top of page

OH YOKO!

Foto van schrijver: Jasmijn Groot
Jasmijn Groot
5 uur geleden
16 minuten om te lezen
Oh YokO!

In juni 1968 werd de Japanse fluxus-artieste Yoko Ono plotseling wereldnieuws. Al enige maanden verscheen ze in de Britse media als één van de vele avant garde-kunstenaars waar de beroemde band The Beatles zich mee omringde in het bruisende Londen. Maar toen de pers erachter kwam dat frontman John Lennon zijn vrouw Cynthia had verlaten voor Ono, veranderde de toon van journalisten radicaal. Het absolute startschot van de mediajacht vond plaats op 18 juni 1968 bij de première van het toneelstuk In His Own Write, dat was gebaseerd op het gelijknamige boek van Lennon uit 1964. Britse tv-verslaggevers en roddeljournalisten omsingelden het koppel agressief en vroegen Lennon herhaaldelijk voor de camera: "Where is your wife, John?" en "Who is this woman?". De toon was niet nieuwsgierig, maar beschuldigend. Ono werd direct neergezet als een indringster die een droomhuwelijk kapotmaakte.  


Vijandigheid naar de partners van de bandleden van The Beatles was geen nieuw fenomeen. John Lennons eerste vrouw Cynthia Lennon, Ringo Starrs echtgenote Maureen Starkey, George Harrisons eega Pattie Boyd en Paul McCartneys vriendin Jane Asher ervaarden allen inbreuk op hun privacy door paparazzi en journalisten en hadden regelmatig te maken met verbale en fysieke aanvallen van fanatieke Beatles-fans. Maar de laster die Ono ondervond viel in een buitencategorie. In vele opzichten voldeed zij totaal niet aan het beeld van een Beatles-wife. Ono was in haar eigen recht al een gevestigd kunstenares, een conceptueel artiest die de heersende conventies van kunst aan de kaak stelde, en haar eigen brood verdiende. Ze was onafhankelijk, eigengereid en wars van de heersende conventies. Maar bovenal was ze Japans en een vrouw. De conservatieve Britse pers wist niet hoe ze Ono moest plaatsen en verviel al snel in xenofobie en seksisme. In kranten werd ze omschreven als een ‘exotische indringster’, een ‘heks’, een ‘jap’, of een ‘dragon lady’ die John Lennon in haar macht had en die hem misbruikte voor roem en geld.  


Yoko Ono en John Lennon in de vertrekhal van Schiphol (31 maart 1969). Foto: Joost Evers.
Yoko Ono en John Lennon in de vertrekhal van Schiphol (31 maart 1969). Foto: Joost Evers.

Hiermee werd de basis gelegd voor de decennialange publieke zondebokrol die Ono toebedeeld kreeg. Helaas is ze daardoor nooit als voorbeeld omarmd door vrouwen. Hier zijn vier redenen waarom dat wel zou moeten. 



  1. Ze is een fantastische artiest 


Het werk van Yoko Ono daagt de manier uit waarop we denken over kunst, identiteit, gender en de maatschappij. Tegelijkertijd stelt Ono de vraag wie eigenlijk de kunstenaar mag zijn. In plaats van kunst te maken die je simpelweg vertelt wat je moet denken, maakte Ono het publiek vaak onderdeel van het creatieve proces. In Cut Piece (1964) zat ze stil op het podium en nodigde ze mensen uit het publiek uit om stukken van haar kleding af te knippen. Het werk gaat over kwetsbaarheid, macht en de manier waarop het lichaam van vrouwen kan worden gecontroleerd of geobjectiveerd, maar maakt het publiek ook verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Met haar Instruction Paintings ging ze nog een stap verder door mensen eenvoudige instructies te geven die ze zelf konden uitvoeren. Daarmee suggereerde ze dat iedereen aan het maken van kunst kan deelnemen. Ono hielp avant-gardekunst uit traditionele galeries te halen en naar het dagelijks leven te brengen. Sinds de jaren 1990 is haar Wish Tree een vast onderdeel van haar exposities. Hiermee nodigt ze mensen wereldwijd uit om een ​​persoonlijke wens op een klein stukje papier te schrijven, het op te vouwen en aan de takken van een levende boom te binden. Zulke wensbomen zijn sindsdien overal wereldwijd zichtbaar, zowel binnen musea als daarbuiten.  


