VROUWENVOETBAL
- Ellen Hamberg

- 4 dagen geleden
- 20 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 11 uur geleden
DE LANGSTE WEDSTRIJD IN HET VOETBAL

Het Wereldkampioenschap mannenvoetbal is weer van start. Miljoenen Nederlanders zitten aan de tv gekluisterd met de hoop op winst. Nu Nederland de poulefase heeft overleefd is de oranjegekte losgebarsten. Maar draaien de komende wedstrijden uit op verlies, dan waait de gekte over in een vlaag van commentaar en gaat iedereen weer door met zijn bestaan. Volgende keer beter toch? Een slecht toernooi of één slechte wedstrijd in het mannenvoetbal zet in ieder geval niet de hele sport in een negatief daglicht. Er staat minder op het spel voor hun reputatie dan bij het vrouwenvoetbal. Het vrouwenvoetbal dat, sinds honderd jaar geleden de eerste vrouwen de voetbalschoenen aantrokken, negatief commentaar kent. Voor haar speelt de grootste wedstrijd zich altijd buiten het veld af.
Voetbal is de volkssport nummer één in Nederland, bij de jongens en de meiden. Toch is het ook de sport waar er nog genoeg te winnen valt op het gebied van emancipatie. Sinds april 2026 is er in Europa welgeteld één vrouwelijke hoofdtrainer van een mannenelftal in een topcompetitie. Hoewel er veel positieve geluiden klinken over de aanstelling van Marie-Louise Eta als trainer van Union Berlin, krijgt ze ook een berg aan seksistische en negatieve opmerkingen op social media over zich heen. Vooroordelen over het vrouwenvoetbal zijn nog steeds de wereld niet uit, ook niet in Nederland. Neem bijvoorbeeld een van de best bekeken talkshows van Nederland: Vandaag Inside. Tijdens de uitzendingen rondom het Europeeskampioenschap voetbal vrouwen 2025 wordt er meerdere keren benadrukt door verschillende mannelijke gasten hoe ‘kwalitatief armoedig’ het vrouwenvoetbal is. Dat er nog steeds zulke opmerkingen worden gemaakt, toont aan dat de jarenlange strijd voor gelijkheid nog niet voorbij is. Maar waarom worden er constant vergelijkingen gemaakt tussen twee genders op het voetbalveld? Waarom kost het zoveel moeite om het vrouwenvoetbal in een positief daglicht te zetten?
Vrouwenvoetbal als spiegel
De negatieve opmerkingen tegenover vrouwenvoetbal zijn niet opeens uit de lucht komen vallen. Nee, vrouwen kennen al weerstand tegen hun voetbalspel sinds ze het veld betreden aan het eind van de negentiende eeuw. Filosoof en ex-profvoetbalster Martine Prange onderzoekt de maatschappelijke impact van vrouwenvoetbal in Nederland. Binnen de sport komen sociale en culturele processen die de Nederlandse samenleving vormen, op tafel te liggen. Vrouwen hebben voortdurend te maken met een cultuur die hen met veel scepticisme benadert. Waar jongens zich zonder zorgen op het spel kunnen richten is sport voor meisjes en ook voor professionals, altijd een sociaal-politieke strijd. Volgens Martine Prange (Hoogleraar Filosofie van Mens, Cultuur en Samenleving) kan het voetbal beschouwd worden als een spiegel van de staat van de vrouwenemancipatie in Nederland. En deze is nog niet voltooid.
