top of page

DE VOORMOEDERS

  • Foto van schrijver: Jasmijn Groot
    Jasmijn Groot
  • 26 mrt 2022
  • 7 minuten om te lezen
de voormoeders

Als klein meisje kon Suze Zijlstra urenlang luisteren naar de verhalen van haar grootmoeder. Over het land waar zij geboren was, hier heel ver van vandaan. Waar palmbomen stonden, waar het altijd lekker warm was en waar échte aapjes met blote kontjes vrij spel hadden. Jaren later besloot Zijlstra de verhalen van haar oma eens op te nemen met een taperecorder. En als volwassen historica ondernam zij eindelijk de reis naar diens moederland om te kijken of het er daadwerkelijk zo geweldig was als ze zei. Maar ook om te achterhalen waar zij zelf vandaan kwam. Via de lokale archieven was ze in staat meer duidelijkheid te krijgen over haar familiegeschiedenis. Tegelijkertijd kwam er één wel heel belangrijk historisch narratief naar voren: de verschuivende grens tussen ‘erbij horen’ en ‘er níet bij horen’, met de bijkomende gevolgen voor historische zichtbaarheid.

De Voormoeders is voor schrijfster en historica Suze Zijlstra een diep persoonlijk project. Het is haar poging om haar stamboom zo duidelijk mogelijk in beeld te brengen. Maar haar onderneming is ook zoveel meer dan dat. En daar was Zijlstra zich vanaf het begin af aan van bewust. De historica is via haar moeder van Indische afkomst. Dus door haar stamboom in kaart te brengen werpt ze enerzijds licht op de onderbelichte geschiedenis van Indonesië - en dan voor de verandering eens niet vanuit de ogen van de overheersende VOC, maar vanuit het perspectief van de Indonesiërs die in steeds grotere mate onder het gezag kwamen te staan van Nederlanders.

Anderzijds maakt Zijlstra ook zaak voor gendergeschiedenis. Want hoe vreemd is het dat we het altijd over onze voorvaders hebben, maar nooit over onze voormoeders? Ze maakt de bewuste keuze om haar geschiedenis zo ver mogelijk te ontrafelen via de vrouwen uit haar familie. Zoals het een historica betaamt, presenteert Zijlstra haar onderzoeksresultaten op objectieve wijze. Maar die conclusies tonen wel tragische feiten over vrouwen uit het verleden. Geschiedenis en vrouwen hebben in de regel al een ongelukkige relatie met elkaar. Zijlstra’s familiegeschiedenis laat eens te meer zien dat die nog een stuk ongelukkiger is voor inheemse vrouwen uit de gebieden die door Westerse machten gekoloniseerd zijn geweest.

De vrouwen uit Zijlstra’s Indische familie trouwden regelmatig met Nederlandse mannen. Die waren naar de Indonesische archipel getrokken om te werken voor de VOC. De vrouwen uit Nederland maakten vrijwel nooit de overtocht. Dit werd zelfs actief ontmoedigd. Zij zouden met hun tere gestel namelijk niet tegen het tropische klimaat kunnen. En zo ontstonden er relaties tussen Nederlandse jongens en Indonesische meisjes.

Hoewel het boek voornamelijk over Zijlstra’s voormoeders gaat, vertelt ze terecht ook over haar voorvaders. Zonder de vergelijkingen tussen de mannen en de vrouwen zouden Zijlstra’s bevindingen niet half zo interessant zijn geweest. Zo bemerkt de lezer dat de feiten over de levens van de voorvaders beter bekend zijn. Hun gegevens werden nauwgezet bijgehouden door de VOC in hun registers. Maar van een aantal van Zijlstra’s voormoeders, in het bijzonder de vroegst bekenden, is niet veel bekend. Soms niet eens hun namen. Hun gegevens werden namelijk, in tegenstelling tot die van mannen, nauwelijks bijgehouden door de VOC beambten. Als inheemse vrouwen ‘hoorden ze er niet bij’. Ze waren niet interessant genoeg, want ze waren niet Nederlands, christelijk, wit of werkachtig voor de VOC. En zo zijn veel details over hun levens voor de geschiedenis verloren gegaan.

Voor Zijlstra en de lezer wordt er in het boek nog een andere geschiedenis pijnlijk duidelijk. Naarmate de macht van de VOC sterker werd, werd het voor de gemengde families van haar beambten voordeliger om de sporen van hun Indische wortels te verloochenen. Totdat de Japanners hun intrede deden. Tijdens hun heerschappij in de Tweede Wereldoorlog was het juist weer van levensbelang om aan te kunnen tonen hoe Aziatisch je was. Deze realiteit waarin de familie van Zijlstra, en met hen vele andere Indonesiërs, eeuwenlang gedwongen waren om een specifieke kant van hun achtergrond te kiezen om te kunnen overleven, is ongetwijfeld voor veel lezers onbekend. Beide feiten zijn even hartverscheurend. Het is daarom te hopen dat Zijlstra’s narratief wordt meegenomen in de opkomende aandacht voor de Indonesische geschiedenis.