Cut Piece (1964)


Ono’s werk is ongewoon en prikkelend. Het kan op het eerste oog simpel of grappig lijken, maar heeft altijd een diepere betekenis. Tegelijkertijd nodigt het je uit om niet alleen toeschouwer, maar ook maker te worden. In Film No. 4 (1966) - ook wel bekend als Bottoms - filmde Ono bijvoorbeeld close-ups van de billen van verschillende mensen. Daarmee maakte ze een alledaags en humoristisch onderdeel van het menselijk lichaam tot experimentele kunst en daagde ze traditionele ideeën uit over het lichaam en over wat als kunst kan worden beschouwd. In haar werk maakte Ono avant-gardekunst toegankelijker en moedigde ze mensen aan om mee te doen, te experimenteren en hun eigen aannames ter discussie te stellen. Ze laat zien dat kunst niet alleen een object hoeft te zijn dat door een geschoolde kunstenaar wordt gemaakt, maar ook een idee, handeling of ervaring kan zijn. 



  1. Ze moest hard vechten om zichzelf te kunnen zijn 


Vanaf het begin van haar relatie met John Lennon werd Ono ervan beticht de voormalig Beatle te gebruiken om haar eigen carriere te bevorderen. In realiteit werkte dat niet zo gemakkelijk. Ono werd al snel gezien als slechts ‘de vrouw van’, waardoor ze veelvuldig gedenigreerd werd en uit de weg werd geduwd door mensen die toegang wilden tot haar beroemde echtgenoot. Ono was veel te zelfstandig om zich naar die positie te schikken. Hoewel ze de belangrijkste collaborator van John Lennon werd, bleef Ono ook aan haar eigen soloprojecten werken. Zo maakte ze de experimentele films Freedom (1970), een korte feministische performancefilm waarin Ono probeert haar vrijheid te verkrijgen door haar beha los te maken, en FLY (1970/1) waarin een vlieg over het naakte lichaam van een vrouw beweegt, waarmee Ono onder andere voyeurisme, het menselijk lichaam en vrijheid onderzoekt. Ook bracht ze begin jaren 1970 haar eerste albums uit: Yoko Ono/Plastic Ono Band (1970), Approximately Infinite Universe (1973) en Feeling the Space (1973). Op deze albums combineerde ze scherpe maatschappijkritiek op patriarchale normen met pakkende, door blues beïnvloede rockarrangementen. Ze maakte bovendien gebruik van rauwe, vervormde schreeuwzang en grillige feedback-loops waarmee ze de punk-beweging jaren voor was. 

 

Freedom (1970)


Het was niet alleen de verwachtingen van media en maatschappij waar Ono zich tegen staande moest houden. Ze moest ook rebelleren tegen haar eigen familie. Yoko Ono werd op 18 februari 1933 geboren in Tokio in een rijke, vooraanstaande Japanse familie. Vanwege het bankierswerk van Ono’s vader Eisuke, moest het gezin regelmatig verhuizen. Ono groeide op in Tokio, San Fransisco, New York en Hanoi. Ze ging naar de meest prestigieuze scholen en was zelfs een tijdje de klasgenote van prins Akhito, de latere keizer van Japan. Haar ouders, die uit een zeer hoge klasse van de Japanse maatschappij kwamen, hadden heel specifieke verwachtingen van haar. Maar Ono was geenszins van plan om daaraan te voldoen. Toen ze in 1952 ging studeren aan het Sarah Lawrence College in de staat New York, zich ging verdiepen in muziek en poëzie en zich omringde met dichters en kunstenaars, waren haar ouders op zijn zachts gezegd niet tevreden. Ze vonden de levenskeuzes van hun dochter beneden haar stand. Kort na Ono’s eerste huwelijk met de Japanse componist Toshi Ichiyanagi in 1956 sneden ze haar financieel af. Ze verhuisde naar New York, waar ze zichzelf onderhield met secretarieel werk en lessen in de Japanse kunsten. 


Ondanks zes decennia verguizing door massamedia, Beatles-fans en populaire cultuur, is Ono nooit bij de pakken neer gaan zitten. In een interview met de Britse televisiepresentator Jonathan Ross uit 2013 zei ze zelfs dat ze van de negatieve energie positieve energie maakte. Hoewel het makkelijk is om de persoon Yoko Ono een publiekelijke herwaardering te geven door te benadrukken wat voor verschrikkelijks ze allemaal heeft moeten doorstaan, weigert ze om zichzelf als zodanig neer te zetten. Van slachtofferschap heeft Ono nooit haar narratief gemaakt. In haar leven en werk staan kracht en doorzettingsvermogen centraal. 