Eeuwenlang worden vrouwen gezien als ondergeschikten van de man. In het begin van de twintigste eeuw is de man het hoofd van het huishouden, hij beheert de bankrekening, zorgt voor inkomsten en heeft op papier het laatste woord. De Nederlandse vrouwen hebben in 1919 net het actief kiesrecht bemachtigd, maar het opsommingslijstje van rechten stopt hier ook. Het huwelijk is voor vrouwen de invloedrijkste beslissing van hun leven, want zodra het jawoord is gegeven verliezen zij hun zelfbeschikkingsrecht en worden ze handelingsonbekwaam. Getrouwde vrouwen hebben voor de wet geen recht over hun financiën, de opvoeding van hun kinderen, ze mogen niet naar de rechter stappen zonder toestemming van hun echtgenoot en krijgen een arbeidsverbod opgelegd. De bekende tennisspeelster Dorothea Lambert Chambers benadrukt dat het huwelijk ook invloed heeft op de sportbeoefening van vrouwen. Het huwelijk betekent verplichting. Vrouwen moeten zorgen voor de huishouding, de man en kinderen. Ze kan nog wel iets betekenen op het sportveld, maar haar levensdoel is verplaatst. Mannen blijven daarentegen vaak zonder problemen hun sport beoefenen, terwijl er van een vrouw andere dingen wordt verwacht. Met toestemming van haar man mag de getrouwde vrouw het sportveld nog betreden, maar niet alle sporten worden met open armen ontvangen.
'Gepaste' sporten voor vrouwen
In de eerste helft van de 20ste eeuw wordt de participatie van vrouwen getolereerd binnen een aantal sporten, zoals zwemmen, gymnastiek, roeien of fietsen. De ontwikkeling van een sierlijke en goede lichaamshouding staat hierbij centraal, maar krachtinspanningen moeten gelimiteerd blijven. Verder wordt vrouwelijke participatie in de gezelschapspellen zoals hockey, korfbal en tennis ook geaccepteerd. Hier ligt de nadruk op het samenspel en de sociale status van families. Waar het gaat wringen zijn de fysieke sporten: voetbal, worstelen en boksen. Deze sporten vereisen te veel kracht en beoefenaars lopen het risico op lichamelijke beschadiging. Het laten zien van kracht en uithoudingsvermogen zoals bij voetbal aan de orde komt is weggelegd voor mannen, en zeker niet voor het ‘tere vrouwenlichaam’.
Desondanks sluimert het vrouwenvoetbal al een paar decennia over de weilanden en in de steden. In Arcen, Arnhem en Oostzaan worden teams opgericht die af en toe wedstrijden spelen. Met de verrijzenis van de vrouwenteams begint ook het commentaar. In 1921 schrijft de sportjournalist H.A. Meerum Terwogt het volgende in het grootste sportblad van Nederland tijdschrift De Revue der Sporten:
“Het mag bekend heeten, dat ik een liefhebber ben van voetbal en ik kan ook mededeelen, dat ik helemaal niet afkeerig van dames ben, maar ik ben toch een beetje bedachtzaam voor die combinatie, tenminste voor de sportieve combinatie.”
Het beoefenen van een masculiene sport als voetbal door vrouwen gaat voor veel mensen te ver. De sport is te zwaar voor vrouwen en de beoefening ervan moet daarom zo min mogelijk gesteund worden. Internationale ontwikkelingen spelen hierbij ook een rol. In Engeland is het vrouwenvoetbal tijdens de Eerste Wereldoorlog enorm in populariteit gestegen. Het bekendste voetbalteam is de Dick Kerr’s Ladies van de munitiefabriek Dick, Kerr & Co in Preston. Ze spelen voor duizenden mensen en zamelen met liefdadigheidswedstrijden geld in voor goede doelen.
Engels verbod en Nederlandse nasleep
De populariteit van het vrouwenvoetbal in Engeland zwakt echter weer af met de terugkomst van de mannen na de oorlog. De mannencompetities gaan weer van start en de publieke belangstelling voor het vrouwenvoetbal vermindert. De Engelse voetbalbond legt in 1921 zelfs een algeheel verbod op het vrouwenvoetbal waarbij ze teruggrijpen op het argument dat het spel gevaarlijk is voor het vrouwelijk gestel. Daarbij zouden de speelsters volgens geruchten geld hebben verdiend met de opbrengsten van de wedstrijden voor het goede doel. In een tijd waar amateurisme de norm is voor de voetballers kan dit niet door de beugel. Het verbod door de Engelse voetbalbond blijft in Nederland niet onopgemerkt.
