MARITIEME VROUWEN
- Lisa Jap-A-Joe

- 2 dagen geleden
- 13 minuten om te lezen

Stoere zeebonken, mannen met baarden (en pijp), sterke verhalen. Dat is nog altijd het heersende beeld van mensen die werken op schepen en in havens. Maar waar zijn de vrouwen in die wereld? Het viel conservator Irene Jacobs van het Maritiem Museum Rotterdam al langer op dat zij nauwelijks zichtbaar zijn in de maritieme geschiedenis. Nadat Jacobs het onderwerp meerdere keren had aangekaart, viel alles uiteindelijk op zijn plek. De tentoonstelling Maritieme Vrouwen in het Maritiem Museum Rotterdam laat zien dat vrouwen er door de eeuwen heen al waren — en nog steeds zijn: 'Eindelijk komt er steeds meer aandacht voor de geschiedenis van vrouwen!'

'Er zijn al onderzoeken gedaan naar vrouwen in de scheepvaart of havenindustrie,” legt Jacobs uit. 'Maar die richtten zich meestal op één aspect of één specifieke locatie — bijvoorbeeld vissersvrouwen uit een bepaalde plaats.' Aan een breed overzicht ontbrak het lange tijd. Na een jaar onderzoek had Jacobs genoeg materiaal verzameld voor een tentoonstelling die de volle breedte van de maritieme wereld beslaat. “Maar ook daarmee kon ik niet alle achterstanden inhalen. Want er is nog zo veel onbekend.” Aan de hand van persoonlijke verhalen biedt de tentoonstelling een rijk en soms verrassend overzicht van vrouwen die voeren op schepen en werkten in de maritieme sector. Het doorbreekt het idee dat vrouwen daar geen in rol speelden.
Je verwacht misschien niet dat vrouwen in de geschiedenis meevoeren op schepen?
“Ik heb varende vrouwen gevonden in allerlei sectoren: bij de marine, in de koopvaardij, de binnenvaart en de kustvaart — vanaf de 17e eeuw tot nu. Dat is opmerkelijk, want in de 17e en 18e eeuw was het vrouwen officieel verboden om te varen. Toen was het op basis van hun geslacht verboden om als bemanningslid in dienst te komen van de Vereenigde Oostindische Compagnie, de West-Indische Compagnie of de marine. Maar dat wil niet zeggen dat ze het niet deden. Zichzelf verkleden als man, bood hen een uitweg.
Door zich te verkleden als man – als matroos, soldaat of bijvoorbeeld konstabelsmaat (verantwoordelijk voor de munitie aan boord) – konden vrouwen aan boord komen, meevaren en meevechten.”
“Ik ga ervan uit dat veel vrouwen simpelweg wilden reizen, de wereld wilden zien. Dat je dat niet mag op basis van je geslacht, wil niet zeggen dat je die wens niet hebt.”
Wat waren hun redenen?
'Daar kunnen we deels alleen naar gissen. De verklaringen die vrouwen later voor de rechtbank gaven, kunnen mogelijk afwijken van wat hun echte motieven geweest zijn. In de rechtbank werden wenselijke antwoorden gegeven – daar werd bijvoorbeeld gesproken over vaderlandsliefde en de wens om te vechten. Ik ga ervan uit dat veel vrouwen simpelweg wilden reizen, de wereld wilden zien. Dat je dat niet mag op basis van je geslacht, wil niet zeggen dat je die wens niet hebt. Sommige vrouwen wilden waarschijnlijk ergens anders een nieuw bestaan opbouwen, bijvoorbeeld in Azië of het toenmalige Nederlands-Indië. Maar er waren ook praktische redenen. Armoede kwam veel voor, en als vrouw had je minder kansen op werk en werd je slechter betaald. Daarnaast waren er vrouwen die het uit liefde deden. Als je getrouwd was met een zeeman en geen zin had om achter te blijven, kan dat een sterke motivatie zijn geweest.'