Move on Fast van het album Aproximately Infinite Universe (1973)



  1. Ze tartte gendernormen voordat het cool was 


Ono leerde vanaf haar vierde piano spelen, ze volgde zanglessen, en werd artistiek geïnspireerd door haar moeder Isoko, die veel verschillende Japanse muziekinstrumenten kon bespelen. Tijdens haar studie wilde Ono in de voetstappen treden van haar muzikale helden en vanaf het begin van haar carriere maakte ze avant-garde composities. Maar door haar affaire met John Lennon – en een giftige mix van misogynie en vreemdelingenhaat – werd Ono’s werk vrijwel direct vergeleken met het repertoire van haar geliefde. En hij werd toen al gezien als één van de beste, meest succesvolle en beroemdste muzikanten allertijden. Ono kwam in de media als ‘talentloos’ uit de bus. Sindsdien wordt Ono’s muziek vaak belachelijk gemaakt. Vooral haar onconventionele composities, die nog weleens worden gezien als nodeloos geschreeuw, zijn het doelwit van spot. Zo werd Ono in december 2025 nog geparodieerd in een sketch voor Saturday Night Live.  


Deze onconventionele composities, waaronder de LP’s Unfinished Music No. 1: Two Virgins uit 1968 en Unfinished Music No. 2: Life with the Lions uit 1969, die ze met Lennon opnammaken maar een klein deel uit van Ono’s repetoire. Ze zijn nooit bedoeld geweest om toegankelijk te zijn. Integendeel zelfs, ze zijn gemaakt om de grenzen van muziek te verleggen. Ono wilde luisteraars laten nadenken over wat we ‘mooi’ vinden klinken. Daarnaast is Ono een kunstenares die het onconventionele populair wilde maken. Ze wilde met haar muziek de artiest in iedereen naar boven halen. Wij als luisteraars moeten geïnspireerd raken om zelf geluiden te ontdekken en te maken waarvan we nooit hebben geleerd dat ze ‘mooi’ zijn om er zelf composities mee te maken. Daarbij manipuleerde Ono haar stem om de grenzen van vrouwelijkheid te verkennen en luisteraars kritisch te laten nadenken hoe een vrouw hoort te klinken. Ono heeft daarmee talloze muzikanten en artiesten geïnspireerd, waaronder veel bekende vrouwen, zoals Kate Bush, the B52s, Patti Smith en Siouxsie Sioux. Ze hielp om deuren te openen voor vrouwen in experimentele muziek, performancekunst, punk en avant-gardepop. En ze droeg bij aan het idee dat een vrouw tegelijkertijd componist, performer, conceptueel kunstenaar en provocateur kon zijn. 


Van links naar rechts: Yoko Ono, John Lennon, Kyoko Cox, Anthony Cox en Melinda Kendall in Denemarken (1970)
Van links naar rechts: Yoko Ono, John Lennon, Kyoko Cox, Anthony Cox en Melinda Kendall in Denemarken (1970)

Ook haar privéleven deelde Ono in buiten de traditionele conventies. Toen ze in 1962 voor de tweede keer trouwde met de Amerikaanse kunstpromotor Anthony Cox en het jaar daarop voor het eerst moeder werd, deelde zij haar relatie anders in dan de meeste stellen in de vroege jaren zestig. Ono werd de broodwinnaar binnen het huwelijk, terwijl Cox haar managete en de opvoeding van hun dochter Kyoko op zich nam. Toen ze in 1975 opnieuw moeder werd van haar zoon Sean, deed ze dit nog een keertje over. John Lennon werd huisvader terwijl Yoko Ono bleef werken. Nadat Sean ter wereld was gekomen, zou zij zelfs tegen Lennon hebben gezegd: ‘Ik heb mijn deel gedaan, nu ben jij aan de beurt.’ Ono onderhield hun zakelijke aangelegenheden, waarover Lennon in een interview zei dat zij daar simpelweg beter in was dan hij. Meer nog dan tijdens haar eerste twee huwelijken, draaide veel van haar werk met Lennon om de verwachtingen van het huwelijk, mannelijkheid, vrouwelijkheid, en de machtsbalans binnen romantische relaties.  