Op de voorpagina in de krant De Sport uit 1921 hoopt de schrijver dat ook in Nederland de NVB snel een oordeel zal vellen over het vrouwenvoetbal, want:
“Vrouwen en voetbal, beiden tellen, en terecht, bewonderaars, maar een samengaan van de twee kan slechts ergernis wekken.”
Het commentaar op de sport komt niet uitsluitend van mannen. In hetzelfde jaar wijdt De Amsterdammer (de voorloper van de Groene Amsterdammer) een uitgebreid artikel aan het opkomende vrouwenvoetbal. Drieëntwintig feministen en vooraanstaande vrouwen op het gebied van kunst, schrijven en muziek krijgen de vraag voorgelegd of zij ‘het voetbalspel’ geschikt achten voor vrouwen. De wedstrijd wordt verloren met 21-2.
De schilder en dichteres Miek Janssen is de enige die de vraag volmondig met ‘ja’ beantwoordt. De jeugdboekenschrijfster Willy Pétillon vindt voetbal zowel voor vrouwen als mannen ruw en onesthetisch, maar als mannen mogen voetballen mogen vrouwen deze vrijheid ook hebben. De andere eenentwintig vrouwen vinden voetbal geen geschikte sport voor vrouwen om dezelfde terugkerende redenen: allereerst is het spel te ruw en zou het spelen gevaarlijk zijn voor het vrouwelijk lichaam. Verder is voetbal niet sierlijk genoeg en geeft het aanleiding tot ‘onesthetisch geschreeuw en gebrul.’ Ten slotte zijn rokken onhandig bij voetballen, dus zullen vrouwen truien en broeken gaan dragen. Een van de tegenstemmers J. Riemens-Reurslag benadrukt:
“De vrouw zoeke, in sport als in alles, dat wat haar specifiek vrouwelijke eigenschappen tot hoogeren bloei doet komen; maar zij streve er niet naar, een copie (of een caricatuur) van den man te worden.”
Tot een officieel verbod komt het pas een decennium later. In de jaren dertig worden er meerdere voetbalteams opgericht door het hele land en bereikt het vrouwenvoetbal een eerste piek. De kranten laten deze opleving niet ongestoord voorbijgaan, de De Revue der sporten spreekt zelfs over een ‘epidemie van damesvoetbalclubs.’ In de opgelaaide discussie wordt het idee dat het voetbalveld een terrein voor mannen is benadrukt. Zo schrijft een journalist in het Nieuwsblad van het Noorden naar aanleiding van de oprichting van de Groningsche Dames Voetbal Club Martini dat de ‘sterke sexe’ in de voetbalsport nog het alleenrecht had en daar de vrouw de baas konden blijven. Ook dat is hun echter niet meer gegund nu de vrouwen het veld betreden.
De voorzitster van G.D.V. Club Martini reageert op de reacties met een ingezonden stuk in eveneens de bovengenoemde krant. Allereerst benoemt ze dat het bijna lijkt alsof de heren bang zijn voor concurrentie. Daarna benadrukt ze dat mannen heus niet verdrongen worden van het voetbalveld. Niet iedereen is fel tegen het vrouwenvoetbal. Hier en daar klinken ook opmerkingen dat de man zich bij de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal neer moet leggen. En de vrouwen van Martini worden zelfs getraind door de succesvolle trainer Bob Jefferson, die eveneens de mannenvoetbalclub Velocitas zes keer naar het kampioenschap heeft geleid. Toch besluit de KNVB met harde hand op te treden. In 1938 kwam er een landelijk verbod op het beschikbaar stellen van velden en trainers aan vrouwenteams. Gesteund door lokale besturen zijn ook gemeenteterreinen niet langer bespeelbaar voor vrouwenvoetbal.