Receptenboekjes


Zijlstra geeft toch reden om optimistisch te zijn. De Indische recepten van haar voormoeders zijn een belangrijke rode draad in de stamboom, zeker in de laatste 200 jaar. Ze lieten receptenboeken achter, die Zijlstra heeft ingekeken en waarvan ze de recepten heeft uitgeprobeerd. Aan de lezer geeft ze niet alleen de resultaten van haar bak- en kookpogingen mee. Maar ook de herinnering dat er op ieders zolder hoogstwaarschijnlijk nog meer kook- en dagboeken van vele voormoeders liggen. Hoogstwaarschijnlijk zijn vele andere voormoeders, net als die van Zijlstra, ondergerepresenteerd in de officiële archieven en registers. Maar door hun materiële nalatenschap kunnen we over hen wellicht toch meer te weten komen. Net als Zijlstra hoop ik vurig dat de vrouwelijke lezeressen van De Voormoeders ook eens een kijkje gaan nemen. Ik durf zelfs te zeggen dat we allebei hopen de verhalen van hún voormoeders in de toekomst in wat voor vorm dat ook ergens tegen te komen.



kaft de voormoeders suze zijlstra



'De Voormoeders' (9789026372971 - paperback €24,99) is nu verkrijgbaar in boekwinkels en via Uitgeverij Ambo | Atnhos.






auteursfoto jasmijn groot

Jasmijn Groot is genderhistorica. Ze publiceert artikelen voor onder andere Opzij en Winq en stelt haar expertise ter beschikking aan verschillende multimedia. Jasmijn studeerde Geschiedenis en Oudheidkunde aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. 



 - ENGLISH BELOW -


de voormoeders

As a little girl, Suze Zijlstra could spend hours listening to the stories of her grandmother—about the land where she was born, far away from here. A place with palm trees, where it was always pleasantly warm, and where real little monkeys with bare bottoms roamed freely. Years later, Zijlstra decided to record her grandmother’s stories on a tape recorder. And as an adult historian, she finally undertook the journey to her grandmother’s homeland to see whether it was truly as wonderful as she had always described. But also to find out where she herself came from. Through local archives, she was able to gain more clarity about her family history. At the same time, one very important historical narrative emerged: the shifting boundary between “belonging” and “not belonging,” and its consequences for historical visibility.


De Voormoeders (English: The Foremothers) is a deeply personal project for writer and historian Suze Zijlstra. It is her attempt to map out her family tree as clearly as possible. But her endeavor is also much more than that—and Zijlstra was aware of this from the very beginning. Through her mother, she is of Indo (Indonesian-European) descent. By tracing her family tree, she sheds light on the underexposed history of Indonesia—this time not from the perspective of the dominant Dutch East India Company (VOC), but from that of Indonesians who increasingly came under Dutch authority.


At the same time, Zijlstra also makes a case for gender history. How strange is it that we always talk about our forefathers, but never about our foremothers? She deliberately chooses to unravel her history as far as possible through the women in her family. As befits a historian, Zijlstra presents her research findings in an objective manner. Yet those conclusions reveal tragic facts about women in the past. History and women have generally had an uneasy relationship. Zijlstra’s family history shows once again that this relationship is even more troubled for Indigenous women from regions that were colonized by Western powers.

The women in Zijlstra’s Indo family often married Dutch men who had traveled to the Indonesian archipelago to work for the VOC. Women from the Netherlands almost never made the journey themselves; in fact, it was actively discouraged. Their delicate constitutions were thought unable to withstand the tropical climate. And so relationships developed between Dutch men and Indonesian women.


Although the book mainly focuses on Zijlstra’s foremothers, she also rightly discusses her forefathers. Without comparisons between men and women, her findings would not have been nearly as compelling. The reader notices that much more is known about the lives of the forefathers. Their details were meticulously recorded by the VOC in official registers. But little is known about some of Zijlstra’s foremothers, especially the earliest ones—sometimes not even their names. Unlike men, their details were hardly recorded by VOC officials. As Indigenous women, they “did not belong.” They were not considered important enough: they were not Dutch, Christian, white, or employed by the VOC. As a result, many details of their lives have been lost to history.


For both Zijlstra and the reader, another painful history becomes clear in the book. As the power of the VOC grew, it became advantageous for mixed families of its employees to deny their Indo roots. That is, until the Japanese arrived. During their rule in the Second World War, it suddenly became vital to prove how Asian you were. This reality—where Zijlstra’s family, along with many other Indonesians, was forced for centuries to choose a particular side of their background in order to survive—is likely unfamiliar to many readers. Both realities are equally heartbreaking. One can only hope that Zijlstra’s narrative will be included in the growing attention to Indonesian history.


Recipe books


Zijlstra nevertheless offers reason for optimism. The Indo recipes of her foremothers form an important thread in her family tree, especially over the past 200 years. They left behind recipe books, which Zijlstra has studied and whose recipes she has tried herself. She shares not only the results of her cooking and baking attempts with the reader, but also the reminder that in many attics there are likely still cookbooks and diaries belonging to countless foremothers. Many of these women are, like Zijlstra’s ancestors, underrepresented in official archives and records. But through their material legacy, we may still be able to learn more about them. Like Zijlstra, I sincerely hope that female readers of de Voormoeders will take a look themselves. I would even go so far as to say that we both hope to encounter the stories of their foremothers in some form in the future.



kaft de voormoeders suze zijlstra



'De Voormoeders' (9789026372971 - paperback €24,99) is available now in bookstores and via its publisher Uitgeverij Ambo | Atnhos.






auteursfoto jasmijn groot


Jasmijn Groot is a gender historian. She publishes articles for, among others, Opzij and Winq, and offers her expertise to various multimedia platforms. Jasmijn studied History and Classical Studies at the University of Amsterdam and the VU University. 

Opmerkingen


bottom of page