  1. Ze baande een weg voor zichzelf in een mannenwereld 


Mijn persoonlijke herwaardering voor Yoko Ono kwam eerder dit jaar. Toen Power To The People: John & Yoko Live in NYC uitkwam, de concertfilm over de One to One concertreeks die Yoko Ono en John Lennon op 30 augustus 1972 gaven in Madison Square Garden in New York voor de New York's Willowbrook State School, ging ik die kijken omdat ik een groot John Lennon fan ben. Maar het was vooral Yoko Ono waar ik van onder de indruk was. In 1972 was er namelijk nog helemaal geen blauwdruk voor vrouwen in de door mannen gedomineerde rock ‘n roll wereld. Maar op dat podium, dat ze destijds met allemaal mannen deelde – de leden van de Elephant Memory band én John Lennon – eiste Ono haar ruimte op. Ze liet het publiek zien wat zij als vrouw allemaal kon. Hoe dat eruit zag. En dat zij dat net zo goed kon als de heren.  


John Lennon en Yoko Ono tijdens hun One to One concert (30 augustus 1970). Foto: Mercury Studios.
John Lennon en Yoko Ono tijdens hun One to One concert (30 augustus 1970). Foto: Mercury Studios.

Ver daarvoor, in de jaren 50 en 60, toen Ono een naam voor zichzelf ging maken als kunstenares, deed ze al hetzelfde. Ono werd onderdeel van de Fluxus-beweging, een internationaal netwerk van experimentele kunstenaars. Hoewel de beweging veel bekende mannelijke kunstenaars kende, waaronder George Maciunas en Nam June Paik, bleef Ono zo zelfstandig mogelijk en ontwikkelde zij een herkenbare eigen positie. Ze organiseerde bovendien zelf evenementen en stelde haar eigen werken en instructies centraal, in plaats van alleen als medewerker of muze van mannelijke kunstenaars te functioneren.  Hoewel haar werk in die tijd niet altijd serieus werd genomen en ze regelmatig werd overschaduwd door mannelijke kunstenaars, bleef ze haar eigen artistieke visie volgen en groeide ze uit tot een belangrijke pionier binnen de conceptuele kunst. 


Yoko Ono in 2011
Yoko Ono in 2011


Bronnen:


Aanbevelingen:  


auteursfoto jasmijn groot


Jasmijn Groot is genderhistorica. Ze publiceert artikelen voor onder andere Opzij en Winq en stelt haar expertise ter beschikking aan verschillende multimedia. Jasmijn studeerde Geschiedenis en Oudheidkunde aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. 


 -  ENGLISH BELOW - 


Oh YokO!

  

In June 1968, Japanese Fluxus artist Yoko Ono suddenly became international news. For several months, she had appeared in the British media as one of the many avant-garde artists surrounding the famous band The Beatles in vibrant London. But when the press discovered that frontman John Lennon had left his wife Cynthia for Ono, journalists’ tone changed radically. The absolute starting point of the media frenzy came on June 18, 1968, at the premiere of the play In His Own Write, which was based on Lennon’s 1964 book of the same name. British television reporters and tabloid journalists aggressively surrounded the couple and repeatedly asked Lennon on camera: “Where is your wife, John?” and “Who is this woman?” The tone was not curious, but accusatory. Ono was immediately portrayed as an intruder who had destroyed a dream marriage. 


Hostility toward the partners of the members of The Beatles was not a new phenomenon. John Lennon’s first wife Cynthia Lennon, Ringo Starr’s wife Maureen Starkey, George Harrison’s wife Pattie Boyd, and Paul McCartney’s girlfriend Jane Asher all experienced invasion of privacy by paparazzi and journalists, and regularly faced verbal and physical attacks from fanatic Beatles fans. But the abuse Ono experienced was in a league of its own. In many ways, she did not fit the image of a Beatles wife at all. Ono was already an established artist in her own right, a conceptual artist who challenged the prevailing conventions of art, and she earned her own living. She was independent, headstrong, and resistant to prevailing conventions. But above all, she was Japanese and a woman. The conservative British press did not know how to place Ono and quickly resorted to xenophobia and sexism. Newspapers described her as an “exotic intruder,” a “witch,” a “Jap,” or a “dragon lady” who had John Lennon under her control and was exploiting him for fame and money. 


Yoko Ono en John Lennon in de vertrekhal van Schiphol (31 maart 1969). Foto: Joost Evers.
Yoko Ono and John Lennon in the departures hall of Schiphol (31 March 1969). Image: Joost Evers.

This laid the foundation for the decades-long role as a public scapegoat that was assigned to Ono. Unfortunately, this meant that she was never embraced as a role model by women. Here are four reasons why she should have been. 