Nederlandse Damesvoetbalbond
Na de Tweede Wereldoorlog laait de strijd weer op. Dit keer met succes, want in 1955 wordt de Nederlandse Damesvoetbalbond opgericht. Ondanks een nieuwe poging van de KNVB om het vrouwenvoetbal te verbieden zet de bond een vrouwencompetitie op touw. De opvattingen over het vrouwenvoetbal, zoals blijkt uit verschillende kranten, liggen wederom in grote lijn met de argumenten in de eerste helft van de twintigste eeuw. In vergelijking met de stand van de vrouwenemancipatie is het niet verrassend dat het vrouwenvoetbal nog steeds veel weerstand krijgt, maar tegelijkertijd ook meer grond weet vast te houden. In de Tweede Wereldoorlog is de rol van huisvrouw, de moeder en de verzorger opgeschud. Vrouwen werken actief mee om bedrijven gaande te houden en zijn onmisbaar in het verzet. Na de oorlog bundelen vrouwen hun krachten in organisaties zoals de Nederlandse Vrouwenbeweging waar ze strijden voor gelijke rechten. Toch delven de vrouwen in de eerste jaren na de oorlog nog het onderspit. Mannen eisen hun banen terug en het ideaal van het gezin in de ‘natuurlijke’ orde moet hersteld worden met de man als kostwinner en de vrouw als huisvrouw.
Het aanhouden van deze ‘natuurlijke’ orde begint echter in de decennia die volgen breuken te vertonen. In het jaar 1955 wordt er een wetsvoorstel, de Motie-Tendeloo, voor het verkrijgen van zelfbeschikkingsrecht voor vrouwen aangenomen. Met deze wet kunnen getrouwde vrouwen juridisch en financieel op eigen benen staan. Verder groeit de welvaart van de Nederlandse bevolking, neemt de vrije tijd toe en komen er uitvindingen op de markt die de vrouw meer controle geven over haar eigen leven, zoals de pil.
Genderrollen en weerstand: van De Beauvoir tot nu
In de jaren zeventig, te midden van de Tweede Feministische Golf, erkent de KNVB in 1971 de 130 vrouwenteams die op dat moment actief zijn in Nederland. De voetballers hebben na vijfenzeventig jaar eindelijk vaste grond onder hun voeten. Hoewel het vrouwenvoetbal en de feministen elkaar ook nu niet direct steunen, hebben ze ongetwijfeld invloed op elkaar gehad. Beide groepen vrouwen streven immers doelen na die de traditionele rollen van het gezin in de war brengen. Dit roept zowel bij mannen als bij vrouwen weerstand op. In het Nieuwsblad van het Noorden uit 1975 wordt Greetje Eimers-Heijerman geïnterviewd. Ze is de vrouw van de voetbalspits Peter Eimers en uit zich over vrouwenvoetbal en emancipatie:
“Dat gaat me soms wel eens wat te ver, hoor. Ik wens als vrouw behandeld te worden. Een man moet attent voor me zijn. En het is ook niet zo nodig dat vrouwen dezelfde dingen kunnen als mannen. Bepaalde taken moet hij doen, dat staat anders niet. Zo vind ik vrouwenvoetbal ook afschuwelijk, die lubberige figuren op het voetbalveld.”
Deze weerstand is gegrond in eeuwenlange ontwikkelingen van mannen en vrouwenrollen. In 1949 publiceert Simone de Beauvoir haar werk Le Deuxième Sexe (De Tweede Sekse). Dit is een van de belangrijkste teksten over maatschappelijke genderrollen. De Beauvoir stelt dat vrouwen worden gevormd door de maatschappij. Haar lot wordt bepaald door haar geslacht, want als ze als man wordt geboren dan is de uitkomst van haar leven anders. Voor eeuwen is de man het hoofd van de familie en zijn de vrouwen inferieur aan hem. Dit beeld zit heel diepgeworteld. Op het moment dat vrouwen tegen dit beeld gaan aanschoppen, zoals met de wil om te voetballen, gaat het niet alleen over het spelen van een spel. De hele sociale norm wordt in de war gebracht en brengt het een verschuiving van de positie van de genderrollen op gang.
