top of page

CONSENT

  • Foto van schrijver: Marit de Wit
    Marit de Wit
  • 18 uur geleden
  • 9 minuten om te lezen

EEN HISTORISCHE BLIK OP EEN HEDENDAAGS BEGRIP

Protest with signs for women's. lgbtqi+, and refugee rights.
Women's March, 2017. Bron: Wiki Commons

Het Engelse woord consent is inmiddels in de Nederlandse taal een ingeburgerd begrip. Door de wereldwijde MeToo-beweging schoof het naar de voorgrond. Dat betekent echter niet dat het daarvoor niet bestond. Dat tonen historici uit Nederland en België in Consent: een geschiedenis van dwang en vrije wil en alles daartussenin. Aan de hand van voorbeelden uit het verleden pleiten zij voor een begrip van consent dat verder gaat dan ‘ja’ of ‘nee’. Met dit thema grijpen de verhalen je bij de strot en blijf je soms achter met meer vragen dan antwoorden.


In Consent ontleden elf historici uit verschillende disciplines hoe toestemming in het verleden werd begrepen. De onderwerpen die zij aankaarten variëren van slavernij in de oudheid, tot hedendaagse debatten over menselijke resten in museale collecties. De maatschappelijke relevantie van de publicatie is duidelijk. De samenstellers van de bundel, mediëviste Chanelle Delameillieure en medisch historica Jolien Gijbels situeren het onderwerp in de in 2017 begonnen MeToo-beweging. Hun voorbeelden kunnen aangevuld worden met recentere ontwikkelingen zoals de terugdraaiing van Roe v. Wade in 2022. Hierdoor werd er getornd aan reproductieve rechten in de Verenigde Staten. In Nederland zijn de anti-femicide marsen en de campagne Wij eisen de nacht op voorbeelden van de actieve maatschappelijke roep om een veilige toekomst voor vrouwen.


'Om werkelijk iets te veranderen, is een diepgaandere culturele verschuiving nodig, die niet alleen juridische kaders aanscherpt, maar ook stereotiepe ideeën over seks, macht en grensoverschrijding kritisch bevraagd en doorbreekt.'

De auteurs van Consent willen bijdragen aan deze ‘diepgaandere culturele verschuiving.’ Ze leggen telkens verbindingen tussen het heden en verleden, om op die manier antwoorden te vinden op hedendaagse problematiek van grensoverschrijdend gedrag. Dit doet Chanelle Delameillieure bijvoorbeeld in haar hoofdstuk over schakingen in de middeleeuwen. Bij een schaking werd een vrouw ontvoerd door een man en geforceerd om met hem te trouwen. Zij toont aan dat zelfs in het geval van een schaking, vrouwen zeggenschap hadden over of ze met een man wilde trouwen.


Middeleeuwse afbeelding van de ontvoering van Helena
‘De ontvoering van Helena’, ca. 1450-1455 (Londen, The National Gallery, inv. nr. NG591.)

In de laatmiddeleeuwse Lage Landen lag de keuze voor huwelijkspartner volgens het kerkelijk recht bij de twee personen die in het huwelijksbootje stapten. Delameillieure vergelijkt dit met het hedendaagse begrip van enthousiaste toestemming dat nu vaker wordt toegepast in rechtszaken over seksueel geweld. Het idee is om slachtoffers zo meer stem te geven. Zij beargumenteert dat het systeem van enthousiast uitgesproken consent in het voordeel lijkt van de aanklager, maar niet waterdicht is. Met middeleeuwse gerechtelijke bronnen geeft ze voorbeelden van vrouwen die op papier ‘ja’ zeiden tegen een huwelijk, maar dat dit niet per definitie een reflectie was van haar eigen wensen. Delameillieure vult de stiltes in de bronnen op met haar eigen interpretatie van de situatie waarin vrouwen zich bevonden.


Door te focussen op agency, zeggenschap, van vrouwen in het verleden adviseert ze over huidige wettelijke praktijken. Deze aanpak geeft blijk van de mogelijkheden van historisch onderzoek om bij te dragen aan maatschappelijke vraagstukken. Echter kunnen we ons wel afvragen in hoeverre we stiltes kunnen opvullen en gebruiken om lessen uit te trekken. De auteurs behandelen de bekende kritiek van Indiase wetenschapper Gayatri Chakravorty Spivak dat historische bronnen nooit een inzicht kunnen geven in de gedachten van de onderdrukten in koloniale samenlevingen. Ze zijn namelijk geschreven vanuit het perspectief van de machthebbers. Hoewel de historici van Consent oog proberen te houden voor beweegruimtes en persoonlijke keuzes van hun bestudeerde personen, blijft de machteloosheid van onderdrukte personen vooral bij.