1. She is a fantastic artist 


Yoko Ono’s work challenges the way we think about art, identity, gender, and society. At the same time, Ono asks who is actually allowed to be an artist. Rather than creating art that simply tells you what to think, Ono often made the audience part of the creative process. In Cut Piece (1964), she sat silently on stage and invited members of the audience to cut pieces of her clothing off with a pair of scissors. The work is about vulnerability, power, and the way women’s bodies can be controlled or objectified, but it also makes the audience responsible for what happens. With her Instruction Paintings, she went a step further by giving people simple instructions that they could carry out themselves. In doing so, she suggested that everyone can participate in the creation of art. Ono helped bring avant-garde art out of traditional galleries and into everyday life. Since the 1990s, her Wish Tree has been a permanent part of her exhibitions. With this work, she invites people around the world to write a personal wish on a small piece of paper, fold it up, and tie it to the branches of a living tree. Such wish trees have since become visible all over the world, both inside and outside museums. 


Cut Piece (1964)


Ono’s work is unusual and provocative. At first glance, it can seem simple or funny, but it always has a deeper meaning. At the same time, it invites you to become not just a spectator, but also a creator. In Film No. 4 (1966) — also known as Bottoms — Ono filmed close-ups of the buttocks of various people. In doing so, she turned an ordinary and humorous part of the human body into experimental art and challenged traditional ideas about the body and about what can be considered art. In her work, Ono made avant-garde art more accessible and encouraged people to participate, experiment, and question their own assumptions. She shows that art does not have to be an object created by a trained artist, but can also be an idea, an action, or an experience. 



2. She had to fight hard to be herself 


From the beginning of her relationship with John Lennon, Ono was accused of using the former Beatle to advance her own career. In reality, it did not work that way so easily. Ono was quickly seen merely as “the wife of,” meaning that she was frequently belittled and pushed aside by people who wanted access to her famous husband. Ono was far too independent to accept that position. Although she became John Lennon’s most important collaborator, Ono continued to work on her own solo projects as well. She made the experimental films Freedom (1970), a short feminist performance film in which Ono attempts to gain her freedom by taking off her bra, and FLY (1970/71), in which a fly moves across the naked body of a woman, exploring, among other things, voyeurism, the human body, and freedom. She also released her first albums in the early 1970s: Yoko Ono/Plastic Ono Band (1970), Approximately Infinite Universe (1973), and Feeling the Space (1973). On these albums, she combined sharp social criticism of patriarchal norms with catchy, blues-influenced rock arrangements. She also used raw, distorted screams and erratic feedback loops that anticipated the punk movement by years. 


Freedom (1970)


It was not only the expectations of the media and society that Ono had to stand up against. She also had to rebel against her own family. Yoko Ono was born on February 18, 1933, in Tokyo into a wealthy and prominent Japanese family. Because of her father Eisuke Ono’s work in banking, the family had to move frequently. Ono grew up in Tokyo, San Francisco, New York, and Hanoi. She attended the most prestigious schools and was even a classmate of Prince Akihito, the future emperor of Japan, for a time. Because Ono came from a very high social class in Japanese society, her parents had very specific expectations for her. But Ono had no intention of meeting them. When she began studying at Sarah Lawrence College in New York State in 1952, became interested in music and poetry, and surrounded herself with poets and artists, her parents were, to put it mildly, unhappy. They considered their daughter’s life choices beneath her status. Shortly after Ono’s first marriage to Japanese composer Toshi Ichiyanagi in 1956, they cut her off financially. She moved to New York, where she supported herself through secretarial work and teaching Japanese arts. 


Despite six decades of vilification by the mass media, Beatles fans, and popular culture, Ono has never simply given up. In an interview with British television presenter Jonathan Ross in 2013, she even said that she turned negative energy into positive energy. Although it is easy to publicly reassess Yoko Ono by emphasizing all the terrible things she has had to endure, she refuses to portray herself that way. Victimhood has never been part of Ono’s narrative. Strength and perseverance are central to her life and work. 