Huidige stand van zaken
Vandaag de dag is het voetbal ook onder vrouwen uitgegroeid tot de grootste sport in Nederland, maar er is nog steeds geen sprake van volledige gelijkheid. En niet alleen op het voetbalveld. Hoe diepgeworteld de gendernormen zitten die door de De Beauvoir vijfenzeventig jaar geleden zijn aangetoond, blijkt ook uit het onderzoek van de Europese Gender Equality Index van 2025. Nederland scoort 69,5 van de 100 punten binnen de zes domeinen: werk, geld, kennis, tijd, macht en gezondheid. Het punt over stereotypen valt nogal op: hieruit blijkt dat ruim de helft van de vrouwen (51%) en tweederde van de mannen (66%) in Nederland het acceptabel vindt dat een man de controle heeft over de financiën van zijn vrouw. Daarbij is ook ca. een derde van de Nederlanders het eens met de stelling dat vrouwen de meeste beslissingen moeten maken over hoe het huishouden te runnen. De overtuiging van het kostwinnaarsmodel uit de vorige eeuw heeft onbewust nog steeds invloed. Hoewel vrouwen nu actief meedoen in de maatschappij en in principe voor de wet gelijkstaan aan mannen, is er binnen het gedachtegoed toch sprake van stereotypering. Precies dit is terug te zien in de huidige positie van het vrouwenvoetbal.
Op zowel het veld van vrouwenemancipatie als vrouwenvoetbal is winst te behalen. Helaas is het niet verrassend dat er dus nog steeds lacherig over het vrouwenvoetbal wordt gedaan. Het commentaar op vrouwenvoetbal laat zien hoe eeuwenoude opvattingen over man-vrouwverhoudingen nog steeds de overhand hebben in ons dagelijks leven. Met de aanstelling van Eta als voorbeeld, blijkt wederom dat haar capaciteit als trainer wordt overschaduwd door stereotyperende overtuigingen.
Met optimisme door de winst in de poulefase gaat het WK-mannenvoetbal verder. Laten we dit gevoel vasthouden en meenemen naar volgend jaar, als de vrouwen weer het strijdtoneel betreden. Ik juich, als voetbalspeler, in ieder geval even hard voor beide!
Bronnen:
Atria. "Gender Equality Index 2025: Nederland staat op plek vijf." Atria, Amsterdam, Nederland, 3 december 2025. Gender Equality Index 2025: Nederland staat op plek vijf – atria.
De Beauvoir, S. The Second Sex. Vertaald door Constance Borde. Vintage Classics, New York, Verenigde Staten.
Jansen, S. De omwenteling of de eeuw van de vrouw. Ambo|Anthos. Amsterdam, Nederland.
Loeb. L. Fopfeminisme: hoe Nederland zichzelf voor de gek houdt over de emancipatie van de vrouw. Lebowski Publishers, Amsterdam, Nederland.
Prange, M. en Oosterbaan, M. 2017. Vrouwenvoetbal in Nederland: spiegel en katalysator van maatschappelijke verandering. Uitgeverij Klement, Atria: Kennisinstituut voor empancipatie en vrouwengeschiedenis, Utrecht | Amsterdam, Nederland.

Ellen Hamberg is historicus en boekenwurm. Met de focus op publieksgeschiedenis en cultureel erfgoed loopt vrouwengeschiedenis en feminisme als een rode draad door haar onderzoek. Naast het werk als boekverkoper bij Van der Velde Boeken is haar vrije tijd gevuld met lezen, sporten & thee drinken.
- ENGLISH BELOW -

The 2026 FIFA Men's World Cup has begun. Millions of Dutchies are clustered around the television, hoping they will win. Now the Dutch football team has survived the group stage, the craziness can break loose. But if the future outcome will be a loss, then for a short while, the craziness will fade into criticism, and eventually everyone will move on. There is always next time, right? A failed tournament or one poorly played match in men’s football won’t affect the sport too much negatively. Compared to women’s football, there is less at stake for their reputation. Women’s football, that has endured negative commentary since the first-time women wore football shoes one hundred years ago. For women, the biggest game is always outside the football field.