In haar hoofdstuk over dovenscholen neemt historisch pedagoge Corrie Tijsseling de lezer mee in de ervaringen en mishandeling van leerlingen op deze scholen. Doofstomme mensen werden in de 19e en 20e eeuw gezien als handelingsonbekwaam, omdat zij hun wil niet zelf konden uitspreken. Hun agency was beperkt, zoals Tijsseling pijnlijk duidelijk maakt. In haar hoofdstuk komen de psychiaters en methoden naar voren die onderdrukkend werkten voor doven kinderen. Echter zijn er wel glimpen van de eigen wil van kinderen in dovenscholen te vinden, bijvoorbeeld als Tijsseling benoemt dat kinderen onderling gebarentaal gebruikten, hoewel dit verboden was op de scholen. Ook noemt zij modelleerling Bea Visser (1936-2017) die als paradepaardje van een dovenschool werd ingezet.


Black and white picture of sign language activist Bea Visser
Bea Visser (1936-2017) activiste gebarentaal en oprichtster het Roze Gebaar

Zij was echter meer dan dat. Visser zette zich later in voor de erkenning van gebarentaal en was oprichter van de organisatie Roze Gebaar voor dove en slechthorende lhbtiq+'er. Dit laatste neemt Tijsseling niet mee in haar hoofdstuk, maar geeft juist inzicht in ervaringen en agency van leerlingen van dovenscholen. Dit roept de vraag op of de dovenscholen naast onderdrukkend, ook verbindend konden zijn voor dove kinderen.


Maar Classicus Christian Laes, één van de elf auteurs, waarschuwt voor het risico om pamfletschrijver of moralist te worden door telkens de agency van onderdrukten te beklemtonen. Voor hem moeten historici vooral proberen denkkaders te begrijpen, in plaats van enkel aan te tonen dat mensen vrije wil hadden.


'In het verleden waren er ook vormen van consent, zowel geschreven als ongeschreven, maar lag de nadruk meestal niet op vrije keuze of individuele rechten.’

Toch zie ik het boek als een pamflet. De auteurs roepen met hun aangrijpende voorbeelden op om narratieven over toestemming kritisch te herzien. Machtspatronen in het verleden werken immers door in het heden. Historicus Gerlov van Engelenhoven laat dit zien in zijn hoofdstuk over ervaringen van de Molukse gemeenschap, die hun komst naar Nederland ervoeren als een dwangbevel in plaats van een vrije keuze – hoewel de Nederlandse overheid dit niet onderkend. Ook het hoofdstuk van historici Laurens de Rooy en Lisa Vanderheyden over menselijke resten in musea, die vaak onder omstandigheden van armoede en koloniale overheersing onderdeel werden van anatomische collecties, roept op tot vragen en discussie.


De verscheidenheid aan voorbeelden in Consent tonen inderdaad dat toestemming anders werd begrepen in verschillende contexten. Niet iedereen had evenveel vrijheid om keuzes te maken en deze kenbaar te maken. De auteurs beoogden niet op een compleet overzichtswerk te maken, maar een voorzet te geven voor anderen om te reflecteren. Er is daarom nog veel ruimte om de grijze gebieden verder in te kleuren in de geschiedenis van consent.


Boekcover van Consent, samengesteld door Chanelle Delameillieure en Jolien Gijbels.


'Consent: Een geschiedenis van dwang en vrije wil en alles daartussenin' samengesteld door Chanelle Delameillieure en Jolien Gijbels (9789401433341 - Paperback €29,99) is beschikbaar in de boekwinkel of direct te bestellen bij Lannoo.




Foto van schrijver Marit de Wit

Marit de Wit is afgestudeerd van de onderzoeksmaster Modern and Contemporary History aan de Universiteit Utrecht. Ze belicht in haar onderzoek ervaringen van vrouwen en is verbonden aan het Allard Pierson als onderzoeksfellow. Ze werkte eerder mee aan onderzoeksprojecten op het gebied van medische geschiedenis, kolonialisme en emoties.


 - ENGLISH BELOW -


Protest with signs for women's. lgbtqi+, and refugee rights.
Women's March, 2017. Source: Wiki Commons

The English word “consent” has now become an established term in the Dutch language. It came to the forefront because of the global #MeToo movement. However, that does not mean it did not exist before. Historians from the Netherlands and Belgium demonstrate this in their book Consent: een geschiedenis van dwang en vrije wil en alles daartussenin. Using examples from the past, they argue for an understanding of consent that goes beyond “yes” or “no.” With this theme, the stories grab you by the throat and leave you with more questions than answers.


In Consent, eleven historians from various disciplines examine how consent was understood in the past. The topics they address range from slavery in antiquity to contemporary debates about human remains in museum collections. The social relevance of the publication is clear. The editors of the book, medievalist Chanelle Delameillieure and medical historian Jolien Gijbels, situate the topic within the #MeToo movement that began in 2017. Their examples can be supplemented with developments such as the overturning of Roe v. Wade in 2022, which undermined reproductive rights in the United States. In the Netherlands, the recent anti-femicide marches and the campaign “We Claim the Night” are examples of the societal call for a safe future for women.