Move on Fast from the album Approximately Infinite Universe (1973)



3. She challenged gender norms before it was cool 


Ono began learning to play the piano at the age of four, took singing lessons, and was artistically inspired by her mother Isoko, who could play many different Japanese musical instruments. During her studies, Ono wanted to follow in the footsteps of her musical heroes, and from the beginning of her career she created avant-garde compositions. But because of her affair with John Lennon — and a toxic mix of misogyny and xenophobia — Ono’s work was almost immediately compared with that of her lover. And he was already regarded as one of the greatest, most successful, and most famous musicians of all time. In the media, Ono came out as “talentless.” Since then, Ono’s music has often been ridiculed. Her unconventional compositions in particular, which are sometimes dismissed as pointless screaming, have been the target of mockery. As recently as December 2025, Ono was parodied in a sketch on Saturday Night Live


These unconventional compositions, including the LPs Unfinished Music No. 1: Two Virgins (1968) and Unfinished Music No. 2: Life with the Lions (1969), which she recorded with Lennon, make up only a small part of Ono’s repertoire. They were never intended to be accessible. Quite the opposite: they were created to push the boundaries of music. Ono wanted listeners to think about what we consider to sound “beautiful.” In addition, Ono was an artist who wanted to make the unconventional popular. Through her music, she wanted to bring out the artist in everyone. As listeners, we should be inspired to discover and create sounds ourselves that we were never taught were “beautiful,” and to use them to create our own compositions. Ono also manipulated her voice to explore the boundaries of femininity and to encourage listeners to think critically about how a woman is supposed to sound. In doing so, Ono inspired countless musicians and artists, including many well-known women such as Kate Bush, the B-52s, Patti Smith, and Siouxsie Sioux. She helped open doors for women in experimental music, performance art, punk, and avant-garde pop. And she contributed to the idea that a woman could simultaneously be a composer, performer, conceptual artist, and provocateur. 


Van links naar rechts: Yoko Ono, John Lennon, Kyoko Cox, Anthony Cox en Melinda Kendall in Denemarken (1970)
From left to right: Yoko Ono, John Lennon, Kyoko Cox, Anthony Cox and Melinda Kendall in Denmark (1970)

Ono also lived her private life outside of traditional conventions. When she married her second husband, American art promoter Anthony Cox, in 1962, and when she became a mother for the first time the following year, she structured her relationship differently from most couples in the early 1960s. Ono became the breadwinner in the marriage, while Cox managed her career and took care of their daughter Kyoko. When she became a mother again in 1975, giving birth to her son Sean, she did the same thing once more. John Lennon became a stay-at-home father while Yoko Ono continued working. After Sean was born, she reportedly even told Lennon: “I’ve done my part, now it’s your turn.” Ono managed their business affairs, about which Lennon said in an interview that she was simply better at it than he was. More than during her first two marriages, much of her work with Lennon revolved around expectations surrounding marriage, masculinity, femininity, and the balance of power within romantic relationships. 



4. She forged her own path in a man’s world 


My personal reassessment of Yoko Ono came earlier this year. When Power To The People: John & Yoko Live in NYC was released, the concert film about the One to One concert series that Yoko Ono and John Lennon performed on August 30, 1972, at Madison Square Garden in New York for New York’s Willowbrook State School, I watched it because I am a big John Lennon fan. But it was Yoko Ono who impressed me the most. In 1972, there was no blueprint yet for women in the male-dominated world of rock ’n’ roll. But on that stage, which she shared with all men at the time — the members of the Elephant’s Memory band and John Lennon — Ono claimed her space. She showed the audience what she could do as a woman. What that looked like. And that she could do it just as well as the men. 


John Lennon en Yoko Ono tijdens hun One to One concert (30 augustus 1970). Foto: Mercury Studios.
John Lennon and Yoko Ono during their One to One concert (30 August 1970). Image: Mercury Studios.

Long before that, in the 1950s and 1960s, when Ono was making a name for herself as an artist, she was already doing the same thing. Ono became part of the Fluxus movement, an international network of experimental artists. Although the movement included many well-known male artists, including George Maciunas and Nam June Paik, Ono remained as independent as possible and developed a recognizable position of her own. She also organized events herself and placed her own works and instructions at the center, rather than functioning merely as an assistant or muse to male artists. Although her work was not always taken seriously at the time and she was regularly overshadowed by male artists, she continued to follow her own artistic vision and grew into an important pioneer of conceptual art. 


Yoko Ono in 2011
Yoko Ono in 2011


Sources:


Recommendations:

 

auteursfoto jasmijn groot


Jasmijn Groot is a gender historian. She publishes articles for outlets including Opzij and Winq and shares her expertise across various multimedia platforms. Jasmijn studied History and Classical Studies at the University of Amsterdam and Vrije Universiteit Amsterdam. 

Opmerkingen


bottom of page