As for boys and girls, the biggest sport in the Netherlands is football. Even though it’s also the sport where there are still big steps to achieve for emancipation. Since April 2026, Europe knows one female head coach of a men’s team within a top competition. Although there is much positivity around the appointment of Marie-Louise Eta as coach of Union Berlin, she also gets a mountain of sexist and negative comments on social media. Presumptions about women’s football are still very common nowadays, and the Netherlands doesn’t differ from this. For example, take one of the most popular talk shows in the Netherlands: ‘Vandaag Inside’. During the shows of the European Championships Women’s Football of 2025, multiple times, men aren’t afraid to express their opinion. They find the women’s football to be of poor quality. That these comments are still non-exceptional shows that the fight for equality isn’t over yet. But why are these comparisons being made between the two genders on the football field? Why does it take so much time and effort to put women’s football in a positive light?
Women's football as a mirror
The negative comments about women’s football have a long history. Women have been dealing with them since the beginning of their time on the football field, at the end of the 19th century. Philosopher and ex-professional football player Martine Prange dedicates her research to the societal impact of women’s football in the Netherlands. Within sport, the social and cultural processes that shape Dutch society come to the surface. Women continually deal with a culture that views them with considerable scepticism. While boys can focus on the game without concern, sport for girls, and even for professional female athletes, is always a socio-political struggle. According to Martine Prange (Professor of Philosophy of Human Being, Culture and Society), football can be seen as a reflection of the state of women's emancipation in the Netherlands. And that process is not yet complete.
For centuries, women have been seen as the subordinates of men. At the start of the twentieth century, the man is the head of the household. He controls the finances, is the main breadwinner, and ultimately has the final say. The Dutch women just got the right to vote in 1919, but the bulleted-point list of rights stops right there. Marriage is the most influential decision in a woman’s life, because once she says ‘I do,’ she loses her right to self-determination and is deemed legally incapable of acting independently. For the law, married women have no financial rights, no say in the upbringing of their children, they are not allowed to take legal action without their husband’s permission and are forbidden from engaging in paid work. The famous tennis player Dorothea Lambert Chambers stresses that marriage influences the sport participation of women. Marriage means duty. Women should take care of the household, the man, and the kids. She can still be something in sports, but her life goal has shifted. In contrast, married men often play sports without issues. With permission from her husband, the married woman can still play sports, but not all sports are warmly welcomed.
'Suitable' sports for women
In the first half of the 20th century, the participation of women is tolerated within sports like swimming, gymnastics, rowing, and biking. The development of a graceful and good posture is hereby the focus. Physical exertion should be limited. Furthermore, women are also accepted as participants in sports such as hockey, korfball, and tennis. Here, the focus is on teamwork and the social status of families. Problems arise with physically demanding sports such as football, wrestling, and boxing. These sports require too much strength, and those who take part risk physical injury. Showing strength and endurance, as is the case in football, is seen as something for men, and certainly not for the ‘delicate female body.’
Nevertheless, for a couple of decades, women’s football lingers over the grass fields and in cities. In Arcen, Arnhem and Oostzaan, football teams are established, which occasionally play games. But with the rise of women’s football teams, the criticism also starts. In 1921, sports reporter H.A. Meerum Terwogt writes the following in the Netherlands’ leading sports magazine of that time, De Revue der Sporten:
“It is well known that I am a football enthusiast, and I can also say that I am by no means opposed to women, but I am somewhat cautious about this combination, at least as far as the sporting combination is concerned.”
Women playing masculine sports like football is a step too far for many people. The sport is too heavy for women, and the practices shouldn’t be supported. International developments also play a part in this. In England, women’s football has grown tremendously popular during the First World War. The most famous football team is Dick Kerr’s Ladies from the munitions factory Dick, Kerr & Co in Preston. They played in front of thousands of spectators and raised money for charities through benefit matches.