Om hoeveel vrouwen gaat het die hebben gevaren?
'Op dit moment kennen we ongeveer honderd vrouwen die daadwerkelijk hebben gevaren, maar dat zijn alleen de vrouwen die ontdekt zijn. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk veel hoger. Ze werden bijvoorbeeld ontdekt wanneer ze ziek werden en hun lichaam onderzocht moest worden, of wanneer hun verhaal niet bleek te kloppen. Zo was er een vrouw die het levensverhaal van haar broer gebruikte, maar door de mand viel omdat iemand anders aan boord die broer kende. Tegelijkertijd weten we dat sommige vrouwen eerder al succesvol hadden meegevaren zonder ontdekt te worden. Dat betekent dat er waarschijnlijk veel meer vrouwen zijn geweest van wie we het nooit zullen weten.'
“Als zij niet aan boord was overleden, hadden we waarschijnlijk nooit geweten dat ze meevoer. En als we het van haar al niet weten, van hoeveel vrouwen weten we het dan nog meer niet?”
Zijn er vrouwen uit jouw onderzoek die je het meest zijn bijgebleven?
'In de 19e eeuw vond ik in de grote zeevaart meerdere vrouwen die jarenlang met hun man meevoeren, terwijl vaak wordt gezegd dat vrouwen ongeluk zouden brengen op zee. Sommigen kregen zelfs kinderen aan boord. De eerste vrouw die ik vond, Heinerika Hidderina Zeijlstra, is me het meest bijgebleven. Ze was de vrouw van de kapitein en werd genoemd in een scheepsjournaal, omdat zij aan boord was overleden. Ik heb in verschillende archieven gezocht, maar kon niet achterhalen waarom zij aan boord was. Ze stond niet als bemanningslid geregistreerd, terwijl de andere opvarenden — er waren er maar dertien op een reis van meer dan een jaar — toch moeten hebben geweten dat ze er was. Als zij niet aan boord was overleden, hadden we waarschijnlijk nooit geweten dat ze meevoer. En als we het van haar al niet weten, van hoeveel vrouwen weten we het dan nog meer niet?'
De tentoonstelling gaat niet alleen over vrouwen op zee, maar ook over vrouwen aan wal…
'Zeker, bepaalde kapiteinsvrouwen bijvoorbeeld. Van oudsher dichtten we hen de verantwoording toe voor het huishouden en de kinderen, maar uit onderzoek blijkt dat zij ook een belangrijke rol speelden in het werk van hun man. Ze regelden bevoorrading, deden de boekhouding en onderhielden handelscontacten. Het wordt steeds duidelijker dat zij een uitgebreid netwerk hadden en elkaar ook hielpen. Een mooi voorbeeld is Anna van Gelder, de tweede vrouw van Michiel de Ruyter. Wanneer hij met een vloot uitvoer en maanden weg was, zorgde zij vanuit Amsterdam dat zijn schepen met daarop honderden bemanningsleden bevoorraad werden — waar de schepen zich ook bevonden. Dat was een enorme logistieke operatie.'
Waren er ook vrouwelijke ondernemers in die wereld?
'Ik heb veel vrouwen gevonden die jarenlang bedrijven runden: ze maakten kompassen en vlaggen, of beheerden scheepswerven. Lange tijd mochten vrouwen geen eigen bedrijf starten of lid worden van een gilde, maar ze mochten wel het bedrijf van hun man overnemen. Dat gebeurde veel vaker dan we lang hebben gedacht.”

“De tentoonstelling [...] gaat ook over bredere thema’s zoals man-vrouwverhoudingen en kansenongelijkheid.”
Wie kunnen we zien in de tentoonstelling?
'In de tentoonstelling komen meer dan 50 vrouwen aan bod. Dat zijn zowel historische als hedendaagse vrouwen, die ook reflecteren op hun werk en de obstakels die zij tegenkomen.
Een bekend voorbeeld is Kenau Simonsdochter Hasselaer. Zij is vooral bekend van het Beleg van Haarlem, en haar voornaam is de Nederlandse uitdrukking geworden voor een ‘(te) mannelijke’ vrouw. Ze staat minder bekend om haar werk in de scheepsbouw. Na het overlijden van haar man nam zij de werf over en zette die jarenlang voort. Ook was zij scheepseigenaar en actief in de houthandel op Scandinavië en de Oostzee.'
Maar de tentoonstelling gaat niet alleen over Nederlandse vrouwen...
'We hebben bewust gekozen voor een internationale mix. Neem bijvoorbeeld de Zweedse Margareta Nilsdotter. Zij nam na het overlijden van haar Nederlandse man de leiding over de bouw van het oorlogsschip Vasa over en onderhield daarvoor contact met de Zweedse koning. Tegenwoordig zouden we haar een manager noemen. Ook is er bijvoorbeeld aandacht voor de Chinese piraat Zheng Yi Sou en voor de Franse Jeanne Baret – zij vermomde zich als man vermomde om als botanist mee te gaan op de wetenschappelijke expeditie van Louis Antoine de Bougainville. Zij was ook plantkundige, en is de eerste vrouw van wie we weten dat ze de wereld rondzeilde. Al kreeg ze daarvoor pas later erkenning.'
Is er ook een bruggetje naar maritieme vrouwen in het heden?
'Er zijn modernere verhalen opgenomen in de tentoonstelling, zoals dat van de Rotterdamse Rosalia do Livramento. Zij wilde in de jaren zestig varen, maar mocht niet naar de zeevaartschool. Uiteindelijk ging ze aan de slag als kok aan boord, zonder ervaring — omdat men aannam dat een vrouw wel kon koken. Ondanks de vooroordelen bleef ze jarenlang varen.'

