewife was the foundation of society, the family, and the family was what society rested on. The housewife therefore absolutely could not be allowed to disappear. At the same time, she was not taken seriously: she was not paid for her work, and her complaints were not properly investigated. I would not be writing about this if I thought this story were no longer relevant. I look back at this past because I want to understand our own time. Back then, it was automatically assumed that women were suffering from mental health problems, and therefore that the problem lay with the housewife herself. She simply needed to worry less. We still see that phenomenon today: when a woman has something wrong with her that we do not understand, we often think it is all in her head. Concretely, quite a lot has changed, but there is still an enormous gap in our knowledge of women’s bodies and women’s health.”


What do you hope the essay will achieve?

“The subtitle of the book is Rest Homes for Overstressed Mothers, but I later realised that A History of Women’s Health would also have been appropriate. The essay only lifts a small corner of the veil on this history. I think it is very important that this social history, which concerns women, becomes part of our collective memory. The women who stayed in rest homes in the 1950s and 1960s have by now almost all died. But their children are still here, and they can still tell or record these stories.So we need to preserve this history while we still can, especially now that there is attention for women’s health. Otherwise, it will become one of the countless subjects in women’s lives that have not been documented and about which we know far too little. For that reason, I end the essay with an appeal to anyone who would like to share personal experiences, documents, or the names of rest homes. This can be done via Project RUST—in collaboration with the Month of History and the women’s archive Atria.”


boekkaft project rust essay maand van de geschiedenis suzanna jansen



'Project REST: Rest Homes for Overstressed Mothers (9789026372865 — paperback €8.99) is available in bookstores or can be ordered directly from Ambo|Anthos Publishers.'






auteursfoto arlette van den berg


Arlette van den Berg is a freelance journalist and writer. She writes about Rotterdam for

'Erasmus Magazine' and 'Vers Beton' and enjoys delving into the women who shape her city.

Opmerkingen


bottom of page