English ban and Dutch aftermath
The popularity of women’s football declines with the return of the men after the war’s end. The men's competitions start again, and there is less public interest in women’s football. In 1921, the English Football Association even imposed a complete ban on women’s football, arguing that the game was harmful to the female body. It was also claimed, according to rumours, that the players had earned money from the proceeds of charity matches. At a time when amateurism was the norm for footballers, this was considered unacceptable. The ban by the English Football Association did not go unnoticed in the Netherlands. In 1921, on the front page of the newspaper De Sport the writer states that also in the Netherlands the Dutch Football Association (nowadays KNVB) will quickly pass judgment on women’s football:
“Women and football both have, and rightly so, their admirers, but the combination of the two can only provoke irritation.”
It isn’t solely men who criticise sports. In the same year, De Amsterdammer (the predecessor of De Groene Amsterdammer) published an extensive article on the emerging women’s football movement. Twenty-three feminists and leading women in the fields of art, writing, and music were asked whether they considered “the game of football” suitable for women. The vote was lost 21–2.
Painter and poet Miek Jansen is the only one who answers the question with ‘yes’ wholeheartedly. The children’s book writer Willy Pétillon finds football unaesthetically and rough for both women and men, but if men can play the game, women should have this freedom as well. The other twenty-one women agree that football isn’t suitable for women for the recurring reasons: first of all, the game is too rough, and it is dangerous for a woman’s body. Furthermore, football is not considered graceful enough and is said to give rise to ‘unesthetic shouting and bellowing.’ Finally, skirts are inconvenient for playing football, so women must wear sweaters and pants. One of the opponents emphasizes the following:
“The woman should, in sport as in everything else, seek that which allows her specifically feminine qualities to flourish; but she should not strive to become a copy (or a caricature) of man.”
It would not be until a decade later that an official ban was introduced. In the thirties, multiple women’s football teams rise throughout the Netherlands, and for the first time, women’s football really peaks. Newspapers don’t neglect this revival, the De Revue der sporten even claims there is an ‘epidemic of lady football clubs.’ In the heated debate, the idea of the football field as a terrain for men is emphasized. Following the establishment of the Groningsche Ladies Football Club Martini (G.D.V. Club Martini), a reporter for the Nieuwsblad van het Noorden noted that the ‘stronger sex’ had long held a monopoly in football and could remain in control there. However, this too is no longer granted to them now that women are taking to the pitch.
The chairwoman of G.D.V. Club Martini responds to the reactions with a letter to the editor in the same newspaper mentioned above. First, she writes that it almost seems that the men are afraid of some competition. Furthermore, she emphasizes that men won’t be pushed aside from the football field. Not everyone is against women’s football. There are some more supporting comments as well, like men shouldn’t fight the development of women’s football. And the coach of the women of Martini is the successful coach, Bob Jefferson. Six times, he successfully led the men’s football club Velocitas to the championship. Nonetheless, the KNVB decides to take a hard line. In 1938, they established a national ban on the availability of fields and coaches for women’s teams. Supported by local authorities, municipal sports grounds are also no longer available for women’s football.
Dutch Women’s Football Association
After the Second World War, the battle starts again. And this time with success, because in 1955 the Dutch Women’s Football Association is established. Despite a renewed attempt by the KNVB to ban women’s football, the association went on to set up a women’s league. The views on the sport, as reflected in various newspapers, are once again broadly in line with the arguments from the first half of the twentieth century. Given the state of women’s emancipation, it is not surprising that women’s football still faces considerable resistance, while at the same time, it is managing to gain more ground. In the Second World War, the role of the housewife, mother, and carer is disrupted. Women are actively working to help companies survive and are indispensable in the resistance movement. After the war, women are combining their power to set up new organisations like the Dutch women’s movement, where they fight for equal rights. Still, in the first years after the war, women still come off worst. Men reclaim their jobs, and the ideal of the family in the ‘natural’ order is to be restored, with the man as breadwinner and the woman as housewife.
But in the following decades, this ‘natural’ order starts to tear apart slowly. In 1955, a bill known as the Motie-Tendeloo was passed, granting women the right to self-determination. With this law, married women were able to stand on their own legally and financially. Furthermore, prosperity among the Dutch population increases, leisure time expands, and inventions enter the market that give women greater control over their own lives, such as the contraceptive pill.