Voor wie is de tentoonstelling interessant?
'Eigenlijk voor iedereen. Natuurlijk voor mensen die geïnteresseerd zijn in de maritieme sector, maar het gaat ook over bredere thema’s zoals man-vrouwverhoudingen en kansenongelijkheid.
Het laat zien dat vrouwen door de geschiedenis heen veel is ontzegd, niet vanwege gebrek aan kennis of kunde, maar vanwege hun geslacht. Dat onderwerp raakt iedereen.
We hebben in de tentoonstelling ook vragen verwerkt die bezoekers aan het denken zetten: Hoe kijk ik eigenlijk naar man-vrouwverhoudingen en rollenpatronen? Voor veel mensen — ook mannen in de maritieme sector — is het echt een eyeopener.'
Je werkt ook aan een boek naar aanleiding van je onderzoek.
'Ja, daarin licht ik vijftien vrouwen uitgebreider uit, uit verschillende sectoren en tijdsperiodes — van de 16e eeuw tot nu. Net als in de tentoonstelling staan persoonlijke verhalen centraal, maar in een boek heb je meer ruimte voor context. Ik kan beschrijven in wat voor tijd deze vrouwen leefden, en wat ze wel en niet mochten. De volledige geschiedenis is nog lang niet compleet — daar is veel meer onderzoek voor nodig. Maar door deze verhalen te vertellen, kunnen we wel een breder beeld schetsen. Een kernvraag is: wat beschouwen we eigenlijk als mannelijk of vrouwelijk werk? En wat maakt iets een ‘echte mannenwereld’? Is dat fysieke kracht, ruwheid, traditie — of speelt er meer? De verhalen van deze vrouwen laten zien dat die grenzen altijd al minder vast lagen dan vaak wordt gedacht.”
Maritieme Vrouwen is t/m september 2027 te zien in het Maritiem Museum Rotterdam.


Lisa Jap-A-Joe is communicatieprofessional met speciale interesse in cultuur en geschiedenis. Via haar platform SAGA deelt ze verhalen uit haar eigen familieverleden en interviewt ze anderen over de bijzondere levens van hun voorouders.
- ENGLISH BELOW -

Rugged seadogs, men with beards (and pipes), tall tales—that remains the prevailing image of people working on ships and in ports. But where are the women in that world? Curator Irene Jacobs of the Maritime Museum Rotterdam had long noticed that they were barely visible in maritime history. After Jacobs raised the subject several times, everything finally fell into place. The exhibition Maritieme Vrouwen (Maritime Women) at the Maritime Museum Rotterdam shows that women have been present throughout the centuries—and still are: "Finally, there is growing attention for women's history!"

“There have already been studies about women in shipping or the port industry,” Jacobs explains, “but these usually focused on one aspect or one specific location — fishermen’s wives from a particular town, for example.” For a long time, a broad overview was missing. After a year of research, Jacobs had gathered enough material for an exhibition covering the full breadth of the maritime world. “But even with that, I still couldn’t make up for all the gaps. There is still so much we don’t know.” Through personal stories, the exhibition offers a rich and sometimes surprising overview of women who sailed on ships and worked in the maritime sector. It challenges the idea that women played no role there.
In general, people might not expect women throughout history to have sailed on ships?
“I found women sailors in all kinds of sectors: in the navy, merchant shipping, inland shipping, and coastal trade — from the 17th century to the present day. That is remarkable, because in the 17th and 18th centuries women were officially forbidden from sailing.
At the time, women were banned from serving as crew members for the Dutch East India Company, the Dutch West India Company, or the navy, on the basis of their sex. But that doesn’t mean they didn’t do it. Disguising themselves as men offered them a way.
By disguising themselves as men — as sailors, soldiers, or for example an assistant gunner (responsible for the ammunition on board) — women were able to go aboard, sail, and fight.”
“We know for a fact that some women had already successfully sailed before without ever being discovered. That means there were probably many more women whose stories we will never know.”
What were their reasons?
“We can only partly speculate about that. I assume many women simply wanted to travel, to see the world. Just because you’re not allowed to do something because of your sex, doesn’t mean you don’t have the desire. Some women probably wanted to build a new life somewhere else, for example in Asia or the former Dutch East Indies. But there were also practical reasons. Poverty was widespread, women had fewer job opportunities and they were paid less. Some women did it out of love. If you were married to a sailor and didn’t want to stay behind, that could have been a strong motivation. The explanations women later gave in court may have differed from their real motivations. In court, socially desirable answers were often given — for example, references to patriotism and the wish to fight.”