'To truly bring about change, a more profound cultural shift is needed – one that not only strengthens legal frameworks but also critically examines and challenges stereotypical notions about sex, power, and boundary violations.'

The authors of Consent aim to contribute to this “more profound cultural shift.” They consistently draw connections between the present and the past in order to find answers to contemporary issues surrounding inappropriate behavior. Chanelle Delameillieure does this, for example, in her chapter on abductions (“schakingen”) in the Middle Ages. In a case of abduction, a woman was kidnapped by a man and forced to marry him. Delameillieure demonstrates that even in cases of abduction, women themselves had a say in whether they wanted to marry a man.


Medieval depiction of the abduction of Helen
‘The Abduction of Helen’, ca. 1450-1455 (Londen, The National Gallery, inv. nr. NG591.)

In the late medieval Low Countries, under canon law, the choice of a marriage partner rested with the two individuals entering into the marriage. Delameillieure compares this to the contemporary concept of enthusiastic consent, which is now more frequently applied in sexual assault cases to give survivors a greater voice. She argues that while the system of enthusiastically expressed consent appears to favor the survivors, it is not foolproof. Drawing on medieval legal sources, she provides examples of women who said “yes” to a marriage on paper, but that this did not necessarily reflect their own wishes. Delameillieure fills in the gaps in the sources with her own interpretation of the situation in which women found themselves.


By focusing on women’s agency in the past, she offers insights into current legal practices. This approach demonstrates the potential of historical research to contribute to social issues. However, we may well ask ourselves to what extent we can fill in the gaps and use them to draw lessons for the present. The authors address the well-known critique by Indian scholar Gayatri Chakravorty Spivak that historical sources can never provide insight into the thoughts of the oppressed in colonial societies. This is because they are written from the perspective of those in power. Although the historians of Consent strive to keep an eye on personal choices of the individuals they study, the powerlessness of the oppressed remains particularly striking when reading the book.


In her chapter on schools for the deaf, educational historian Corrie Tijsseling takes the reader through the experiences and mistreatment of students at these schools. In the 19th and 20th centuries, deaf-mute people were viewed as legally incompetent because they could not verbally express their own will. Their agency was limited, as Tijsseling makes painfully clear. Her chapter highlights the psychiatrists and methods that had a repressive effect on deaf children. However, there are glimpses of the children’s own will in deaf schools, for example when Tijsseling notes that children used sign language among themselves, even though this was forbidden at the schools. She also mentions student Bea Visser (1936–2017), who was used as the poster child of a deaf school.


Black and white picture of sign language activist Bea Visser
Bea Visser (1936-2017) sign language activist and founder of Roze Gebaar

She was, however, more than that. Visser later advocated for the recognition of sign language and founded the organization Roze Gebaar for deaf and hard-of-hearing LGBTQ+ individuals. Tijsseling does not include this in her chapter, but it does provide insight into the experiences and agency of students at deaf schools. This raises the question of whether, in addition to being oppressive, schools for the deaf could also serve as a source of connection for deaf children.


Classical scholar Christian Laes, one of the eleven authors, warns against the risk of becoming a pamphleteer or moralist by constantly emphasizing the agency of the oppressed. For him, historians should primarily seek to understand frameworks of thought, rather than merely demonstrating that people had free will.


'In the past, there were also forms of consent, both written and unwritten, but the emphasis was usually not on free choice or individual rights.'

Yet I see the book as a pamphlet. With their poignant examples, the authors call for a critical reexamination of narratives about consent. After all, patterns of power from the past continue to shape the present. Historian Gerlov van Engelenhoven illustrates this in his chapter on the experiences of the Moluccan community, who perceived their arrival in the Netherlands as a coercive order rather than a free choice – even though the Dutch government does not acknowledge this. The chapter by historians Laurens de Rooy and Lisa Vanderheyden on human remains in museums – which often became part of anatomical collections under conditions of poverty and colonial rule – also raises questions and sparks discussion.


The variety of examples in Consent indeed shows that consent was understood differently in various contexts, and that not everyone had the same degree of freedom to make choices and express them. The authors did not aim to produce a comprehensive overview, but rather to provide a starting point for others to reflect upon. There is therefore still ample room to further define the history of consent, and its grey areas.


Boekcover van Consent, samengesteld door Chanelle Delameillieure en Jolien Gijbels.


'Consent: Een geschiedenis van dwang en vrije wil en alles daartussenin' edited by Chanelle Delameillieure and Jolien Gijbels (9789401433341 - Paperback €29,99) is available in book shops or online at Lannoo.




Foto van schrijver Marit de Wit

Marit de Wit holds a research master’s degree in Modern and Contemporary History from Utrecht University. Her research focuses on women’s experiences. She is connected to the Allard Pierson as research fellow. She has previously contributed to research projects in the fields of medical history, colonialism, and emotions.

Opmerkingen


bottom of page