Gender roles and resistance: from De Beauvoir to the present
In the seventies, amid the Second Feminist Wave, in 1971, the KNVB acknowledges the 130 active women’s football teams in the Netherlands. After seventy-five years, the football players finally have solid ground under their feet. Although the women’s football and feminists don’t support each other directly, they have influenced each other nonetheless. Both groups of women strive for goals that disrupt the traditional roles of the family. This provokes resistance from both men and women. In the Nieuwsblad van het Noorden in 1975, Greetje Eimers-Heijerman is interviewed. She is the wife of football striker Peter Eimers and speaks about women’s football and emancipation:
“Sometimes I think it goes a bit too far. I want to be treated as a woman. A man should be attentive to me. And women don’t need to be able to do the same things as men. Certain tasks are his to do, otherwise, it doesn’t work. That’s why I also find women’s football awful, those flabby figures on the football field.”
This resistance is grounded in centuries-long developments of men’s and women’s roles. In 1949, Simone de Beauvoir publishes her book Le Deuxième Sexe (The Second Sex). This is one of the most important works on societal gender roles. De Beauvoir claims that women are created by society. Her fate is determined by her sex, because if she were born a man, the outcome of her life would be different. For centuries, the man is the head of the family, and women have been inferior to them. This perception is deeply rooted. When women challenge this image, for example, by wanting to play football, it is not just about playing a game. The entire social norm is disrupted, triggering a shift in gender roles and their positions within society.
Current state of affairs
Nowadays, football has also become the most popular sport among women in the Netherlands, but full equality has still not been achieved. And not only on the football field is this the case. How deeply rooted gender norms, as identified by De Beauvoir seventy-five years ago, are also demonstrated by the findings of the 2025 European Gender Equality Index. The Netherlands scores 69.5 out of 100 across six domains: work, money, knowledge, time, power, and health. The data on stereotypes is particularly striking: it shows that more than half of women (51%) and two-thirds of men (66%) in the Netherlands consider it acceptable for a man to control his wife’s finances. In addition, about one-third of Dutch people agree with the statement that women should make most of the decisions about how to run the household. The belief in the male breadwinner model from the previous century still has an unconscious influence. Although women now actively participate in society and are, in principle, legally equal to men, stereotyping is still present within this way of thinking. This is precisely reflected in the current position of women’s football.
Both in the field of women’s emancipation and women’s football, there is more to gain. Unfortunately, it’s therefore not surprising that women’s football is still often treated with ridicule. The commentary on women’s football shows how age-old views on gender relations still dominate our daily lives. With the appointment of Eta as an example, it once again becomes clear that her abilities as a coach are overshadowed by stereotypical beliefs.
With optimism the men’s World Cup will continue. Let’s hold on to this feeling and carry it with us into next year, when the women return to the field of play. As a football player myself, I cheer just as loudly for both!
Sources:
Atria. "Gender Equality Index 2025: Nederland staat op plek vijf." Atria, Amsterdam, Nederlands, 3 december 2025. Gender Equality Index 2025: Nederland staat op plek vijf – atria.
De Beauvoir, S. The Second Sex. Translated by Constance Borde. Vintage Classics, New York, United States.
Jansen, S. De omwenteling of de eeuw van de vrouw. Ambo|Anthos. Amsterdam, Netherands.
Loeb. L. Fopfeminisme: hoe Nederland zichzelf voor de gek houdt over de emancipatie van de vrouw. Lebowski Publishers, Amsterdam, Netherlands.
Prange, M. en Oosterbaan, M. 2017. Vrouwenvoetbal in Nederland: spiegel en katalysator van maatschappelijke verandering. Uitgeverij Klement, Atria: Kennisinstituut voor empancipatie en vrouwengeschiedenis, Utrecht | Amsterdam, Netherlands.

Ellen Hamberg is a historian and a bookworm. With a focus on public history and cultural heritage, women’s history and feminism run as a common thread throughout her research. In addition to her work as a bookseller at Van der Velde Boeken, she spends her free time reading, exercising, and drinking tea.




Opmerkingen