How many women do we know of who sailed?
“At the moment we know of around a hundred women who actually sailed, but those are only the women who have been discovered. The real number is probably much higher.
They were often discovered when they became ill and their bodies had to be examined, or when their stories turned out not to be true. For example, there was a woman who posed as her brother and used his life story. But she was exposed because someone else on board knew her brother. At the same time, we know for a fact that some women had already successfully sailed before without ever being discovered. That means there were probably many more women whose stories we will never know.”
“If she hadn’t died on board, we probably never would have known she was making the crossing. And if we don’t know about her, how many other women are there whom we also don’t know about?”
Are there women from your research that stayed with you the most?
“In the 19th century I found several women in shipping who sailed with their husbands for years, even though people often claimed that women brought bad luck at sea. Some even had children on board. The first woman I found, Heinerika Hidderina Zeijlstra, stayed with me the most. She was the captain’s wife and was mentioned in a ship’s log because she had died on board. I searched through various archives, but I couldn’t find out why she was on board. She wasn’t registered as a crew member, even though the other people on board — there were only thirteen on a voyage lasting more than a year — must have known she was there.
If she hadn’t died on board, we probably never would have known she sailed with them. And if we don’t know it in her case, how many more women are there that we know nothing about?”
The exhibition is not only about women at sea, but also about women on shore…
“Certainly. There is, for example, a group of captains’ wives who remained ashore. Traditionally, they were considered responsible for the household and children, but research shows that they also played an important role in their husbands’ work.
They arranged supplies, handled bookkeeping, and maintained trade contacts. It’s becoming increasingly clear that they had extensive networks and helped one another as well.
A good example is Anna van Gelder, the second wife of Michiel de Ruyter. When he sailed out with a fleet and was away for months, she ensured from Amsterdam that his ships — carrying hundreds of crew members — were supplied wherever they were in the world. That was an enormous logistical operation.
Were there female entrepreneurs in the maritime world?
"I also found many women who ran businesses for years: they made compasses and flags or managed shipyards. For a long time, women weren’t allowed to start their own businesses or join a guild, but they were allowed to take over their husband’s company. That happened far more often than we long assumed.”

“The exhibition [...] also addresses broader themes such as gender relations and inequality of opportunity.”
Which women can visitors see in the exhibition?
“The exhibition features more than fifty women. These include both historical and contemporary women, who also reflect on their work and the obstacles they face.
One well-known example is Kenau Simonsdochter Hasselaer. In the Netherlands, she’s mainly known from the Siege of Haarlem, and her first name became a Dutch expression for a ‘too masculine’ woman. She is less known for her work in shipbuilding. After her husband died, she took on the shipyard and continued running it for years. She was also a ship owner and active in the timber trade with Scandinavia and the Baltic region."
The exhibition is not just about Dutch women...
"We deliberately chose an international mix. Take Margareta Nilsdotter from Sweden, for example. After the death of her Dutch husband, she took on the construction of the warship Vasa and communicated directly with the Swedish king about it. Today we would call her a manager. We also pay attention to the Chinese pirate Zheng Yi Sao and Frenchwoman Jeanne Baret. Jeanne Baret disguised herself as a man in order to join the scientific expedition of Louis Antoine de Bougainville as a botanist. She was also a plant scientist and is the first woman we know of to have circumnavigated the globe — although she was only recognized for this later."
How do you form a connection to present day maritime women?
"Contemporary stories are included as well, such as that of Rotterdam native Rosalia do Livramento. In the 1960s she wanted to go to sea, but wasn’t allowed to attend maritime school. Eventually she started working as a cook on board, despite having no experience — just because people assumed a woman would know how to cook. Despite the prejudice, she continued sailing for many years.”

Who is the exhibition for?
“Actually, for everyone. Of course for people interested in the maritime sector, but it is also about broader themes such as gender relations and inequality of opportunity.
It shows that throughout history women were denied many opportunities, not because they lacked knowledge or ability, but because of their sex. That subject concerns everyone.
We also included questions in the exhibition that encourage visitors to reflect: how do I actually view gender relations and role patterns? For many people — including men in the maritime sector — it is truly an eye-opener.”
You are also working on a book based on your research…
“Yes, in it I discuss fifteen women in greater detail, from different sectors and time periods — from the 16th century to the present day. Just as in the exhibition, personal stories are central, but the book offers more context. I’ll describe the times these women lived in and what they were and weren’t allowed to do. The full history is still far from complete — much more research is needed for that. But by telling these stories, we create a broader picture.
One central question is: what do we actually consider masculine or feminine work? And what makes something a ‘real man’s world’? Is it physical strength, thoughness, tradition — or is there more to it? The stories of these women show that those boundaries have always been far less fixed than people often think.”
Maritime Women in on display at tthe Maritime Museum Rotterdam until September 2027.


Lisa Jap-A-Joe is a communications professional with a special interest in culture and history. Through her website, SAGA, she shares stories from her own family history and interviews others about the remarkable lives of their ancestors.




Opmerkingen